
_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler
_ | _ boek VIII _ | _ Homerus _ | _ boek X _ |
_ dus doen de Trojans horloge. _ maar paniek, kameraad van met bloed bevlekt Rout, hebben nemen snel greep van de Achaeans en hun prins allemaal in wanhoop. _ zoals wanneer de twee wind dat blazen van Thrace de noorden en de noordwesten lente omhoog van een plotseling en op:wekken de woede van de leiding in een ogenblik de dark golf uprear hun hoofd en ver*spreiden hun overzees-wrack in alle richting zelfs zo veront*rusten de hart van de Achaeans.
_ de zoon van Atreus in wanhoop bieden de aan:kondigen vraag de mensen aan een raad mens door mens, maar niet te schreeuwen de kwestie hardop; _ hij maken haast ook zelf te roepen hen, en zij zitten droevig bij hart in hun assemblage. _ Agamemnon af:werpen scheur aangezien het een in werking stellen stroom of cataract op de kant van sommige zuiver klip; _ en zo, met veel een zwaar sigh hij spreken aan de Achaeans. _ „mijn vriend,“ zeggen hij, „prins en raadslid van de Argives, de hand van hemel hebben leggen zwaar op me. _ wreed Jove geven me zijn plechtig belofte dat IK moeten ont*slaan de stad van Troy alvorens terug:keren, maar hij hebben spelen me vals, en nu bieden me gaan ingloriously terug naar Argos met de verlies van veel mensen. _ zulke de wil van Jove, die hebben leggen veel een trots stad in de stof aangezien hij nog leggen andere, voor zijn macht vooral. _ nu, daarom, laten ons allen doen aangezien IK zeggen en varen terug naar ons eigen land, want wij niet nemen Troy.“
_ dus hij spreken, en de zoon van de Achaeans voor een lang tijdje zitten treurig daar, maar zij allen houden hun vrede, tot bij laatste Diomed van de luid slag-schreeuw maken antwoord zeggen, „zoon van Atreus, IK berispen uw dwaasheid, zoals mijn recht in raad. _ niet toen krenken dat IK moeten doen zo. _ in de eerste plaats u aan:vallen me vóór alle de Danaans en zeggen dat IK een lafaard en geen militair. _ de Argives jong en oud kennen dat u doen zo. _ maar de zoon van plannen Saturnus begiftigen u door helft slechts. _ hij geven u eer als de belangrijkst heerser over ons, maar valour, dat de hoog zowel juist en kunnen hij niet geven u. _ heer, denken u dat de zoon van de Achaeans inderdaad zo unwarlike en laf aangezien u zeggen zij? _ als uw eigen mening plaatsen op gaan naar huis gaan de manier open aan u; _ de veel schip dat volgen u van Mycene tribune uit:strekken op de seashore; _ maar de rest van ons blijven hier tot wij hebben ont*slaan Troy. _ Nay hoewel deze ook moeten draaien homeward met hun schip, Sthenelus en zelf nog be*strijden tot wij be*reiken de doel van Ilius, want voor hemel met ons wanneer wij komen.“
_ de zoon van de Achaeans schreeuwen applaus bij de woord van Diomed, en weldra Nestor toe:nemen te spreken. _ „zoon van Tydeus,“ zeggen hij, „in oorlog uw dapperheid voorbij vraag, en in raad u uit:blinken allen die van uw eigen jaar; _ niemand van de Achaeans kunnen maken licht van wat u zeggen noch gainsay het, maar u hebben nog niet komen aan de eind van de geheel kwestie. _ u nog jong u kunnen de jong van mijn eigen kind nog u hebben spreken wijselijk en hebben adviseren de leider van de Achaeans niet zonder discretie; _ niettemin IK oud dan u en IK ver*tellen u elk“ ding; _ daarom laten geen mens, niet zelfs koning Agamemnon, negeren mijn zeggen, want hij dat stimuleren burgerlijk onenigheid een clanless, hearthless balling.
