_ beschaving



_ de Iliad

_ door Homerus

_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler

_ | _ boek V _ | _ Homerus _ | _ boek VII _ |


_ boek VI


_ de strijd tussen Trojans en Achaeans nu ver*laten te woeden aangezien het, en de getijde van oorlog schommelen hither en thither over de vlakte aangezien zij streven hun brons-schoeien spears bij elkaar tussen de stroom van Simois en Xanthus.

_ eerst, Ajax zoon van Telamon, toren van sterkte aan de Achaeans, breken een phalanx van de Trojans, en komen aan de hulp van zijn kameraad door doden Acamas zoon van Eussorus, de best mens onder de Thracians, zowel moedig en van groot gestalte. _ de spear slaan de ont*werpen piek van zijn helm: _ zijn brons punt toen gaan door zijn voorhoofd in de hersenen, en duisternis ver*sluieren zijn oog.

_ dan Diomed doden Axylus zoon van Teuthranus, een rijk mens die leven in de sterk stad van Arisbe, en geliefd door alle mens; _ want hij hebben een huis door de kant van de weg, en onder*houden elk die over:gaan; _ howbeit niet één van zijn gast be*vinden vóór hem te bewaren zijn leven, en Diomed doden zowel hem en zijn squire Calesius, die toen zijn charioteer- zodat de paar over:gaan onder de aarde.

_ Euryalus doden Dresus en Opheltius, en toen gaan in achtervolging van Aesepus en Pedasus, die de naiad nymph Abarbarea hebben dragen aan edel Bucolion. _ Bucolion oud zoon aan Laomedon, maar hij een bastaard. _ terwijl neigen zijn schaap hij hebben omgekeerde met de nymph, en zij op:vatten tweeling zoon; _ deze de zoon van Mecisteus nu zwenken, en hij ont*doen de pantser van hun schouder. _ Polypoetes toen doden Astyalus, Ulysses Pidytes van Percote, en Teucer Aretaon. _ Ablerus vallen door de spear van Nestor zoon Antilochus, en Agamemnon, koning van mens, doden Elatus die blijven stilstaan in Pedasus door de bank van de rivier Satnioeis. _ Leitus doden Phylacus aangezien hij vliegen, en Eurypylus zwenken Melanthus.

_ dan Menelaus van de luid oorlog-schreeuw nemen Adrestus levend, want zijn paard in werking stellen in een tamarisk struik, aangezien zij vliegen wild over de vlakte, en breken de pool van de auto; _ zij gaan naar de stad samen met de andere in volledig vlucht, maar Adrestus ont*wikkelen, en vallen in de stof vlak op zijn gezicht door de wiel van zijn blokkenwagen; _ Menelaus komen tot hem spear ter beschikking, maar Adrestus vangen hem door de knie bedelen voor zijn leven. _ „nemen me levend,“ hij schreeuwen, „zoon van Atreus, en u hebben een volledig losgeld voor me: _ mijn vader rijk en hebben veel schat van goud, brons, en vervaardigd ijzer leggen langs in zijn huis. _ van dit opslag hij geven u een groot losgeld moeten hij ver*nemen mijn levend en bij de schip van de Achaeans.“

_ dus hij pleiten, en Menelaus voor op:brengen en geven hem aan een squire te nemen aan de schip van de Achaeans, maar Agamemnon komen lanceren aan hem en be*rispen hem. _ „mijn goed Menelaus,“ zeggen hij, „dit geen tijd voor geven kwart. _ hebben, dan, uw huis gaan zo goed bij de hand van de Trojans? _ laten ons niet sparen een enig één van hen niet zelfs de kind ongeboren en in zijn moeder womb; _ laten niet een mens van hen ver*laten levend, maar laten allen in Ilius om:komen, unheeded en vergeten.“

_ dus hij spreken, en zijn broer overreden door hem, want zijn woord enkel. _ Menelaus, daarom, duw Adrestus van hem, waarop koning Agamemnon slaan hem in de flank, en hij vallen: _ dan de zoon van Atreus planten zijn voet op zijn borst te trekken zijn spear van de lichaam.

