_ beschaving



_ de Iliad

_ door Homerus

_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler

_ | _ boek VII _ | _ Homerus _ | _ boek IX _ |


_ boek VIII


_ nu wanneer ochtend, bekleed in haar robe van saffraan, hebben beginnen te be*dekken licht over de aarde, Jove roepen de god in raad op de hoogste kam van randen Olympus. _ dan hij spreken en alle de ander god geven oor. _ „horen me,“ zeggen hij, „god en godin, dat IK kunnen spreken zelfs aangezien IK letten. _ laten niets van u noch godin noch god proberen te kruisen me, maar uit:voeren me elk één van u dat IK kunnen brengen dit kwestie aan een eind. _ als IK zien iedereen handelen apart en helpen of Trojans of Danaans, hij slaan buitensporig ere hij terug:komen opnieuw aan Olympus; _ of IK slingeren hem neer in donker Tartarus ver in de diep kuil onder de aarde, waar de poort ijzer en de vloer brons, zo ver onder Hades aangezien hemel hoog boven de aarde, dat u kunnen leren hoeveel de machtig IK onder u. _ proberen me en vinden uit voor zich. _ hangen me een gouden ketting van hemel, en leggen greep van het iedereen, god en godin samen trekken aangezien u, u niet slepen Jove de opperst adviseur van hemel aan aarde; _ maar I te trekken bij het zelf IK moeten trekken u omhoog met aarde en overzees in de koopje, dan IK binden de ketting over sommige pinnacle van Olympus en ver*laten u allen bengelen in de medio firmament. _ tot dusver I vooral andere of van god of mens.“

_ zij bang maken en allemaal van houden hun vrede, want hij hebben spreken masterfully; _ maar bij laatste Minerva antwoorden, „vader, zoon van Saturnus, koning van koning, wij allen kennen dat uw kunnen niet te gainsaid, maar wij ook droevig voor de Danaan strijder, die om:komen en komen aan een slecht eind. _ wij, nochtans, aangezien u zo bieden ons, ont*houden van daadwerkelijk be*strijden, maar wij maken nuttig suggestie aan de Argives dat zij kunnen niet allemaal om:komen in uw ongenoegen.“

_ Jove glimlachen bij haar en antwoorden, „nemen hart, mijn kind, trito-geboren; _ IK niet werkelijk menens, en IK wensen te vriendelijk aan u.“

_ met dit hij in:spannen zijn vloot paard, met hoofs van brons en manen van schitteren goud. _ hij girded zich ook met goud over de lichaam, grijpen zijn goud ranselen en nemen zijn zetel in zijn blokkenwagen. _ daarop hij geselen zijn paard en zij vliegen vooruit niets afkerig centraal twixt aarde en starry hemel. _ na een tijdje hij be*reiken veel-fountained Ida, moeder van wild dier, en Gargarus, waar zijn bosje en geurig altaar. _ daar de vader van god en mens blijven zijn paard, nemen hen van de blokkenwagen, en ver*bergen hen in een dik wolk; _ dan hij nemen zijn zetel allen glorious op de hoogste kam, kijken neer op de stad van Troy en de schip van de Achaeans.

_ de Achaeans nemen hun ochtend maaltijd haastig bij de schip, en daarna zetten op hun pantser. _ de Trojans enerzijds eveneens be*wapenen zich door de stad, minder in aantal maar niettemin enthousiast noodgedwongen te doen slag voor hun vrouw en kind. _ alle de poort gooien wijd open, en paard en voet sallied vooruit met de landloper vanaf een groot massa.

_ wanneer zij bijeen:komen in één plaats, schild botsen met schild, en spear met spear, in de conflict van post-bekleed mens. _ machtig de DIN als de leiden schild drukken hard op elkaar dood schreeuw en schreeuw van triomf van doden en slayers, en de aarde in werking stellen rood met bloed.

_ nu mits de dag in de was zetten en het nog ochtend hun wapen slaan tegen elkaar, en de mensen vallen, maar wanneer de zon hebben be*reiken medio-hemel, de vader van allen in evenwicht brengen zijn gouden schaal, en zetten twee lot van dood binnen hen, voor de Trojans en de andere voor de Achaeans. _ hij nemen de saldo door de midden, en wanneer hij op:heffen het omhoog de dag van de Achaeans dalen; _ de dood-beladen schaal van de Achaeans regelen neer op de grond, terwijl dat van de Trojans toe:nemen heavenwards. _ dan hij donderen hardop van Ida, en ver*zenden de glans van zijn bliksem op de Achaeans; _ wanneer zij zien dit, bleek vrees vallen op hen en zij pijnlijk bang.