_ „nu, nochtans, laten ons uit:voeren de opdracht van nacht en krijgen ons avondmaal, maar laten de schildwacht elk mens van hen kamperen door de geul dat zonder de muur. _ IK geven deze instructie aan de jong mens; _ wanneer zij hebben aanwezig aan, doen u, zoon van Atreus, geven uw orde, voor u de het meest koninklijk onder ons allen. _ voor:bereiden een feest voor uw raadslid; _ het juist en redelijk dat u moeten doen zo; _ daar overvloed van wijn in uw tent, dat de schip van de Achaeans brengen van Thrace dagelijks. _ u hebben alles bij uw verwijdering waar te onder*houden gast, en u hebben veel onderwerp. _ wanneer velen bijeen:komen, u kunnen leiden door hem wiens advies wijs en sorely wij ver*eisen shrewd en voorzichtig advies, voor de vijand hebben aan:steken zijn watchfires hard door ons schip. _ Who kunnen buiten met wanhoop ver*vullen? _ dit nacht of de ruïne van ons gastheer, of bewaren het.“
_ dus hij spreken, en zij zelfs aangezien hij hebben zeggen. _ de schildwacht uit:gaan in hun pantser onder bevel van Nestor zoon Thrasymedes, een kapitein van de gastheer, en van de gewaagd strijder Ascalaphus en Ialmenus: _ daar ook Meriones, Aphareus en Deipyrus, en de zoon van Creion, edel Lycomedes. _ daar zeven kapitein van de schildwacht, en met elk daar gaan een honderd jeugd be*wapenen met lang spears: _ zij nemen hun plaats halverwege tussen de geul en de muur, en wanneer zij hebben doen zodat zij aan:steken hun brand en krijgen elk mens zijn avondmaal.
_ de zoon van Atreus toen bieden veel raadslid van de Achaeans aan zijn kwart voor:bereiden een groot feest in hun eer. _ zij leggen hun hand op de goed ding dat vóór hen, en zodra zij hebben genoeg te eten en drinken, oud Nestor, wiens advies ooit waar, de eerste te leggen zijn mening vóór hen. _ hij, daarom, met alle sincerity en goodwill richten hen zo.
_ „met zich, meeste edel zoon van Atreus, koning van mens, Agamemnon, IK allebei beginnen mijn toespraak en beëindigen het, want u koning over veel mensen. _ Jove, bovendien, hebben vouchsafed u te hanteren de sceptre en te be*vestigen oprechtheid, dat u kunnen nemen gedachte voor uw mensen onder u; _ daarom het passen u vooral andere zowel te spreken en te geven oor, en aan uit de advies van andere die hebben letten te spreken wijselijk. _ allen aan:zetten u en op uw bevel, daarom IK zeggen wat IK denken best. _ geen mens van een waar mening dan dat dat hebben mijn van de uur wanneer u, heer, irriteren Achilles door nemen de meisje Briseis van zijn tent tegen mijn oordeel. _ IK aan:sporen u niet te doen zo, maar u op:brengen aan uw eigen trots, en ont*eren een held die hemel zelf hebben eren voor u nog houden de prijs dat hebben toe:kennen aan hem. _ nu, nochtans, laten ons denken hoe wij kunnen kalmeren hem, zowel met voor:stellen en eerlijk toespraak dat kunnen in overeenstemming brengen hem.“
_ en koning Agamemnon antwoorden, „heer, u hebben be*rispen mijn dwaasheid juist. _ IK verkeerd. _ IK be*zitten het. _ die hemel befriends in zich een gastheer, en Jove hebben tonen dat hij befriends dit mens door vernietigen veel mensen van de Achaeans. _ IK verblinden met hartstocht en op:brengen aan mijn worser mening; _ daarom IK maken wijzigen, en geven hem groot gift als atonement. _ IK ver*tellen hen in aanwezigheid van u allen. _ IK geven hem zeven driepoot dat hebben nooit nog op de brand, en tien talent van goud. _ IK geven hem twintig ijzer ketel en twaalf sterk paard dat hebben winnen ras en dragen van prijs. _ rijke, inderdaad, zowel in land en goud hij dat hebben zo veel prijs zoals mijn paard hebben winnen me. _ IK geven hem zeven uitstekend workwomen, lesbienne, die IK kiezen voor mij wanneer hij nemen Lesbos- elk van over*treffen schoonheid. _ IK geven hem deze, en met hen haar die I erewhile nemen van hem, de dochter van Briseus; _ en IK zweren een groot eed dat IK nooit uit:gaan in haar laag, noch hebben met haar na de manier van mens en vrouw.
