_ beschaving



_ de Iliad

_ door Homerus

_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler

_ | _ boek III _ | _ Homerus _ | _ boek V _ |


_ boek IV


_ nu de god zitten met Jove in raad op de gouden vloer terwijl Hebe gaan om gieten uit nectar voor hen aan drank, en aangezien zij ertoe ver*binden elkaar in hun kop van goud zij kijken onderaan op de stad van Troy. _ de zoon van Saturnus toen beginnen te plagen Juno, spreken bij haar om veroorzaken haar. _ „Menelaus,“ zeggen hij, „hebben twee goed vriend onder de godin, Juno van Argos, en Minerva van Alalcomene, maar zij slechts zitten nog en kijken, terwijl Venus houden ooit door Alexandrus kant te verdedigen hem in om het even welk gevaar; _ inderdaad zij hebben enkel redden hem wanneer hij ervoor zorgen dat het helemaal over met hem voor de overwinning werkelijk liggen met Menelaus. _ wij moeten over*wegen wat wij doen over dit alles; _ wij plaatsen hen be*strijden opnieuw of maken vrede tussen hen? _ als u akkoord gaan aan deze laatste Menelaus kunnen nemen terug Helen en de stad van Priam kunnen blijven nog wonen.“

_ Minerva en Juno mompelen hun ontevredenheid aangezien zij zitten zij aan zij uit:broeden ellende voor de Trojans. _ Minerva scowled bij haar vader, want zij in een woedend hartstocht met hem, en zeggen niets, maar Juno kunnen niet be*vatten zich. _ „ontzetting zoon van Saturnus,“ zeggen zij, „wat, bidden, de betekenis van dit alles? _ mijn probleem, dan, te gaan voor niets, en de zweet dat IK hebben zweten, te zeggen niets van mijn paard, terwijl krijgen de mensen samen tegen Priam en zijn kind? _ doen aangezien u, maar wij ander god niet wij allemaal goed:keuren uw advies.“

_ Jove boos en antwoorden, „mijn beste, welk kwaad hebben Priam en zijn zoon doen u dat u zo heet buigen op ont*slaan de stad van Ilius? _ niets doen voor u maar u moeten binnen hun muur en eten Priam ruw, met zijn zoon en alle de ander Trojans aan laars? _ hebben het uw eigen manier toen; _ want IK niet hebben dit kwestie worden een been van geschil tussen ons. _ IK zeggen verder, en leggen mijn zeggen aan uw hart, als ooit IK willen te ont*slaan een stad be*horen aan vriend van van u, u moeten niet proberen te tegen:houden me; _ u moeten laten me doen het, want IK geven binnen aan u sorely tegen mijn wil. _ van alle wonen stad onder de zon en ster van hemel, daar niets dat I zo veel eerbiedigen als Ilius met Priam en zijn geheel mensen. _ billijk feest nooit willen over mijn altaar, noch de smaak van branden vet, dat ere gepast aan ons.“

_ „mijn eigen drie favoriet stad,“ antwoorden Juno, „Argos, Sparta, en Mycenae. _ ont*slaan hen wanneer u kunnen displeased met hen. _ IK niet verdedigen hen en IK niet geven. _ zelfs als IK, en proberen te blijven u, IK moeten nemen niets door het, voor u veel sterk dan IK, maar IK niet hebben mijn eigen werk ver*spillen. _ IK ook am een god en van de zelfde ras met zich. _ IK Saturnus oud dochter, en eerbaar niet op dit grond slechts, maar ook omdat IK uw vrouw, en u koning over de god. _ laten het een geval, dan, van give-and-take tussen ons, en de rest van de god volgen ons lood. _ ver*tellen Minerva te gaan en deel:nemen in de strijd meteen, en laten haar combineren dat de Trojans de eerste te breken hun eed en plaatsen op de Achaeans.“

_ de vader van god en mens aandacht besteden haar woord, en zeggen aan Minerva, „gaan meteen in de Trojan en Achaean gastheer, en combineren dat de Trojans de eerste te breken hun eed en plaatsen op de Achaeans.“