_ Idomeneus durven niet blijven noch nog Agamemnon, noch de twee Ajaxes, bediende van Mars, houden hun grond. _ Nestor ridder van Gerene alleen be*vinden vast, bolwerk van de Achaeans, niet van zijn, maar één van zijn paard onbruikbaar maken. _ Alexandrus echtgenoot van mooi Helen hebben raken het met een pijl enkel op de bovenkant van zijn hoofd waar de manen beginnen te kweken vanaf de schedel, een zeer dodelijk plaats. _ de paard begrensd in zijn angst als de pijl door*dringen zijn hersenen, en zijn strijd werpen andere in verwarring. _ de oud mens onmiddellijk beginnen snijden de spoor met zijn zwaard, maar Hector vloot paard dragen neer op hem door de rout met hun gewaagd charioteer, zelfs Hector zelf, en de oud mens hebben om:komen daar en toen hebben niet Diomed snel te merken, en met een luid schreeuw roepen Ulysses te helpen hem.

_ „Ulysses,“ hij schreeuwen, „edel zoon van Laertes waar u vliegen aan, met uw rug draaien als een lafaard? _ zien dat u niet slaan met een spear tussen de schouder. _ verblijf hier en helpen me te verdedigen Nestor van dit man woedend begin.“

_ Ulysses niet geven oor, maar ver*zenden voorwaarts aan de schip van de Achaeans, en de zoon van Tydeus gooien zich alleen in de dik van de strijd nemen zijn tribune vóór de paard van de zoon van Neleus. _ „heer,“ zeggen hij, „deze jong strijder drukken u hard, uw kracht besteden, en leeftijd zwaar op u, uw squire onbelangrijk, en uw paard langzaam te be*wegen. _ op:zetten mijn blokkenwagen en zien wat de paard van Tros kunnen doen hoe verstandig zij kunnen scud hither en thither over de vlakte of tijdens de vlucht of in achtervolging. _ IK nemen hen van de held Aeneas. _ laten ons squires aanwezig aan uw eigen steeds, maar laten ons drijven mijn rechtstreeks bij de Trojans, dat Hector kunnen leren hoe woedend IK ook kunnen hanteren mijn spear.“

_ Nestor ridder van Gerene hearkened aan zijn woord. _ daarop de dapper squires, Sthenelus en kind-hearted Eurymedon, zien aan Nestor paard, terwijl de twee beide op:zetten Diomed blokkenwagen. _ Nestor nemen de teugel in zijn hand en geselen de paard; _ zij spoedig dicht omhoog met Hector, en de zoon van Tydeus streven een spear bij hem aangezien hij laden volledig snelheid naar hen. _ hij missen hem, maar slaan zijn charioteer en squire Eniopeus zoon van edel Thebaeus in de borst door de uitsteeksel terwijl de teugel in zijn hand, zodat hij sterven daar en toen, en de paard af:wijken aangezien hij vallen headlong van de blokkenwagen. _ Hector zeer grieved bij de verlies van zijn charioteer, maar laten hem liggen voor alle zijn verdriet, terwijl hij gaan in zoektocht van een ander bestuurder; _ noch zijn steeds moeten gaan lang zonder één, want hij weldra vinden moedig Archeptolemus de zoon van Iphitus, en maken hem krijgen omhoog achter de paard, geven de teugel in zijn hand.

_ allen hebben toen verliezen en geen hulp voor het, want zij hebben op:sluiten omhoog in Ilius als schaap, hebben niet de vader van god en mens snel te merken, en slingeren een vurig vlammen blikseminslag dat vallen enkel voor Diomed paard met een gloed van branden brimstone. _ de paard bang maken en proberen te steunen onder de auto, terwijl de teugel laten vallen van Nestor hand. _ dan hij bang en zeggen aan Diomed, „zoon van Tydeus, draaien uw paard tijdens de vlucht; _ zien u niet dat de hand van Jove tegen u? _ vandaag hij vouchsafes overwinning aan Hector; _ morgen, als het zo tevreden:stellen hem, hij opnieuw ver*lenen het aan ons; _ geen mens, hoe moedig, kunnen tegen:werken de doel van Jove, want hij ver sterk dan om het even welk.“