_ „al deze ding IK geven hem nu neer, en als hierna de god vouchsafe me te ont*slaan de stad van Priam, laten hem komen wanneer wij Achaeans ver*delen de grond, en laden zijn schip met goud en brons aan zijn houden; _ verder laten hem nemen twintig Trojan vrouw, de mooi na Helen zelf. _ dan, wanneer wij be*reiken Achaean Argos, rijk van alle land, hij mijn schoonzoon en IK tonen hem als eer met mijn eigen beste zoon Orestes, die voeden in alle overvloed. _ IK hebben drie dochter, Chrysothemis, Laodice, en lphianassa, laten hem nemen de één van zijn keus, vrij en zonder gift van na:streven, aan de huis van Peleus; _ IK toe:voegen dergelijk dower aan laars aangezien geen mens ooit nog geven zijn dochter, en geven hem zeven reeds lang gevestigd stad, Cardamyle, Enope, en huur, waar daar gras; _ heilig Pherae en de rijk weide van Anthea; _ Aepea ook, en de wijnstok-bekleed helling van Pedasus, allen dichtbij de overzees, en op de grens van zandig Pylos. _ de mens dat blijven stilstaan daar rijk in vee en schaap; _ zij eren hem met gift alsof hij een god, en obedient aan zijn comfortabel verordening. _ dit alles IK doen als hij nu ont*houden zijn woede. _ laten hem toen yieldit slechts Hades die volkomen ruthless en onproductief en vandaar hij van alle god de het meest hateful aan mensheid. _ bovendien IK oud en meer koninklijk dan zelf. _ daarom, laten hem nu uit:voeren me.“
_ dan Nestor antwoorden, „meeste edel zoon van Atreus, koning van mens, Agamemnon. _ de gift u aan:bieden geen klein degenen, laten ons toen ver*zenden kiezen boodschapper, die kunnen gaan aan de tent van Achilles zoon van Peleus zonder uitstel. _ laten die gaan wie IK noemen. _ laten Phoenix, beste aan Jove, leiden de manier; _ laten Ajax en Ulysses volgen, en laten de aan:kondigen Odius en Eurybates gaan met hen. _ nu brengen water voor ons hand, en bieden alle levensonderhoud stilte terwijl wij bidden aan Jove de zoon van Saturnus, als zo dat hij kunnen hebben genade op ons.“
_ dus hij spreken, en zijn zeggen tevreden:stellen hen goed. _bediende gieten water over de hand van de gast, terwijl pagina vullen de mixing-kom met wijn en water, en overhandigen het ronde na geven elk mens zijn drank-aan:bieden; _ dan, wanneer zij hebben maken hun dienstenaanbod, en hebben drinken elk zo veel aangezien hij letten, de envoys op:stellen van de tent van Agamemnon zoon van Atreus; _ en Nestor, kijken eerste aan één en toen aan andere, maar het meest vooral bij Ulysses, onmiddellijk met hen dat zij moeten heersen met de edel zoon van Peleus.