_ ondertussen Nestor schreeuwen aan de Argives, zeggen, „mijn vriend, Danaan strijder, bediende van Mars, laten geen mens vertraging dat hij kunnen bederven de doden, en brengen terug veel booty aan de schip. _ laten ons doden zo velen aangezien wij kunnen; _ de lichaam liggen op de vlakte, en u kunnen plunderen hen laat bij uw tijd.“

_ met deze woord hij zetten hart en ziel in hen allen. _ en nu de Trojans hebben leiden en drijven terug in Ilius, hebben niet Priam zoon Helenus, wijs van voor*spellen, zeggen aan Hector en Aeneas, „Hector en Aeneas, u twee de steunpilaar van de Trojans en Lycians, want u belangrijkste op elk moment, gelijk in strijd en advies; _ houden uw grond hier, en gaan ongeveer onder de gastheer te verzamelen hen voor de poort, of zij gooien zich in de wapen van hun vrouw, aan de groot vreugde van ons vijand. _ dan, wanneer u hebben zetten hart in alle ons bedrijf, wij be*vinden vast hier en be*strijden de Danaans hoe hard zij drukken ons, voor daar niets anders te doen. _ ondertussen doen u, Hector, gaan aan de stad en ver*tellen ons moeder wat gebeuren. _ ver*tellen haar te bieden de matrons verzamelen bij de tempel van Minerva in de acropolis; _ laten haar toen nemen haar zeer belangrijk en openen de deur van de heilig gebouw; _ daar, op de knie van Minerva, laten haar leggen de groot, eerlijk robe zij hebben in haar huis de zij plaatsen meeste opslag door; _ laten haar, bovendien, be*loven te offeren twaalf eenjarig vaars dat hebben nooit nog voelen de goad, in de tempel van de godin, als zij nemen medelijden op de stad, met de vrouw en klein degenen van de Trojans, en houden de zoon van Tydeus van vallen op de goodly stad van Ilius; _ voor hij be*strijden met woede en vullen mens ziel met paniek. _ IK houden hem machtig van hen allen; _ wij niet vrezen zelfs hun groot kampioen Achilles, zoon van een godin hoewel hij, aangezien wij doen dit mens: _ zijn woede voorbij alle grens, en daar niets kunnen vie met hem in dapperheid“

_ Hector doen aangezien zijn broer bieden hem. _ hij op:springen van zijn blokkenwagen, en gaan over overal onder de gastheer, brandishing zijn spears, aan:sporen de mens be*strijden, en op:heffen de ontzetting schreeuw van slag. _ daarop zij verzamelen en opnieuw onder ogen zien de Achaeans, die geven grond en op:houden hun moordend begin, want zij achten dat iemand van de immortals hebben komen neer van starry hemel te helpen de Trojans, zo vreemd hebben zij verzamelen. _ en Hector schreeuwen aan de Trojans, „Trojans en bondgenoot, mens, mijn vriend, en strijd met kunnen en belangrijkst, terwijl IK gaan aan Ilius en ver*tellen de oud mens van ons raad en ons vrouw te bidden aan de god en gelofte hecatombs in hun eer.“

_ met dit hij gaan zijn manier, en de zwart rand van huid dat gaan om zijn schild slaan tegen zijn hals en zijn ancles.

_ dan Glaucus zoon van Hippolochus, en de zoon van Tydeus gaan in de open ruimte tussen de gastheer te be*strijden in enig gevecht. _ wanneer zij dicht tot elkaar Diomed van de luid oorlog-schreeuw de eerste te spreken. _ „Who, mijn goed heer,“ zeggen hij, „wie u onder mens? _ IK hebben nooit zien u in slag tot nu toe, maar u durven voorbij alle andere als u ver*blijven mijn begin. _ narigheid aan die vader wiens zoon onder ogen zien mijn kunnen. _ als, nochtans, u één van de immortals en hebben komen neer van hemel, IK niet be*strijden u; _ voor zelfs moedig Lycurgus, zoon van Dryas, niet leven lang wanneer hij nemen aan be*strijden met de god. _ hij het dat drijven de ver*zorgen vrouw die verantwoordelijk voor frenzied Bacchus door de land van Nysa, en zij gooien hun thyrsi ter plaatse aangezien moordend Lycurgus slaan hen met zijn oxgoad. _ Bacchus zelf werpen verschrikking-getroffen in de overzees, en Thetis nemen hem aan haar boezem te troosten hem, want hij doen schrikken door de woede met dat de mens reviled hem. _ daarop de god die leven bij gemak boos met Lycurgus en de zoon van Saturnus slaan hem blind, noch hij leven veel lang nadat hij hebben worden hateful aan de immortals. _ daarom IK niet be*strijden met de zegenen god; _ maar als u van hen dat eten de fruit van de grond, trekken dichtbij en ontmoeten uw noodlot.“