_ Diomed antwoorden, „dat alles u hebben zeggen waar; _ daar een zorg nochtans dat door*dringen me aan de eigenlijk hart, voor Hector spreken onder de Trojans en zeggen, „de zoon van Tydeus vluchten vóór me aan de schip.“ _ dit de vaunt hij maken, en kunnen aan:aarden toen slikken me. „

_ „zoon van Tydeus,“ antwoorden Nestor, „welk gemiddelde u? _ hoewel Hector zeggen dat u een lafaard de Trojans en Dardanians niet geloven hem, noch nog de vrouw van de machtig strijder die u hebben leggen laag.“

_ zo zeggen hij draaien de paard achter door de dik van de slag, en met een schreeuw dat huren de lucht de Trojans en Hector regenen hun pijltje na hen. _ Hector schreeuwen aan hem en zeggen, „zoon van Tydeus, de Danaans hebben doen u ere tot nu toe betreffende uw plaats bij lijst, de maaltijd zij geven u, en de vullen van uw kop met wijn. _ voortaan zij ver*achten u, want u worden neen beter dan een vrouw. _ weg, meisje en lafaard dat u, u niet schrapen ons muur door om het even welk Hinching op mijn deel; _ noch u dragen van ons vrouw in uw schip, want IK doden u met mijn eigen hand.“

_ de zoon van Tydeus in twee mening hetzij of nr te draaien zijn paard ronde opnieuw en be*strijden hem. _ driemaal hij be*twijfelen, en driemaal doen Jove donder van de hoogte van. _ Ida in teken aan de Trojans dat hij draaien de slag in hun gunst. _ Hector toen schreeuwen aan hen en zeggen, „Trojans, Lycians, en Dardanians, minnaar van dicht be*strijden, mens, mijn vriend, en strijd met kunnen en met leiding; _ IK zien dat Jove letten aan vouchsafe overwinning en groot glorie aan mij, terwijl hij be*handelen vernietiging op de Danaans. _ dwaas, voor hebben denken van bouwen dit zwak en waardeloos muur. _ het niet blijven mijn woede; _ mijn paard op:springen licht over hun geul, en wanneer IK bij hun schip vergeten niet te brengen me brand dat IK kunnen branden hen, terwijl IK slachten de Argives die allen versuft en verbijsteren door de rook.“

_ dan hij schreeuwen aan zijn paard, „Xanthus en Podargus, en u Aethon en goodly Lampus, be*talen me voor uw levensonderhoud nu en voor alle de honey-sweet graan met dat Andromache dochter van groot Eetion hebben voeden u, en want zij hebben mengen wijn en water voor u te drinken wanneer u, alvorens doen zo zelfs voor me die am haar eigen echtgenoot. _ haast in achtervolging, dat wij kunnen nemen de schild van Nestor, de bekendheid van dat stijgen aan hemel, voor het van stevig goud, wapen-staaf en allen, en dat wij kunnen ont*doen van de schouder van Diomed. _ de cuirass dat Vulcan maken hem. _ kunnen wij nemen deze twee ding, de Achaeans plaatsen zeil in hun schip dit self-same nacht.“

_ dus hij vaunt, maar koningin Juno maken hoog Olympus schok aangezien zij schudden met woede op haar troon. _ dan zeggen zij aan de machtig god van Neptunus, „wat nu, breed be*slissen Lord van de aardbeving? _ kunnen u vinden geen medeleven in uw hart voor de sterven Danaans, die brengen u velen een onthaal aan:bieden aan Helice en aan Aegae? _ wensen hen goed toen. _ als wij allemaal die met de Danaans te drijven de Trojans rug en houden Jove van helpen hen, hij moeten zitten daar sulking alleen op Ida.“

_ koning Neptunus zeer veront*rusten en antwoorden, „Juno, uitbarsting van tong, wat u spreken over? _ wij ander god moeten niet plaatsen ons tegen Jove, want hij ver sterk dan wij.“