_ zij gaan hun manier door de kust van de klinken overzees, en bidden ernstig aan aarde-om*ringen Neptunus dat de hoog geest van de zoon van Aeacus kunnen neigen gunstig naar hen. _ wanneer zij be*reiken de schip en tent van de Myrmidons, zij vinden Achilles spelen op een lyre, markt, van sluw vakmanschap, en zijn dwarsbalk van zilver. _ het deel van de bederven dat hij hebben nemen wanneer hij ont*slaan de stad van Eetion, en hij nu af:leiden zich met het en zingen de prestatie van held. _ hij alleen met Patroclus, die zitten tegengesteld aan hem en zeggen niets, wachten tot hij moeten op:houden zingen. _ Ulysses en Ajax nu komen in Ulysses leiden de manier - en be*vinden vóór hem. _ Achilles op:springen van zijn zetel met de lyre nog in zijn hand, en Patroclus, wanneer hij zien de vreemdeling, toe:nemen ook. _ Achilles toen be*groeten hen zeggen, „allen hagel en welkom heten u moeten komen op sommige groot kwestie, u, die voor alle mijn woede nog beste aan me van de Achaeans.“
_ met dit hij leiden hen vooruit, en bieden hen zitten op zetel be*handelen met purper deken; _ dan hij zeggen aan Patroclus die dicht door hem, „zoon van Menoetius, plaatsen een groot kom op de lijst, mengen minder water met de wijn, en geven elk mens zijn kop, voor deze zeer beste vriend, die nu onder mijn dak.“
_ Patroclus doen aangezien zijn kameraad bieden hem; _ hij plaatsen de hakken-blok voor de brand, en op het hij leggen de lendestuk van een schaap, de lendestuk ook van een geit, en de ruggegraat van een vet varken. _ Automedon houden de vlees terwijl Achilles hakken het; _ hij toen snijden de stuk en zetten hen op spit terwijl de zoon van Menoetius maken de brand brandwond hoog. _ wanneer de vlam hebben sterven neer, hij uit:spreiden de embers, leggen de spit bovenop hen, op:heffen hen omhoog en plaatsen hen op de spit-rek; _ en hij be*strooien hen met zout. _ wanneer de vlees roosteren, hij plaatsen het op schotel, en overhandigen brood om de lijst in eerlijk mand, terwijl Achilles be*handelen hen hun gedeelte. _ dan Achilles nemen zijn zetel onder ogen zien Ulysses tegen de tegenovergesteld muur, en bieden zijn kameraad Patroclus aanbieding offer aan de god; _ zo hij gieten de dienstenaanbod in de brand, en zij leggen hun hand op de goed ding dat vóór hen. _ zodra zij hebben hebben genoeg te eten en drinken, Ajax maken een teken aan Phoenix, en wanneer hij zien dit, Ulysses vullen zijn kop met wijn en ertoe ver*binden Achilles.
_ „hagel,“ zeggen hij, „Achilles, wij hebben hebben geen karig van goed cheer, noch in de tent van Agamemnon, noch nog hier; _ daar hebben overvloed te eten en drinken, maar ons gedachte draai op geen dergelijk kwestie. _ heer, wij in aanwezigheid van groot ramp, en zonder uw hulp kennen niet of wij bewaren ons vloot of verliezen het. _ de Trojans en hun bondgenoot hebben kamperen hard door ons schip en door de muur; _ zij hebben aan:steken watchfires door hun gastheer en achten dat niets kunnen nu ver*hinderen hen van vallen op ons vloot. _ Jove, bovendien, hebben ver*zenden zijn lightnings op hun recht; _ Hector, in alle zijn glorie, woede als een maniac; _ zeker dat Jove met hem hij vrezen noch god noch mens, maar gaan raaskallend gek, en bidden voor de benadering van dag. _ hij de gelofte doen dat hij houwen de hoog achtersteven van ons schip in stuk, plaatsen brand aan hun schil, en maken verwoesting van de Achaeans terwijl zij versuft en smoren in rook; _ I veel vrees dat hemel maken goed zijn op:scheppen, en het be*wijzen ons partij te om:komen bij Troy ver van ons huis in Argos. _ op, toen, en recent hoewel het, behalve de zoon van de Achaeans die verzwakken vóór de woede van de Trojans. _ u spijt hebben bitter hierna als u niet, voor wanneer de kwaad doen daar geen genezen het; _ over*wegen ere het ook laat, en bewaren de Danaans van vernietiging.