_ dit wat Minerva reeds enthousiast te doen, zo onderaan zij werpen van de hoogste top van Olympus. _ zij ont*spruiten door de hemel als sommige briljant meteoor dat de zoon van plannen Saturnus hebben ver*zenden als een teken aan mariners of aan sommige groot leger, en een vurig trein van licht volgen in zijn kielzog. _ de Trojans en Achaeans slaan met awe aangezien zij beheld, en draaien aan zijn buur, zeggen, „of wij opnieuw hebben oorlog en DIN van gevecht, of Jove de Lord van slag nu maken vrede tussen ons.“

_ dus zij converseren. _ dan Minerva nemen de vorm van Laodocus, zoon van Antenor, en gaan door de rang van de Trojans te vinden Pandarus, de redoubtable zoon van Lycaon. _ zij vinden hem be*vinden onder de stevig held die hebben volgen hem van de bank van de Aesopus, zodat zij gaan dicht tot hem en zeggen, „moedig zoon van Lycaon, u doen aangezien IK ver*tellen u? _ als u durven ver*zenden een pijl bij Menelaus u winnen eer en dank van alle de Trojans, en vooral van prins Alexandrus- hij de eerste aan requite u zeer mild als hij kunnen zien Menelaus op:zetten zijn begrafenis pyre, doden door een pijl van uw hand. _ nemen uw huis doel toen, en bidden aan Lycian Apollo, de beroemd schutter; _ gelofte dat wanneer u krijgen huis aan uw sterk stad van Zelea u aan:bieden een hecatomb van firstling lam in zijn eer.“

_ zijn dwaas hart overreden, en hij nemen zijn boog van zijn geval. _ dit boog maken van de hoorn van een wild steenbok dat hij hebben doden aangezien het bounding van een rots; _ hij hebben be*sluipen het, en het hebben vallen aangezien de pijl slaan het aan de hart. _ zijn hoorn zestien palm lang, en een arbeider in hoorn hebben maken hen in een boog, glad:maken hen goed neer, en geven hen uiteinde van goud. _ wanneer Pandarus hebben vast:binden zijn boog hij leggen het zorgvuldig ter plaatse, en zijn moedig aanhanger houden hun schild vóór hem tenzij de Achaeans moeten plaatsen op hem alvorens hij hebben schot Menelaus. _ dan hij openen de deksel van zijn quiver en nemen uit een gevleugeld pijl dat hebben nog ont*spruiten, beladen met de pangs van dood. _ hij leggen de pijl op de koord en bidden aan Lycian Apollo, de beroemd schutter, de gelofte doen dat wanneer hij krijgen huis aan zijn sterk stad van Zelea hij aan:bieden een hecatomb van firstling lam in zijn eer. _ hij leggen de inkeping van de pijl op de oxhide bowstring, en trekken zowel inkeping en koord aan zijn borst tot de pijlpunt dichtbij de boog; _ dan wanneer de boog over*spannen in een helft-cirkel hij laten vlieg, en de boog twanged, en de koord zingen aangezien de pijl vliegen graag op over de hoofd van de throng.

_ maar de zegenen god niet vergeten thee, o Menelaus, en Jove dochter, bestuurder van de grond, de eerste te be*vinden vóór thee en af:weren de door*dringen pijl. _ zij draaien het van zijn huid aangezien een moeder zwaaien een vlieg van van haar kind wanneer het slapen zoet; _ zij leiden het aan de deel waar de gouden gesp van de riem dat over:gaan over zijn dubbel cuirass vast:maken, zodat de pijl slaan de riem dat gaan strak om hem. _ het gaan net door dit en door de cuirass van sluw vakmanschap; _ het ook door*dringen de riem onder het, dat hij dragen daarna zijn huid te houden uit pijltje of pijl; _ het dit dat dienen hem in de best plaats, niettemin de pijl gaan door het en weiden de bovenkant van de huid, zodat bloed beginnen stromen van de wond.

_ zoals wanneer sommige vrouw van Meonia of Caria spannen purper kleurstof op een stuk van ivoor dat te de wang-stuk van een paard, en te leggen omhoog in een schat huis veel een ridder fain te dragen het, maar de koning houden het als een ornament van dat zowel paard en bestuurder kunnen trots maar toch, o Menelaus, uw shapely dij en uw been neer aan uw eerlijk ancles be*vlekken met bloed.