_ en de zoon van Hippolochus antwoorden, zoon van Tydeus, waarom vragen me van mijn lineage? _ mens komen en gaan zoals blad jaar na jaar op de boom. _ die van herfst de wind af:werpen op de grond, maar wanneer lente terug:keren de bos knop vooruit met vers wijnstok. _ maar toch het met de generatie van mensheid, de nieuw lente omhoog aangezien de oud over:gaan weg. _ als, toen, u leren mijn afdaling, het dat goed - kennen aan velen. _ daar een stad in de hart van Argos, weiland weiland van paard, roepen Ephyra, waar Sisyphus leven, die de craftiest van alle mensheid. _ hij de zoon van Aeolus, en hebben een zoon noemen Glaucus, die vader aan Bellerophon, die hemel begiftigen met de het meest over*treffen comeliness en schoonheid. _ maar Proetus be*denken zijn ruïne, en sterk dan hij, drijven hem van de land van de Argives, over dat Jove hebben maken hem heerser. _ voor Antea, vrouw van Proetus, begeren na hem, en hebben hebben hem liggen met haar in geheim; _ maar Bellerophon een eerbaar mens en niet, zodat zij ver*tellen leugen over hem aan proteusbacterie. _ „Proetus,“ zeggen zij, „doden Bellerophon of matrijs, want hij hebben hebben omgekeerde met me tegen mijn wil.“ _ de koning irriteren, maar krimpen van doden Bellerophon, zodat hij ver*zenden hem aan Lycia met liggen brief van inleiding, schrijven op een vouwen tablet, en be*vatten veel ziek tegen de drager. _ hij bieden Bellerophon tonen deze brief aan zijn schoonvader, aan de eind dat hij kunnen zo om:komen; _ Bellerophon daarom gaan aan Lycia, en de god convoyed hem veilig.

_ „wanneer hij be*reiken de rivier Xanthus, dat in Lycia, de koning ont*vangen hem met alle goodwill, feesten hem negen dag, en doden negen vaars in zijn eer, maar wanneer rooskleurig-fingered ochtend ver*schijnen op de tiende dag, hij vragen hem en wensen te zien de brief van zijn schoonzoon Proetus. _ wanneer hij hebben ont*vangen de slecht brief hij eerst bevelen Bellerophon te doden dat primitief monster, de Chimaera, die niet een menselijk wezen, maar een godin, want zij hebben de hoofd van een leeuw en de staart van een serpent, terwijl haar lichaam dat van een geit, en zij ademen vooruit vlam van brand; _ maar Bellerophon zwenken haar, want hij leiden door teken van hemel. _ hij daarna be*strijden de ver-famed Solymi, en dit, zei hij, de hard van alle zijn slag. _ ten derde, hij doden de Amazonië, vrouw die de edele van mens, en aangezien hij terug:keren vandaar de koning be*denken nog een ander plan voor zijn vernietiging; _ hij plukken de moedig strijder in alle Lycia, en plaatsen hen in ambuscade, maar niet een mens ooit terug:komen, voor Bellerophon doden elk één van hen. _ dan de koning kennen dat hij moeten de moedig nakomelingen van een god, zodat hij houden hem in Lycia, geven hem zijn dochter in huwelijk, en maken hem van gelijke eer in de koninkrijk met zich; _ en de Lycians geven hem een stuk van land, de beste in alle de land, eerlijk met wijngaard en be*werken gebied, te hebben en te houden.