_ dus zij converseren; _ maar de geheel ruimte in:sluiten door de sloot, van de schip zelfs aan de muur, vullen met paard en strijder, die opgesloten omhoog daar door Hector zoon van Priam, nu de hand van Jove met hem. _ hij zelfs hebben plaatsen brand aan de schip en branden hen, hebben niet koningin Juno zetten het in de mening van Agamemnon, aan bestir zelf en te aan:moedigen de Achaeans. _ daartoe hij gaan om de schip en tent dragen een groot purper mantel, en nemen zijn tribune door de reusachtig zwart schil van Ulysses schip, dat middlemost van allen; _ het van dit plaats dat zijn stem dragen verst, enerzijds naar de tent van Ajax zoon van Telamon, en op de andere naar die van Achilles- voor deze twee held, goed ver*zekeren van hun eigen sterkte, hebben valorously op:stellen hun schip bij de twee eind van de lijn. _ van dit vlek toen, met een stem dat kunnen horen afar, hij schreeuwen aan de Danaans, zeggen, „Argives, schande op u laf schepsel, moedig in schijn slechts; _ waar nu ons vaunts dat wij moeten be*wijzen victorious- de vaunts wij maken zo vaingloriously in Lemnos, wanneer wij eten de vlees van gehoornd vee en vullen ons mixing-kom aan de rand? _ u de gelofte doen dat u elk van u tribune tegen een honderd of twee honderd mens, en nu u be*wijzen geen gelijke zelfs voor voor Hector, die ere lang plaatsen ons schip in een uitbarsting. _ vader Jove, u ooit zo ruïneren een groot koning en roven hem zo volkomen van zijn greatness? _ maar toch, wanneer aan mijn verdriet IK komen hither, IK nooit laten mijn schip over:gaan uw altaar zonder aan:bieden de vet en thigh-bones van vaars op elk één van hen, zodat enthousiast I te ont*slaan de stad van Troy. _ Vouchsafe me toen dit gebed lijden ons te ont*snappen in ieder geval met ons leven, en laten niet de Achaeans zo volkomen over*winnen door de Trojans.“

_ dus hij bidden, en vader Jove pitying zijn scheur vouchsafed hem dat zijn mensen moeten leven, niet matrijs; _ onmiddellijk hij ver*zenden hen een adelaar, het meest unfailingly portentous van alle vogel, met een jong fawn in zijn talons; _ de adelaar laten vallen de fawn door de altaar op dat de Achaeans offeren aan Jove de Lord van omens; _ wanneer, daarom, de mensen zien dat de vogel hebben komen van Jove, zij op:springen meer hevig op de Trojans en be*strijden meer dapper.

_ daar geen mens van alle de veel Danaans die kunnen toen op:scheppen dat hij hebben drijven zijn paard over de geul en gaan vooruit te be*strijden spoedig dan de zoon van Tydeus; _ long before om het even wie anders kunnen doen zodat hij zwenken een be*wapenen strijder van de Trojans, Agelaus de zoon van Phradmon. _ hij hebben draaien zijn paard tijdens de vlucht, maar de spear slaan hem in de rug middenweg tussen zijn schouder en gaan net door zijn borst, en zijn pantser bellen rammelen om hem aangezien hij vallen vooruit van zijn blokkenwagen.

_ na hem komen Agamemnon en Menelaus, zoon van Atreus, de twee Ajaxes kleden in valour zoals met een kledingstuk, Idomeneus en zijn metgezel in wapen Meriones, edele van moordend Mars, en Eurypylus de moedig zoon van Euaemon. _ negende komen Teucer met zijn boog, en nemen zijn plaats onder het mom van de schild van Ajax zoon van Telamon. _ wanneer Ajax op:heffen zijn schild Teucer turen rond, en wanneer hij hebben raken om het even wie in de throng, de mens vallen volkomen; _ dan Teucer hie terug naar Ajax als een kind aan zijn moeder, en opnieuw eend neer onder zijn schild.