_ wanneer koning Agamemnon zien de bloed stromen van de wond hij bang, en zo moedig Menelaus zelf tot hij zien dat de weerhaak van de pijl en de draad dat binden de pijlpunt aan de schacht nog buiten de wond. _ dan hij nemen hart, maar Agamemnon hijsen een diep sigh aangezien hij houden Menelaus in:dienen zijn, en zijn kameraad maken jammeren in overleg. _ „beste broer, „hij schreeuwen, „IK hebben de dood van u in ertoe ver*binden dit overeenkomst en laten u komen vooruit als ons kampioen. _ de Trojans hebben ver*trappelen op hun eed en hebben ver*wonden u; _ niettemin de eed, de bloed van lam, de drank-dienstenaanbod en de rechterkant van beurs waarin hebben zetten ons vertrouwen niet verwaand. _ als hij dat regel Olympus ver*vullen het niet hier en nu, hij. _ nog ver*vullen het hierna, en zij be*talen dearly met hun leven en met hun vrouw en kind. _ de dag zeker komen wanneer machtig Ilius leggen laag, met Priam en Priam mensen, wanneer de zoon van Saturnus van zijn hoog troon over*schaduwen hen met zijn vreselijk aegis in straf van hun huidig treachery. _ dit zeker; _ maar hoe, Menelaus, IK rouwen u, als het uw partij nu te sterven? _ IK moeten terug:keren aan Argos aangezien een door-woord, voor de Achaeans meteen gaan naar huis. _ wij ver*laten Priam en de Trojans de glorie van nog houden Helen, en de aarde rotten uw been aangezien u liggen hier bij Troy met uw doel niet ver*vullen. _ dan sommige opschepperig Trojan sprong op uw graf en zeggen, „ooit zo kunnen Agamemnon ver*oorzaken zijn vengeance; _ hij brengen zijn leger vergeefs; _ hij gaan naar huis aan zijn eigen land met leeg schip, en hebben ver*laten Menelaus achter hem.“ _ dus één van hen zeggen, en kunnen de aarde dan slikken me. „

_ maar Menelaus gerust:stellen hem en zeggen, „nemen hart, en niet alarmeren de mensen; _ de pijl hebben niet slaan me in een dodelijk deel, want mijn buiten riem van polijsten metaal eerst blijven het, en onder dit mijn cuirass en de riem van post dat de brons-smiths maken me.“

_ en Agamemnon antwoorden, „I vertrouwen, beste Menelaus, dat het kunnen maar toch, maar de chirurg onder*zoeken uw wond en leggen kruid op het te ver*lichten uw pijn.“

_ hij toen zeggen aan Talthybius, „Talthybius, ver*tellen Machaon, zoon aan de groot arts, Aesculapius, te komen en zien Menelaus onmiddellijk. _ sommige Trojan of Lycian schutter hebben ver*wonden hem met een pijl aan ons wanhoop, en aan zijn eigen groot glorie.“

_ Talthybius doen aangezien hij ver*tellen, en gaan over de gastheer proberen te vinden Machaon. _ weldra hij vinden be*vinden amid de moedig strijder die hebben volgen hem van Tricca; _ daarop hij uit:gaan aan hem en zeggen, „zoon van Aesculapius, koning Agamemnon zeggen u te komen en zien Menelaus onmiddellijk. _ sommige Trojan of Lycian schutter hebben ver*wonden hem met een pijl aan ons wanhoop en aan zijn eigen groot glorie.“

_ dus hij spreken, en Machaon be*wegen te gaan. _ zij over:gaan door de uit:spreiden gastheer van de Achaeans en gaan tot zij komen aan de plaats waar Menelaus hebben ver*wonden en liggen met de leider verzamelen in een cirkel om hem. _ Machaon over:gaan in de midden van de ring en meteen trekken de pijl van de riem, buigen zijn weerhaak terug door de kracht met dat hij trekken het uit. _ hij ongedaan maken de polijsten riem, en onder dit de cuirass en de riem van post dat de brons-smiths hebben maken; _ dan, wanneer hij hebben zien de wond, hij af:vegen weg de bloed en toe:passen sommige soothing drug dat Chiron hebben geven aan Aesculapius uit de goodwill hij dragen hem.