_ „de koning dochter dragen Bellerophon drie kind, Isander, Hippolochus, en Laodameia. _ Jove, de Lord van advies, leggen met Laodameia, en zij dragen hem edel Sarpedon; _ maar wanneer Bellerophon komen te haten door alle de god, hij wandelen alle troosteloos en met wanhoop ver*vullen op de Alean vlakte, knagen bij zijn eigen hart, en mijden de weg van mens. _ Mars, insatiate van slag, doden zijn zoon Isander terwijl hij be*strijden de Solymi; _ zijn dochter doden door Diana van de gouden teugel, want zij irriteren met haar; _ maar Hippolochus vader aan mij, en wanneer hij ver*zenden me aan Troy hij aan:sporen me opnieuw en opnieuw te be*strijden ooit onder de belangrijkste en outvie mijn edele, zo zo niet aan schande de bloed van mijn vader die de edel in Ephyra en in alle Lycia. _ dit, toen, de afdaling IK eisen.“

_ dus hij spreken, en de hart van Diomed blij. _ hij planten zijn spear in de grond, en spreken aan hem met vriendschappelijk woord. _ „toen,“ hij zeggen, u een oud vriend van mijn vader huis. _ groot Oeneus zodra onder*houden Bellerophon voor twintig dag, en de twee ruilen voor:stellen. _ Oeneus geven een riem rijke met purple, en Bellerophon een dubbel kop, dat IK ver*laten thuis wanneer IK op:stellen voor Troy. _ IK niet herinneren Tydeus, want hij nemen van ons terwijl IK nog een kind, wanneer de leger van de Achaeans snijden aan stuk vóór Thebes. _ voortaan, nochtans, IK moeten uw gastheer in midden Argos, en u ontginnen in Lycia, als IK moeten ooit gaan daar; _ laten ons ver*mijden één - van iemand anders spears zelfs tijdens een algemeen overeenkomst; _ daar veel edel Trojans en bondgenoot die IK kunnen doden, als IK over*vallen hen en hemel leveren hen in mijn hand; _ zo opnieuw met zich, daar veel Achaeans wiens leven u kunnen nemen als u kunnen; _ wij twee, toen, ruilen pantser, dat allen huidig kunnen kennen van de oud band dat blijven bestaan tussen ons. „

_ met deze woord zij op:springen van hun blokkenwagen, be*grijpen één - van iemand anders hand, en plighted vriendschap. _ maar de zoon van Saturnus maken Glaucus nemen verlof van zijn verstand, want hij ruilen gouden pantser voor brons, de waarde van een honderd hoofd van vee voor de waarde van negen.

_ nu wanneer Hector be*reiken de Scaean poort en de eiken boom, de vrouw en dochter van de Trojans komen in werking stellen naar hem te vragen na hun zoon, broer, kinsmen, en echtgenoot: _ hij ver*tellen hen te plaatsen ongeveer bidden aan de god, en velen maken treurig aangezien zij horen hem.

_ weldra hij be*reiken de schitterend palace van koning Priam, ver*sieren met colonnade van houwen steen. _ in het daar vijftig bedchambers- elk van houwen steen bouwen dichtbij elkaar, waar de zoon van Priam slapen, elk met van hem wedded vrouw. _ tegenover deze, op de ander kant de binnenplaats, daar twaalf hoger ruimte ook van houwen steen voor Priam dochter, bouwen dichtbij elkaar, waar zijn zoon-in-wet slapen met hun vrouw. _ wanneer Hector krijgen daar, zijn dierbaar moeder komen tot hem met Laodice de eerlijk van haar dochter. _ zij nemen zijn hand binnen haar en zeggen, „mijn zoon, waarom hebben u ver*laten de slag te komen hither? _ de Achaeans, narigheid betide hen, drukken u hard over de stad dat u hebben gedachte geschikt te komen en ondersteuning uw hand aan Jove van de citadel? _ wachten tot IK kunnen brengen u wijn dat u kunnen maken aan:bieden aan Jove en aan de ander immortals, en kunnen toen drinken en ver*frissen. _ wijn geven een mens vers sterkte wanneer hij vermoeien, aangezien u nu met be*strijden namens uw kinsmen.“