_ welke van de Trojans moedig Teucer eerste doden? _ Orsilochus, en toen Ormenus en Ophelestes, Daetor, Chromius, en godlike Lycophontes, Amopaon zoon van Polyaemon, en Melanippus. _ deze beurtelings hij leggen laag op de aarde, en koning Agamemnon blij wanneer hij zien hem maken verwoesting van de Trojans met zijn machtig boog. _ hij uit:gaan aan hem en zeggen, „Teucer, mens na mijn eigen hart, zoon van Telamon, kapitein onder de gastheer, spruit, en meteen de besparing van de Danaans en de glorie van uw vader Telamon, die brengen u omhoog en be*handelen u in zijn eigen huis wanneer u een kind, bastaard hoewel u. _ be*handelen hem met glorie hoewel hij ver weg; _ IK be*loven en IK zonder twijfel uit:voeren; _ als aegis-dragen Jove en Minerva ver*lenen me te ont*slaan de stad van Ilius, u hebben de volgende beste meed van eer na mijn een driepoot, of twee paard met hun blokkenwagen, of een vrouw die uit:gaan in uw bed.“

_ en Teucer antwoorden, „meeste edel zoon van Atreus, u ver*eisen niet aan:sporen me; _ van de ogenblik wij beginnen te drijven hen terug naar Ilius, IK hebben nooit op:houden voor zover in me leugen te kijken uit voor mens die IK kunnen ont*spruiten en doden; _ IK hebben ont*spruiten acht met weerhaken schacht, en allemaal hebben be*graven in de vlees van warlike jeugd, maar dit gek hond IK niet kunnen raken.“

_ aangezien hij spreken hij streven een ander pijl rechtstreeks bij Hector, want hij buigen op raken hem; _ niettemin hij missen hem, en de pijl raken Priam moedig zoon Gorgythion in de borst. _ zijn moeder, eerlijk Castianeira, mooi als een godin, hebben huwen van Aesyme, en nu hij buigen zijn hoofd als een tuin papaver in volledig bloei wanneer het wegen neer door douche in lente zelfs zo zwaar buigen zijn hoofd onder de gewicht van zijn helm.

_ opnieuw hij streven bij Hector, want hij longing te raken hem, en opnieuw zijn pijl missen, voor Apollo draaien het opzij; _ maar hij raken Hector moedig charioteer Archeptolemus in de borst, door de uitsteeksel, aangezien hij drijven woedend in de strijd. _ de paard af:wijken opzij aangezien hij vallen headlong van de blokkenwagen, en daar geen leven ver*laten in hem. _ Hector zeer grieved bij de verlies van zijn charioteer, maar voor alle zijn verdriet hij laten hem liggen waar hij vallen, en bieden zijn broer Cebriones, die hard langs, nemen de teugel. _ Cebriones doen aangezien hij hebben zeggen. _ Hector daarop met een luid schreeuw op:springen van zijn blokkenwagen aan de grond, en grijpen een groot steen maken rechtstreeks voor Teucer met aandachtig doden hem. _ Teucer hebben enkel nemen een pijl van zijn quiver en hebben leggen het op de bow-string, maar Hector slaan hem met de scherp steen aangezien hij nemen doel en trekken de koord aan zijn schouder; _ hij raken hem enkel waar de collar-bone ver*delen de hals van de borst, een zeer dodelijk plaats, en breken de kracht van zijn wapen zodat zijn pols minder, en de boog laten vallen van zijn hand aangezien hij vallen vooruit op zijn knie. _ Ajax zien dat zijn broer hebben vallen, en in werking stellen naar hem bestrode hem en be*schutten hem met zijn schild. _ ondertussen zijn twee betrouwbaar squires, Mecisteus zoon van Echius, en Alastor, komen omhoog en dragen hem aan de schip kreunen in zijn groot pijn. _ blij wanneer hij zien

_ Jove nu opnieuw zetten hart in de Trojans, en zij drijven de Achaeans aan hun diep geul met Hector in alle zijn glorie bij hun hoofd. _ als een hond greep een wild everzwijn of leeuw in flank of bil wanneer hij geven hem jacht, en letten warily voor zijn rijden, maar toch doen Hector volgen dicht op de Achaeans, ooit doden de hindmost aangezien zij mee:slepen panisch verder. _ wanneer zij hebben vluchten door de vastgesteld staak en geul en veel Achaeans hebben leggen laag bij de hand van de Trojans, zij stoppen bij hun schip, ver*zoeken elkaar en bidden elk mens onmiddellijk aangezien zij op:heffen omhoog hun hand aan de god; _ maar Hector rijden zijn paard dit manier en dat, zijn oog schitteren als die van Gorgo of moordend Mars.