_ terwijl zij zo bezig over Menelaus, de Trojans komen vooruit tegen hen, want zij hebben zetten op hun pantser, en nu vernieuwen de strijd.

_ u niet hebben toen vinden Agamemnon in slaap noch laf en onwillig te be*strijden, maar enthousiast eerder voor de strijd. _ hij ver*laten zijn blokkenwagen rijke met brons en zijn hijgen steeds verantwoordelijk voor Eurymedon, zoon van Ptolemaeus de zoon van Peiraeus, en bieden hem houden hen in bereidheid tegen de tijd zijn lidmaat moeten vermoeien van gaan ongeveer en geven orde aan zodat velen, want hij gaan onder de rang te voet. _ wanneer hij zien mens hasting aan de voorzijde hij be*vinden door hen en cheered hen. _ „Argives,“ zeggen hij, „ver*minderen niet één whit in uw begin; _ vader Jove geen helper van leugenaar; _ de Trojans hebben de eerste te breken hun eed en te aan:vallen ons; _ daarom zij verslinden van gier; _ wij nemen hun stad en dragen van hun vrouw en kind in ons schip.“

_ maar hij boos be*rispen die die hij zien shirking en niet geneigd te be*strijden. _ „Argives,“ hij schreeuwen, „laf miserabel schepsel, hebben u geen schande te be*vinden hier als bang maken fawns die, wanneer zij kunnen niet meer scud over de vlakte, wirwar samen, maar tonen geen strijd? _ u zo versuft en spiritless zoals hert. _ u wachten tot de Trojans bereik de achtersteven van ons schip aangezien zij liggen op de kust, te zien, of de zoon van Saturnus houden van hem overhandigen u te be*schermen u?“

_ dus hij gaan over geven zijn orde onder de rang. _ over:gaan door de menigte, hij komen weldra op de Cretans, be*wapenen om Idomeneus, die bij hun hoofd, woest als een wild everzwijn, terwijl Meriones brengen omhoog de bataljon dat in de achtergedeelte. _ Agamemnon blij wanneer hij zien hem, en spreken hem vrij. _ „Idomeneus,“ zeggen hij, „IK be*handelen u met groot onderscheid dan IK doen om het even welk andere van de Achaeans, hetzij in oorlog of in ander ding, of bij lijst. _ wanneer de prins mengen mijn choicest wijn in de mixing-kom, zij hebben elk van hen een be*vestigen toelage, maar uw kop houden altijd volledig als mijn, dat u kunnen drinken wanneer u letten. _ gaan, daarom, in slag, en tonen zich de mens u hebben altijd trots te.“

_ Idomeneus antwoorden, „IK een betrouwbaar kameraad, aangezien IK be*loven u van de eerste IK. _ drang op de ander Achaeans, dat wij kunnen aan:sluiten slag meteen, voor de Trojans hebben ver*trappelen op hun overeenkomst. _ dood en vernietiging theirs, zien zij hebben de eerste te breken hun eed en te aan:vallen ons.“

_ de zoon van Atreus gaan, blij bij hart, tot hij komen op de twee Ajaxes be*wapenen zich amid een gastheer van voet-militair. _ zoals wanneer een geit-kudde van sommige hoog post letten een onweer aandrijving over de diep vóór de westen wind zwarte aangezien hoogte de offing en een machtig whirlwind trekken naar hem, zodat hij bang en drijven zijn troep in een hol zelfs zo doen de rang van stevig jeugd beweging in een donker massa aan slag onder de Ajaxes, horrid met schild en spear. _ blij koning Agamemnon wanneer hij zien hen. _ „geen behoefte,“ hij schreeuwen, „te geven orde aan dergelijk leider van de Argives zoals u, want van uw eigen selves u aan:sporen uw mens be*strijden met kunnen en leiding. _, door vader Jove, Minerva, en Apollo dat allen zo letten aangezien u, voor de stad van Priam toen spoedig vallen onder ons hand, en wij moeten ont*slaan het.“