_ en Hector antwoorden, „eren moeder, brengen geen wijn, tenzij u unman me en IK vergeten mijn sterkte. _ IK durven niet maken een drank-aan:bieden aan Jove met ongewassen hand; _ die bespattered met bloed en vuiligheid kunnen niet bidden aan de zoon van Saturnus. _ krijgen de matrons samen, en gaan met dienstenaanbod aan de tempel van Minerva bestuurder van de grond; _ daar, op de knie van Minerva, leggen de groot en eerlijk robe u hebben in uw huis de u plaatsen meeste opslag langs; _ belofte, bovendien, te offeren twaalf eenjarig vaars dat hebben nooit nog voelen de goad, in de tempel van de godin als zij nemen medelijden op de stad, met de vrouw en klein degenen van de Trojans, en houden de zoon van Tydeus van van de goodly stad van Ilius, want hij be*strijden met woede, en vullen mens ziel met paniek. _ gaan, dan, aan de tempel van Minerva, terwijl IK zoeken Parijs en aan:manen hem, als hij horen mijn woord. _ dat de aarde kunnen openen haar kaak en slikken hem, voor Jove kweken hem te de bane van de Trojans, en van Priam en Priam zoon. _ kunnen IK maar zien hem gaan neer in de huis van Hades, mijn hart vergeten zijn heaviness.“

_ zijn moeder gaan in de huis en roepen haar wachten-vrouw die verzamelen de matrons door de stad. _ zij toen gaan neer in haar geurig provisiekamer, waar haar borduren robe houden, de werk van Sidonian vrouw, die Alexandrus hebben brengen over van Sidon wanneer hij varen de overzees op dat reis tijdens dat hij dragen van Helen. _ Hecuba nemen uit de groot robe, en de dat het meest prachtig verrijken met borduurwerk, als een aan:bieden aan Minerva: _ het schitteren als een ster, en leggen bij de zeer bodem van de borst. _ met dit zij gaan op haar manier en veel matrons met haar.

_ wanneer zij be*reiken de tempel van Minerva, mooi Theano, dochter van Cisseus en vrouw van Antenor, openen de deur, voor de Trojans hebben maken haar priestess van Minerva. _ de vrouw op:heffen omhoog hun hand aan de godin met een luid schreeuw, en Theano nemen de robe te leggen het op de knie van Minerva, bidden de tijdje aan de dochter van groot Jove. _ „heilig Minerva,“ zij schreeuwen, „protectress van ons stad, machtig godin, breken de spear van Diomed en leggen hem laag vóór de Scaean poort. _ doen dit, en wij offeren twaalf vaars dat hebben nooit nog kennen de goad, in uw tempel, als u hebben medelijden op de stad, met de vrouw en klein degenen als de Trojans.“ _ dus zij bidden, maar Pallas Minerva ver*lenen niet haar gebed.

_ terwijl zij zo bidden aan de dochter van groot Jove, Hector gaan aan de eerlijk huis van Alexandrus, dat hij hebben bouwen voor hem door de belangrijkste bouwer in de land. _ zij hebben bouwen hem zijn huis, pakhuis, en binnenplaats dichtbij die van Priam en Hector op de acropolis. _ hier Hector binnen:gaan, met een spear elf cubits lang in zijn hand; _ de brons punt gleamed voor hem, en vast:maken aan de schacht van de spear door een ring van goud. _ hij vinden Alexandrus binnen de huis, busied over zijn pantser, zijn schild en cuirass, en be*handelen zijn gebogen boog; _ daar, ook, zitten Argive Helen met haar vrouw, plaatsen hen hun verscheidene taak; _ en aangezien Hector zien hem hij be*rispen hem met woord van minachting. _ „heer,“ zeggen hij, „u doen ziek te ver*zorgen dit wrok; _ de mensen om:komen be*strijden om dit ons stad; _ u zelf berispen die u zien shirking zijn deel in de gevecht. _ op toen, of ere lang de stad in een uitbarsting.“