_ Juno wanneer zij zien hen hebben medelijden op hen, en meteen zeggen aan Minerva, „helaas, kind van aegis-dragen Jove, u en IK nemen niet meer gedachte voor de sterven Danaans, hoewel het de laatste tijd wij ooit doen zo? _ zien hoe zij om:komen en komen aan een slecht eind vóór de begin van maar een enig mens. _ Hector de zoon van Priam woeden met ondraaglijk woede, en hebben reeds doen groot ellende.“

_ Minerva antwoorden, „, inderdaad, dit kameraad kunnen sterven in zijn eigen land, en vallen door de hand van de Achaeans; _ maar mijn vader Jove gek met milt, ooit foiling me, ooit headstrong en onrechtvaardig. _ hij vergeten hoe vaak IK bewaren zijn zoon wanneer hij dragen uit door de werken Eurystheus hebben leggen op hem. _ hij huilen tot zijn schreeuw komen tot hemel, en toen Jove ver*zenden me neer te helpen hem; _ als IK hebben hebben de betekenis te voor*zien dit alles, wanneer Eurystheus ver*zenden hem aan de huis van Hades, te halen de hel-hond van Erebus, hij nooit hebben terug:komen levend uit de diep water van de rivier Styx. _ en nu Jove haten me, terwijl hij laten Thetis hebben haar manier omdat zij kussen zijn knie en nemen greep van zijn baard, wanneer zij bedelen hem te doen eer aan Achilles. _ IK kennen wat te doen volgende tijd hij beginnen roepen me zijn grijs-eyed darling. _ krijgen ons paard klaar, terwijl IK gaan binnen de huis van aegis-dragen Jove en zetten op mijn pantser; _ wij toen vinden uit of Priam zoon Hector blij te ontmoeten ons in de weg van slag, of of de Trojans overvloed hond en gier met de vet van hun vlees aangezien zij hij doden door de schip van de Achaeans.“

_ dus zij spreken en wit-be*wapenen Juno, dochter van groot Saturnus, uit:voeren haar woord; _ zij plaatsen ongeveer uit:rusten haar gouden-bedizened steeds, terwijl Minerva dochter van aegis-dragen Jove gooien haar rijk vesture, maken met haar eigen hand, op de drempel van haar vader, en aan:trekken de overhemd van Jove, be*wapenen zich voor slag. _ dan zij stappen in haar vlammen blokkenwagen, en be*grijpen de spear zo stout en stevig en sterk met dat zij onder*drukken de rang van held die hebben displeased haar. _ Juno geselen haar paard, en de poort van hemel bellowed aangezien zij vliegen open van hun eigen overeenstemming poort over dat de uur voor:zitten, in wiens hand hemel en Olympus, of te openen de dicht wolk dat ver*bergen hen of te sluiten het. _ door deze de godin drijven hun obedient steeds.

_ maar vader Jove wanneer hij zien hen van Ida zeer boos, en ver*zenden gevleugeld iris met een bericht aan hen. _ „gaan,“ zeggen hij, „vloot iris, draaien hen achter, en zien dat zij niet komen dichtbij me, voor als wij komen aan be*strijden daar ellende. _ dit wat IK zeggen, en dit wat IK be*tekenen te doen. _ IK lamé hun paard voor hen; _ IK slingeren hen van hun blokkenwagen, en breken het in stuk. _ het nemen hen alle tien jaar te helen de wond mijn bliksem op:leggen op hen; _ mijn grijs-eyed dochter toen leren wat ruzie maken met haar vader be*tekenen. _ IK minder verrassen en boos met Juno, want welk IK zeggen zij altijd tegen:spreken me.“

_ met dit iris gaan haar manier, vloot als de wind, van de hoogte van Ida aan de lofty top van Olympus. _ zij ontmoeten de godin bij de buiten poort van zijn vele vallei en geven hen haar bericht. _ „wat,“ zeggen zij, „u ongeveer? _ u gek? _ de zoon van Saturnus ver*bieden gaan. _ dit wat hij zeggen, en dit hij be*tekenen te doen, hij lamé uw paard voor u, hij slingeren u van uw blokkenwagen, en breken het in stuk. _ het nemen u alle tien jaar te helen de wond zijn bliksem op:leggen op u, dat u kunnen leren, grijs-eyed godin, welk ruzie maken met uw vader be*tekenen. _ hij minder kwetsen en boos met Juno, want wat hij zeggen zij altijd tegen:spreken hem maar u, gewaagd gewaagd hussy, u werkelijk durven te op:heffen uw reusachtig spear in uitdagendheid van Jove?“