_ met dit hij ver*laten hen en gaan voorwaarts aan Nestor, de vlot spreker van de Pylians, die op:stellen zijn mens en aan:sporen hen, in bedrijf met Pelagon, Alastor, Chromius, Haemon, en Bias herder van zijn mensen. _ hij plaatsen zijn ridder met hun blokkenwagen en paard in de voorzijde rang, terwijl de voet-militair, moedig mens en velen, die hij kunnen ver*trouwen, in de achtergedeelte. _ de lafaard hij drijven in de midden, dat zij kunnen be*strijden of zij of nr. _ hij geven zijn orde aan de ridder eerst, bieden hen houden hun paard goed in hand, om ver*mijden verwarring. _ „laten geen mens,“ hij zeggen, „ver*trouwen op zijn sterkte of horsemanship, krijgen vóór de andere en in dienst nemen afzonderlijk met de Trojans, noch nog laten hem achter:blijven erachter of u ver*zwakken uw aanval; _ maar laten elk wanneer hij ontmoeten een vijand blokkenwagen werpen zijn spear van zijn; _ dit veel de beste; _ zo de mens van oud nemen stad en bolwerk; _ in dit wijs zij letten.“

_ dus doen de oud mens laden hen, want hij hebben in velen een strijd, en koning Agamemnon blij. _ „IK wensen,“ hij zeggen aan hem, dat uw lidmaat als supple en uw sterkte zo zeker aangezien uw oordeel; _ maar leeftijd, de gemeenschappelijk vijand van mensheid, hebben leggen zijn hand op u; _ dat het hebben vallen op sommige andere, en dat u nog jong. „

_ en Nestor, ridder van Gerene, antwoorden, „zoon van Atreus, IK ook graag de mens IK wanneer IK zwenken machtig Ereuthalion; _ maar de god niet geven ons alles tegelijkertijd. _ IK toen jong, en nu IK oud; _ nog IK kunnen gaan met mijn ridder en geven hen dat advies dat oud mens hebben een recht te geven. _ de hanteren van de spear IK ver*laten aan die die jong en sterk dan zelf.“

_ Agamemnon gaan zijn manier verheugen, en weldra vinden Menestheus, zoon van Peteos, tarrying in zijn plaats, en met hem de Athenians luid van tong in slag. _ dichtbij hem ook tarried sluw Ulysses, met zijn stevig Cephallenians om hem; _ zij hebben nog niet horen de slag-schreeuw, voor de rang van Trojans en Achaeans hebben slechts enkel beginnen te be*wegen, zodat zij be*vinden nog, wachten voor sommige ander kolom van de Achaeans te aan:vallen de Trojans en beginnen de be*strijden. _ wanneer hij zien dit Agamemnon be*rispen hen en zeggen, „zoon van Peteos, en u andere, trekken in sluwheid, hart van guile, waarom be*vinden u hier cowering en wachten op andere? _ u twee moeten van alle mens belangrijkste wanneer daar hard be*strijden te doen, voor u ooit belangrijkste te goed:keuren mijn uitnodiging wanneer wij raadslid van de Achaeans houden feest. _ u blij genoeg toen te nemen uw vulling van braadstuk vlees en te drinken wijn zolang u tevreden:stellen, terwijl nu u niet geven hoewel u zien tien kolom van Achaeans in dienst nemen de vijand voor u.“

_ Ulysses schitteren bij hem en antwoorden, „zoon van Atreus, wat u spreken over? _ hoe kunnen u zeggen dat wij slap? _ wanneer de Achaeans in volledig strijd met de Trojans, u zien, als u geven te doen zo, dat de vader van Telemachus aan:sluiten slag met de belangrijkste van hen. _ u spreken nutteloos.“

_ wanneer Agamemnon zien dat Ulysses boos, hij glimlachen aangenaam bij hem en terug:trekken zijn woord. _ „Ulysses,“ zeggen hij, „edel zoon van Laertes, uitstekend in alle goed advies, IK hebben noch fout te vinden noch orde te geven u, voor IK kennen uw hart juist, en dat u en IK van een mening. _ genoeg; _ IK maken u wijzigen voor wat IK hebben zeggen, en als ziek hebben nu spreken kunnen de god brengen het aan niets.“