_ en Alexandrus antwoorden, „Hector, uw berisping enkel; _ luisteren daarom, en geloven me wanneer IK ver*tellen u dat IK niet hier zo veel door wrok of kwade wil naar de Trojans, vanaf een wens te tevreden stellen mijn zorg. _ mijn vrouw zelfs nu zacht aan:sporen me te vechten, en IK houden het beter dat IK moeten gaan, voor overwinning ooit fickle. _ wachten, dan, terwijl IK zetten op mijn pantser, of gaan eerst en IK volgen. _ IK zeker te over*vallen u.“

_ Hector maken geen antwoord, maar Helen proberen aan soothe hem. _ „broer,“ zeggen zij, „aan mijn abhorred en sinful zelf, dat een whirlwind hebben vangen me omhoog op de dag mijn moeder brengen me vooruit, en hebben dragen me aan sommige berg of aan de golf van de brullen overzees dat moeten hebben vegen me weg ere dit ellende hebben komen ongeveer. _ maar, aangezien de god hebben be*denken deze kwaad, in ieder geval, dat IK hebben vrouw aan een beter mens aan die kunnen slim onder schande en mens kwaad toespraak. _ dit kameraad nooit nog te af:hangen op, noch nooit, en hij zeker oogsten wat hij hebben zaaien. _ nog, broer, komen binnen en rusten op dit zetel, want het u die dragen de brunt van dat zware arbeid dat hebben veroorzaken door mijn hateful zelf en door de zonde van Alexandrus- allebei van die Jove hebben veroor*delen te een thema van lied onder die dat geboren hierna.“

_ en Hector antwoorden, „bieden me niet zetten, Helen, voor alle de goodwill u dragen me. _ IK niet kunnen blijven. _ IK haastig te helpen de Trojans, die missen me zeer wanneer IK niet onder hen; _ maar aan:sporen uw echtgenoot, en van zijn eigen zelf ook laten hem maken haast te over*vallen me alvorens IK uit de stad. _ IK moeten gaan naar huis te zien mijn huishouden, mijn vrouw en mijn klein zoon, voor IK kennen niet of IK ooit opnieuw terug:keren aan hen, of of de god veroorzaken me te vullen door de hand van de Achaeans.“

_ dan Hector ver*laten haar, en onmiddellijk bij zijn eigen huis. _ hij niet vinden Andromache, want zij op de muur met haar kind en één van haar meisje, huilen bitter. _ zien, toen, dat zij niet binnen, hij be*vinden op de drempel van de vrouw ruimte en zeggen, „vrouw, ver*tellen me, en ver*tellen me waar, waar Andromache gaan wanneer zij ver*laten de huis? _ het aan mijn zuster, of aan mijn broer vrouw? _ of zij bij de tempel van Minerva waar de ander vrouw propitiating de vreselijk godin?“

_ zijn goed huishoudster antwoorden, „Hector, aangezien u bieden me ver*tellen u echt, zij niet gaan aan uw zuster noch aan uw broer vrouw, noch nog aan de tempel van Minerva, waar de ander vrouw propitiating de vreselijk godin, maar zij op de hoog muur van Ilius, want zij hebben horen de Trojans hard drukken, en dat de Achaeans in groot kracht: _ zij gaan aan de muur in frenzied haast, en de verpleegster gaan met haar dragen de kind.“