_ met dit zij ver*laten hen, en Juno zeggen aan Minerva, „van een waarheid, kind van aegis-dragen Jove, IK niet voor be*strijden mens slag verder in uitdagendheid van Jove. _ laten hen leven of sterven aangezien geluk hebben het, en laten Jove mete uit zijn oordeel op de Trojans en Danaans volgens zijn eigen genoegen.“

_ zij draaien haar steeds; _ de uur weldra unyoked hen, maken hen snel aan hun ambrozijnen mangers, en leunen de blokkenwagen tegen de eind muur van de binnenplaats. _ de twee godin toen zitten neer op hun gouden troon, amid de bedrijf van de ander god; _ maar zij zeer boos.

_ weldra vader Jove drijven zijn blokkenwagen aan Olympus, en binnen:gaan de assemblage van god. _ de machtig Lord van de aardbeving unyoked zijn paard voor hem, plaatsen de auto op zijn tribune, en werpen een doek over het. _ Jove toen zitten neer op zijn gouden troon en Olympus winden onder hem. _ Minerva en Juno zitten alleen, behalve Jove, en noch spreken noch vragen hem vraag, maar Jove kennen wat zij be*tekenen, en zeggen, „Minerva en Juno, waarom u zo boos? _ u ver*moeien met moord zo velen van uw beste vriend de Trojans? _ dit aangezien het kunnen, zulke de kunnen van mijn hand dat alle de god in Olympus niet kunnen draaien me; _ u zowel van u beven helemaal over ere ooit u zien de strijd en zijn vreselijk doings. _ IK ver*tellen u daarom-en het hebben zeker IK moeten hebben slaan u met verlichting, en uw blokkenwagen nooit hebben brengen u terug opnieuw aan Olympus.“

_ Minerva en Juno kreunen in geest aangezien zij zitten zij aan zij en broeden ellende voor de Trojans. _ Minerva zitten stil zonder een woord, want zij in een woedend hartstocht en bitter incensed tegen haar vader; _ maar Juno kunnen niet be*vatten zich en zeggen, „wat, ontzetting zoon van Saturnus, u spreken over? _ wij kennen hoe groot uw macht, niettemin wij hebben medeleven op de Danaan strijder die om:komen en komen aan een slecht eind. _ wij, nochtans, aangezien u zo bieden ons, ont*houden van daadwerkelijk be*strijden, maar wij maken nuttig suggestie aan de Argives, dat zij kunnen niet allemaal om:komen in uw ongenoegen.“

_ en Jove antwoorden, „morgen ochtend, Juno, als u kiezen te doen zo, u zien de zoon van Saturnus vernietigen groot aantal van de Argives, voor woest Hector niet op:houden be*strijden tot hij hebben op:wekken de zoon van Peleus wanneer zij be*strijden in ontzettend Detroit bij hun schip achtersteven over de lichaam van Patroclus. _ als het of nr, zo het ver*ordenen; _ voor aught I zorg, u kunnen gaan aan de laag diepte onder aarde en overzees, waar Iapetus en Saturnus blijven stilstaan in eenzaam Tartarus met noch straal van licht noch adem van wind aan cheer hen. _ u kunnen gaan en tot u krijgen daar, en IK niet geven één whit voor uw ongenoegen; _ u de groot vixen leven.“

_ Juno maken hem geen antwoord. _ de zon glorious orb nu dalen in Oceanus en trekken neer nacht over de land. _ droevig inderdaad de Trojans wanneer licht ont*breken hen, maar onthaal en driemaal bidden voor doen duisternis daling op de Achaeans.