_ hij toen ver*laten hen en gaan op andere. _ weldra hij zien de zoon van Tydeus, edel Diomed, be*vinden door zijn blokkenwagen en paard, met Sthenelus de zoon van Capaneus naast hem; _ waarop hij beginnen te ver*wijten hem. _ „zoon van Tydeus,“ hij zeggen, „waarom tribune u cowering hier op de brink van slag? _ Tydeus niet krimpen zo, maar ooit voor zijn mens wanneer leiden hen tegen de vijand zo, minstens, zeggen zij dat zaag hem in slag, voor IK nooit plaatsen oog op hem zelf. _ zij zeggen dat daar geen mens als hem. _ hij komen eens aan Mycenae, niet als een vijand maar als een gast, in bedrijf met Polynices te aan:werven zijn kracht, want zij heffen oorlog tegen de sterk stad van Thebes, en bidden ons mensen voor een lichaam van plukken mens te helpen hen. _ de mens van Mycenae gewillig te laten hen hebben één, maar Jove af:raden hen door tonen hen ongunstig omens. _ Tydeus, daarom, en Polynices gaan hun manier. _ wanneer zij hebben aangezien ver de diep-meadowed en spoed-kweken bank van de Aesopus, de Achaeans ver*zenden Tydeus als hun gezant, en hij vinden de Cadmeans verzamelen in groot aantal aan een banket in de huis van Eteocles. _ vreemdeling hoewel hij, hij kennen geen vrees op vinden zich single-handed onder zo velen, maar uit:dagen hen aan wedstrijd van alle soort, en in elk één van hen meteen victorious, zo krachtig doen Minerva helpen hem. _ de Cadmeans incensed bij zijn succes, en plaatsen een kracht van vijftig jeugd met twee kapitein de godlike held Maeon, zoon van Haemon, en Polyphontes, zoon van Autophonus- bij hun hoofd, te liggen in wachttijd voor hem op zijn terugkeer reis; _ maar Tydeus zwenken elk mens van hen, behalve slechts Maeon, die hij laten gaan in gehoorzaamheid aan hemel omens. _ zulke Tydeus van Aetolia. _ zijn zoon kunnen spreken meer makkelijk, maar hij niet kunnen be*strijden aangezien zijn vader.“

_ Diomed maken geen antwoord, want hij shamed door de berisping van Agamemnon; _ maar de zoon van Capaneus nemen omhoog zijn woord en zeggen, „zoon van Atreus, ver*tellen geen leugen, want u kunnen spreken waarheid als u. _ wij op:scheppen ons als zelfs beter mens dan ons vader; _ wij nemen zeven-met poorten Thebes, hoewel de muur sterk en ons mens minder in aantal, want wij ver*trouwen in de omens van de god en in de hulp van Jove, terwijl zij om:komen door hun eigen zuiver dwaasheid; _ greep niet, toen, ons vader binnen houden eer met ons.“

_ Diomed kijken streng bij hem en zeggen, „houden uw vrede, mijn vriend, aangezien IK bieden u. _ het niet verkeerd dat Agamemnon moeten aan:sporen de Achaeans vooruit, voor de glorie zijn als wij nemen de stad, en zijn de schande als wij over*winnen. _ daarom laten ons ont*slaan ons met valour.“

_ aangezien hij spreken hij op:springen van zijn blokkenwagen, en zijn pantser bellen zo hevig over zijn lichaam dat zelfs een moedig mens kunnen goed hebben doen schrikken te horen het.