_ Hector haastig van de huis wanneer zij hebben doen spreken, en gaan onderaan de straat door de zelfde manier dat hij hebben komen. _ wanneer hij hebben gaan door de stad en hebben be*reiken de Scaean poort door dat hij uit:gaan op de vlakte, zijn vrouw komen in werking stellen naar hem, Andromache, dochter van groot Eetion die be*slissen in Thebe onder de bebost helling van Mt. Placus, en koning van de Cilicians. _ zijn dochter hebben huwen Hector, en nu komen te ontmoeten hem met een verpleegster die dragen zijn klein kind in haar boezem een zuiver babe. _ Hector darling zoon, en mooi als een ster. _ Hector hebben noemen hem Scamandrius, maar de mensen roepen hem Astyanax, voor zijn vader be*vinden alleen als belangrijkst beschermer van Ilius. _ Hector glimlachen aangezien hij kijken op de jongen, maar hij niet spreken, en Andromache be*vinden door hem huilen en nemen van hem in:dienen haar. _ „beste echtgenoot,“ zeggen zij, „uw valour brengen u aan vernietiging; _ denken op uw zuigeling zoon, en op mijn ongelukkig zelf wie ere lang uw weduwe voor de Achaeans plaatsen op u in een lichaam en doden u. _ het beter voor me, moeten IK verliezen u, te liggen volkomen en be*graven, voor IK hebben niets ver*laten te troosten me wanneer u gaan, behalve slechts verdriet. _ IK hebben noch vader noch moeder nu. _ Achilles zwenken mijn vader wanneer hij ont*slaan Thebe de goodly stad van de Cilicians. _ hij zwenken hem, maar niet voor zeer schande plunderen hem; _ wanneer hij hebben branden hem in zijn wonderbaarlijk pantser, hij op:heffen een kruiwagen over zijn as en de berg nymphs, dochter van aegis-dragen Jove, planten een bosje van iep over zijn graf. _ IK hebben zeven broer in mijn vader huis, maar op dezelfde dag zij allen gaan binnen de huis van Hades. _ Achilles doden hen aangezien zij met hun schaap en vee. _ mijn moeder haar die hebben koningin van alle de land onder Mt. Placus- hij brengen hither met de grond, en bevrijden haar voor een groot som, maar de schutter koningin Diana nemen haar in de huis van uw vader. _ Nay- Hector u die aan me vader, moeder, broer, en beste echtgenoot hebben genade op me; _ verblijf hier op dit muur; _ maken niet uw kind fatherless, en uw vrouw een weduwe; _ zoals voor de gastheer, plaatsen hen dichtbij de fig.-boom, waar de stad kunnen het best schrapen, en de muur zwak. _ driemaal hebben de moedig van hen komen thither en bestormen het, onder de twee Ajaxes, Idomeneus, de zoon van Atreus, en de moedig zoon van Tydeus, of van hun eigen bieden, of omdat sommige soothsayer hebben ver*tellen hen.“

_ en Hector antwoorden, „vrouw, IK ook hebben denken op dit alles, maar met welk gezicht moeten IK kijken op de Trojans, mens of vrouw, als IK shirked slag als een lafaard? _ IK niet kunnen doen zo: _ IK kennen niets behalve aan strijd bravely aan het front van de Trojan gastheer en winnen renown gelijk voor mijn vader en zelf. _ goed IK kennen dat de dag zeker komen wanneer machtig Ilius vernietigen met Priam en Priam mensen, maar IK grieve voor niets van deze niet zelfs voor Hecuba, noch koning Priam, noch voor mijn broer velen en moedig wie kunnen vallen in de stof alvorens hun vijand voor niets van deze IK grieve zoals voor zich wanneer de dag komen op dat iemand van de Achaeans roven u voor ooit van uw vrijheid, en dragen u huilen weg. _ het kunnen dat u moeten be*oefenen de weefgetouw in Argos bij de bieden van een maitresse, of aan haal water van de lente Messeis of Hypereia, be*handelen brutaal door sommige wreed taak-meester; _ dan één zeggen wie zien u huilen, „zij vrouw aan Hector, de moedig strijder onder de Trojans tijdens de oorlog vóór Ilius.“ _ op dit uw scheur breken vooruit opnieuw voor hem die hebben zetten weg de dag van gevangenschap van u. _ mogen IK liggen volkomen onder de kruiwagen dat op:hopen over mijn lichaam ere IK horen uw schreeuw aangezien zij dragen u in bondage. „

_ hij uit:rekken zijn wapen naar zijn kind, maar de jongen schreeuwen en nestled in zijn verpleegster boezem, doen schrikken bij de gezicht van zijn vader pantser, en bij de paardehaar pluim dat neigen hevig van zijn helm. _ zijn vader en moeder lachen te zien hem, maar Hector nemen de helm van zijn hoofd en leggen het allen gleaming op de grond. _ dan hij nemen zijn darling kind, kussen hem, en dandled hem in zijn wapen, bidden over hem de tijdje aan Jove en aan alle de god. _ „Jove,“ hij schreeuwen, „toelage dat dit mijn kind kunnen zelfs als zelf, leider onder de Trojans; _ laten hem niet minder uitstekend in sterkte, en laten hem be*slissen Ilius met zijn kunnen. _ dan kunnen één zeggen van hem aangezien hij komen van slag, „de zoon ver beter dan de vader.“ _ mei hij brengen terug de met bloed bevlekt bederven van hem die hij hebben leggen laag, en laten zijn moeder hart blij._ '„