_ dan Hector leiden de Trojans terug van de schip, en houden een raad op de open ruimte dichtbij de rivier, waar daar een vlek oor corpses. _ zij ver*laten hun blokkenwagen en zitten neer ter plaatse te horen de toespraak hij maken hen. _ hij be*grijpen een spear elf cubits lang, de brons punt van dat gleamed voor het, terwijl de ring om de speerpunt van gouden Spear ter beschikking hij spreken. _ „horen me,“ zeggen hij, „Trojans, Dardanians, en bondgenoot. _ IK achten maar nu IK moeten vernietigen de schip en alle de Achaeans met hen ere IK terug:gaan aan Ilius, maar duisternis komen op ook spoedig. _ het dit alleen dat bewaren hen en hun schip op de seashore. _ nu, daarom, laten ons uit:voeren de opdracht van nacht, en voor:bereiden ons avondmaal. _ nemen uw paard uit hun blokkenwagen en geven hen hun voer van graan; _ dan maken snelheid te brengen schaap en vee van de stad; _ brengen wijn ook en graan voor uw paard en verzamelen veel hout, dat van dark tot dageraad wij kunnen branden watchfires wiens gloed kunnen be*reiken aan hemel. _ voor de Achaeans kunnen proberen te vliegen voorbij de overzees 's nachts, en zij moeten niet in:schepen scatheless en intact; _ veel een mens onder hen moeten nemen een pijltje met hem aan verpleegster thuis, klap met spear of pijl aangezien hij springen aan boord van zijn schip, dat andere kunnen vrezen te brengen oorlog en huilen op de Trojans. _ bovendien laten de aan:kondigen ver*tellen het over de stad dat de kweken jeugd en grijs-gebaard mens te kamperen op zijn hemel-bouwen muur. _ laten de vrouw elk van hen aan:steken een groot brand in haar huis, en laten horloge veilig houden tenzij de stad binnen:gaan door verrassing terwijl de gastheer buiten. _ ervoor zorgen, moedig Trojans, aangezien IK hebben zeggen, en laten dit voldoende voorlopig; _ bij daybreak IK instrueren u verder. _ IK bidden in hoop aan Jove en aan de god dat wij kunnen toen drijven die lot-ver*zenden hond van ons land, voor 'tis de lot dat hebben dragen hen en hun schip hither. _ dit nacht, daarom, laten ons houden horloge, maar met vroeg ochtend laten ons zetten op ons pantser en op:wekken woest oorlog bij de schip van de Achaeans; _ IK toen kennen of moedig Diomed de zoon van Tydeus drijven me terug van de schip aan de muur, of of IK zelf doden hem en dragen van zijn met bloed bevlekt bederven. _ morgen laten hem tonen zijn moed, ver*blijven mijn spear als hij durven. _ IK ween dat bij dageraad van dag, hij onder de eerste te vallen en veel andere van zijn kameraad om hem. _ dat IK zoals zeker van onsterfelijk en nooit kweken oud, en van aan*bidden als Minerva en Apollo, aangezien IK dat dit dag brengen kwaad aan de Argives.“

_ dus spreken Hector en de Trojans schreeuwen applaus. _ zij nemen hun zweten steeds van onder de juk, en maken hen snel elk door zijn eigen blokkenwagen. _ zij maken haast te brengen schaap en vee van de stad, zij brengen wijn ook en graan van hun huis en verzamelen veel hout. _ zij toen aan:bieden unblemished hecatombs aan de immortals, en de wind dragen de zoet smaak van offer aan hemel maar de zegenen god deel:nemen niet daarvan, want zij bitter haten Ilius met Priam en Priam mensen. _ dus hoog in hoop zij zitten door de livelong nacht door de weg van oorlog, en veel een watchfire zij ont*steken. _ zoals wanneer de ster glanzen duidelijk, en de maan helder daar niet een adem van lucht, niet een piek noch glade noch jutting headland maar het be*vinden uit in de ineffable uitstraling dat onderbreking van de serene van hemel; _ de ster kunnen allemaal ver*tellen en de hart van de herder blij zelfs zo glanzen de watchfires van de Trojans vóór Ilius halverwege tussen de schip en de rivier Xanthus. _ EEN duizend camp-fires gleamed op de vlakte, en in de gloed van elk daar zitten vijftig mens, terwijl de paard, champing haver en graan naast hun blokkenwagen, wachten tot dageraad moeten komen.

_ | _ boek VI _ | _ Homerus _ | _ boek IX _ |


_ auteursrecht © 2005 alle recht Reserved.Focusmm.com
Mediterranean Cruises | Turkey Hotels | Greece Holiday | Italy Holidays | Cheap France Holidays | Spain Villa | Flights to Malta | Lebanon Holiday | Egypt Travel | Tunisia Tours | Moroccon Villas

Bodrum Turkey Travel | Istanbul Turkey Holiday | Flights to Turkey | Turkey Travel | Antalya Turkey Holidays | Turkey Hotel | Turkey Holiday | Marmaris Turkey Holiday