_ zoals wanneer sommige machtig golf dat donderen op de strand wanneer de westen wind hebben geselen het in woede het hebben groot:brengen zijn hoofd afar en nu komen verpletteren neer op de kust; _ het buigen zijn over*spannen kam hoog over de scherp rots en spews zijn zout schuim in alle richting maar toch doen de serried phalanxes van de Danaans maart vast te vechten. _ de leider geven orde elk aan zijn eigen mensen, maar de mens zeggen nooit een woord; _ geen mens denken het, voor reusachtig aangezien de gastheer, het schijnen alsof daar niet een tong onder hen, zodat stil zij in hun gehoorzaamheid; _ en aangezien zij marcheren de pantser over hun lichaam glinsteren in de zon. _ maar de aan:dringen van de Trojan rang zoals dat van veel duizend ooi dat be*vinden wachten te melken in de werf van sommige rijk flockmaster, en bleat incessantly in antwoord op de bleating van hun lam; _ want zij hebben niet één toespraak noch taal, maar hun tong divers, en zij komen van veel verschillend plaats. _ deze inspireren van Mars, maar de andere door Minerva- en met hen komen paniek, Rout, en geschil wiens woede nooit ver*moeien, zuster en vriend van moordend Mars, die, van eerst maar laag in gestalte, kweken tot zij uprears haar hoofd aan hemel, hoewel haar voet nog op aarde. _ zij het dat gaan ongeveer onder hen en gooien onderaan onenigheid aan de in de was zetten van verdriet met zelfs hand tussen hen.

_ wanneer zij bijeen:komen in één plaats schild botsen met schild en spear met spear in de woede van slag. _ de leiden schild slaan op andere, en daar een landloper vanaf een groot massa dood-schreeuw en schreeuw van triomf van doden en slayers, en de aarde in werking stellen rood met bloed. _ aangezien bergstroom zwellen met regen cursus gek onderaan hun diep kanaal tot de boos vloed ontmoeten in sommige kloof, en de herder de helling horen hun brullen van afar- zelfs zulke de zware arbeid en uproar van de gastheer aangezien zij aan:sluiten in slag.

_ eerste Antilochus zwenken een be*wapenen strijder van de Trojans, Echepolus, zoon van Thalysius, be*strijden in de belangrijkste rang. _ hij slaan bij de ont*werpen deel van zijn helm en drijven de spear in zijn brow; _ de punt van brons door*dringen de been, en duisternis ver*sluieren zijn oog; _ headlong als een toren hij vallen amid de pers van de strijd, en aangezien hij laten vallen koning Elephenor, zoon van Chalcodon en kapitein van de trots Abantes beginnen slepen hem uit bereik van de pijltje dat vallen rond hem, haastig aan strook hem van zijn pantser. _ maar zijn doel niet voor lang; _ Agenor zien hem helen de lichaam weg, en smote hem in de kant met zijn brons-schoeien spear- voor aangezien hij buigen zijn kant ver*laten onbeschermd door zijn schild en zo hij om:komen. _ dan de strijd tussen Trojans en Achaeans kweken woedend over zijn lichaam, en zij vliegen op elkaar als wolf, mens en mens verpletteren op de andere.