_ met dit hij leggen de kind opnieuw in de wapen van zijn vrouw, die nemen hem aan haar eigen zacht boezem, glimlachen door haar scheur. _ aangezien haar echtgenoot letten haar zijn hart yearned naar haar en hij strelen haar fondly, zeggen, „mijn eigen vrouw, niet nemen deze ding ook bitter aan hart. _ niemand kunnen ver*haasten me neer aan Hades vóór mijn tijd, maar als een man uur komen, hij moedig of hij lafaard, daar geen vlucht voor hem wanneer hij hebben eens geboren. _ gaan, toen, binnen de huis, en bezig zelf met uw dagelijks plicht, uw weefgetouw, uw distaff, en de opdracht geven van uw bediende; _ want oorlog man kwestie, en mijn vooral andere van hen dat hebben geboren in Ilius.“

_ hij nemen van hem plumed helm van de grond, en zijn vrouw terug:gaan opnieuw aan haar huis, huilen bitter en vaak kijken terug naar hem. _ wanneer zij be*reiken haar huis zij vinden haar meisje binnen, en bieden hen allen aan:sluiten in haar be*treuren; _ zo zij rouwen Hector in zijn eigen huis hoewel hij nog levend, want zij achten dat zij moeten nooit zien hem terug:keren brandkast van slag, en van de woedend hand van de Achaeans.

_ Parijs niet blijven lang in zijn huis. _ hij aan:trekken zijn goodly pantser be*dekken met brons, en hasted door de stad zo snel aangezien zijn voet kunnen nemen hem. _ aangezien een paard, stabled en voeden, breken los en galopperen gloriously over de vlakte aan de plaats waar hij niet te baden in de eerlijk-stromen rivier hij houden zijn hoofd hoogte, en zijn manen stroom op zijn schouder aangezien hij exults in zijn sterkte en vliegen als de wind aan de achter*volgen en voeden grond van de merrie maar toch gaan vooruit Parijs van hoog Pergamus, gleaming als zonlicht in zijn pantser, en hij lachen hardop aangezien hij ver*zenden vlug op zijn manier. _ onmiddellijk hij komen op zijn broer Hector, die toen draaien vanaf de plaats waar hij hebben houden omgekeerde met zijn vrouw, en hij zelf de eerste te spreken. _ „heer,“ zeggen hij, „IK vrezen dat IK hebben houden u wachten wanneer u haastig, en hebben niet komen zo snel aangezien u bieden me.“

_ „mijn goed broer,“ antwoorden Hector, u be*strijden bravely, en geen mens met om het even welk rechtvaardigheid kunnen maken licht van uw doings in slag. _ maar u achteloos en moedwillig remiss. _ het grieves me aan de hart te horen de ziek dat de Trojans spreken over u, want zij hebben lijden veel op uw rekening. _ laten ons gaan, en wij maken ding net hiernavolgend, moeten Jove vouchsafe ons te plaatsen de kop van ons deliverance alvorens ooit-leven god van hemel in ons eigen huis, wanneer wij hebben achter*volgen de Achaeans van Troy. „

_ | _ boek V _ | _ Homerus _ | _ boek VII _ |


_ auteursrecht © 2005 alle recht Reserved.Focusmm.com
Mediterranean Cruises | Turkey Hotels | Greece Holiday | Italy Holidays | Cheap France Holidays | Spain Villa | Flights to Malta | Lebanon Holiday | Egypt Travel | Tunisia Tours | Moroccon Villas

Bodrum Turkey Travel | Istanbul Turkey Holiday | Flights to Turkey | Turkey Travel | Antalya Turkey Holidays | Turkey Hotel | Turkey Holiday | Marmaris Turkey Holiday