_ onmiddellijk Ajax, zoon van Telamon, zwenken de eerlijk jeugd Simoeisius, zoon van Anthemion, die zijn moeder dragen door de bank van de Simois, aangezien zij komen neer van Mt. Ida, waar zij hebben met haar ouder te zien hun troep. _ daarom hij noemen Simoeisius, maar hij niet leven te be*talen zijn ouder voor zijn groot:brengen, want hij af:snijden untimely door de spear van machtig Ajax, die slaan hem in de borst door de juist uitsteeksel aangezien hij komen onder de belangrijkste vechter; _ de spear gaan net door zijn schouder, en hij vallen als een populier dat hebben kweken recht en lang in een weide door wat zuiver, en zijn bovenkant dik met tak. _ dan de wheelwright leggen zijn bijl aan zijn wortel dat hij kunnen vormen een felloe voor de wiel van sommige goodly blokkenwagen, en het liggen kruiden door de waterside. _ in zulke wijs doen Ajax vallen aan aarde Simoeisius, zoon van Anthemion. _ daarop Antiphus van de gleaming corslet, zoon van Priam, slingeren een spear bij Ajax van amid de menigte en missen hem, maar hij raken Leucus, de moedig kameraad van Ulysses, in de lies, aangezien hij slepen de lichaam van Simoeisius over aan de ander kant; _ zo hij vallen op de lichaam en los:maken zijn greep op het. _ Ulysses woedend wanneer hij zien Leucus doden, en strode in volledig pantser door de voor rang tot hij vrij dicht; _ dan hij schitteren rond hem en nemen doel, en de Trojans vallen terug aangezien hij doen zo. _ zijn pijltje niet ver*zenden vergeefs, want het slaan Democoon, de bastaard zoon van Priam, die hebben komen aan hem van Abydos, waar hij hebben last van zijn vader merrie. _ Ulysses, razend maken door de dood van zijn kameraad, klap hem met zijn spear op één tempel, en de brons punt komen door op de ander kant van zijn voorhoofd. _ daarop duisternis ver*sluieren zijn oog, en zijn pantser bellen rammelen om hem aangezien hij vallen zwaar aan de grond. _ Hector, en zij dat in voorzijde, dan geven rond terwijl de Argives op:heffen een schreeuw en af:leiden de dood, drukken verderop aangezien zij doen zo. _ maar Apollo kijken neer van Pergamus en roepen hardop aan de Trojans, want hij displeased. _ „Trojans,“ hij schreeuwen, „stormloop op de vijand, en niet laten zich zo slaan door de Argives. _ hun huid niet steen noch ijzer dat wanneer klap hen u doen hen geen kwaad. _ bovendien, Achilles, de zoon van mooi Thetis, niet be*strijden, maar ver*zorgen zijn woede bij de schip.“

_ dus spreken de machtig god, schreeuwen aan hen van de stad, terwijl Jove redoubtable dochter, de trito-geboren, gaan ongeveer onder de gastheer van de Achaeans, en aan:sporen hen voorwaarts wanneer zij beheld hen ver*minderen.

_ dan lot vallen op Diores, zoon van Amarynceus, want hij slaan door een scherp steen dichtbij de ancle van zijn juist been. _ hij dat slingeren het Peirous, zoon van Imbrasus, kapitein van de Thracians, die hebben komen van Aenus; _ de been en beide de pees verpletteren door de pitiless steen. _ hij vallen aan de grond op zijn rug, en in zijn dood throes uit:rekken uit zijn hand naar zijn kameraad. _ maar Peirous, die hebben ver*wonden hem, op:springen op hem en duwen een spear in zijn buik, zodat zijn darm komen gutsen uit op de grond, en duisternis ver*sluieren zijn oog. _ aangezien hij ver*laten de lichaam, Thoas van Aetolia slaan hem in de borst dichtbij de uitsteeksel, en de punt be*vestigen zich in zijn long. _ Thoas komen dicht tot hem, trekken de spear uit zijn borst, en toen trekken zijn zwaard, smote hem in het midden van de buik zodat hij sterven; _ maar hij niet ont*doen hem van zijn pantser, voor zijn Thracian kameraad, mens die dragen hun haar in een bosje bij de bovenkant van hun hoofd, be*vinden om de lichaam en houden hem weg met hun lang spears voor alle zijn groot gestalte en valour; _ zo hij drijven terug. _ dus de twee corpses leggen uit:rekken op aarde dichtbij te elkaar, de één kapitein van de Thracians en de andere van de Epeans; _ en veel andere vallen om hen.

_ en nu geen mens hebben maken licht van de be*strijden als hij kunnen hebben gaan ongeveer onder het scatheless en unwounded, met Minerva leiden hem door de hand, en be*schermen hem van de onweer van spears en pijl. _ voor veel Trojans en Achaeans op dat dag leggen uit:rekken zij aan zij gezicht naar beneden op de aarde.

_ | _ boek III _ | _ Homerus _ | _ boek V _ |


_ auteursrecht © 2005 alle recht Reserved.Focusmm.com
Mediterranean Cruises | Turkey Hotels | Greece Holiday | Italy Holidays | Cheap France Holidays | Spain Villa | Flights to Malta | Lebanon Holiday | Egypt Travel | Tunisia Tours | Moroccon Villas

Bodrum Turkey Travel | Istanbul Turkey Holiday | Flights to Turkey | Turkey Travel | Antalya Turkey Holidays | Turkey Hotel | Turkey Holiday | Marmaris Turkey Holiday