_ „mijn goed vriend, wanneer uw vader Peleus ver*zenden u van Phthia aan Agamemnon, hij niet laden u zeggen, „zoon, Minerva en Juno maken u sterk als zij kiezen, maar controleren uw hoog bui, voor de beter deel in goodwill. _ mijden verwaand ruzie maken, en de Achaeans oud en jongelui eerbiedigen u meer voor doen zo.“ _ deze zijn woord, maar u hebben vergeten hen. _ zelfs nu, nochtans, kalmeren, en zetten weg uw woede van u. _ Agamemnon maken u groot wijzigen als u ver*geven hem; _ luisteren, en IK ver*tellen u wat hij hebben zeggen in zijn tent dat hij geven u. _ hij geven u zeven driepoot dat hebben nooit nog op de brand, en tien talent van goud; _ twintig ijzer ketel, en twaalf sterk paard dat hebben winnen ras en dragen van prijs. _ rijke inderdaad zowel in land en goud hij die hebben zo veel prijs zoals deze paard hebben winnen voor Agamemnon. _ bovendien hij geven u zeven uitstekend workwomen, lesbienne, die hij kiezen voor zich, wanneer u nemen Lesbos- elk van over*treffen schoonheid. _ hij geven u deze, en met hen haar die hij erewhile nemen van u, de dochter van Briseus, en hij zweren een groot eed, hij hebben nooit uit:gaan in haar laag noch met haar na de manier van mens en vrouw. _ al deze ding hij geven u nu neer, en als hierna de god vouchsafe hem te ont*slaan de stad van Priam, u kunnen komen wanneer wij Achaeans ver*delen de grond, en laden uw schip met goud en brons aan uw houden. _ u kunnen nemen twintig Trojan vrouw, de mooi na Helen zelf. _ dan, wanneer wij be*reiken Achaean Argos, rijk van alle land, u zijn schoonzoon, en hij tonen u houden eer met zijn eigen beste zoon Orestes, die voeden in alle overvloed. _ Agamemnon hebben drie dochter, Chrysothemis, Laodice, en Iphianassa; _ u kunnen nemen de één van uw keus, vrij en zonder gift van na:streven, aan de huis van Peleus; _ hij toe:voegen dergelijk dower aan laars aangezien geen mens ooit nog geven zijn dochter, en geven u zeven reeds lang gevestigd stad, Cardamyle, Enope, en huur waar daar gras; _ heilig Pheras en de rijk weide van Anthea; _ Aepea ook, en de wijnstok-bekleed helling van Pedasus, allen dichtbij de overzees, en op de grens van zandig Pylos. _ de mens dat blijven stilstaan daar rijk in vee en schaap; _ zij eren u met gift alsof een god, en obedient aan uw comfortabel verordening. _ dit alles hij doen als u nu ont*houden uw woede. _ bovendien, hoewel u haten zowel hem en zijn gift met alle uw hart, nog medelijden de rest van de Achaeans die kwellen in alle hun gastheer; _ zij eren u als een god, en u ver*dienen groot glorie bij hun hand. _ u kunnen zelfs doden Hector; _ hij komen binnen uw bereik, want hij smoorverliefd, en ver*klaren dat niet een Danaan die de schip hebben brengen kunnen houden zijn tegen hem. „
_ Achilles antwoorden, „Ulysses, edel zoon van Laertes, IK moeten geven u formeel bericht ronduit en in alle stabiliteit van doel dat daar niet meer van dit af:troggelen, van van om het even welke aard kwart het kunnen komen. _ hem doen IK haten zelfs als de poort van hel die zeggen één ding terwijl hij ver*bergen andere in zijn hart; _ daarom IK zeggen wat IK be*tekenen. _ IK kalmeren noch door Agamemnon zoon van Atreus noch door een ander van de Danaans, want IK zien dat IK hebben geen dank voor alle mijn be*strijden. _ hij dat strijd vervoerprijs neen beter dan hij dat niet; _ lafaard en held houden in gelijke eer, en dood overeenkomst als maatregel aan hem die werken en hem die nutteloos. _ IK hebben nemen niets door alle mijn ontbering met mijn leven ooit in mijn hand; _ als een vogel wanneer zij hebben vinden een hap nemen het aan haar nestlings, en zelf gaan nauwelijks, maar toch mens een lang nacht hebben I wakeful, en veel een bloedig slag hebben IK waged door dag tegen die die be*strijden voor hun vrouw. _ met mijn schip IK hebben nemen twaalf stad, en elf rond Troy hebben IK stormen met mijn mens door land; _ IK nemen groot opslag van rijkdom van elk één van hen, maar IK geven allen tot Agamemnon zoon van Atreus. _ hij blijven waar hij door zijn schip, nog van wat komen aan hem hij geven weinig, en houden veel zelf.
_ „niettemin hij ver*delen sommige meeds van eer onder de leider en koning, en deze hebben hen nog; _ van me alleen van de Achaeans hij nemen de vrouw in die IK ver*rukken laten hem houden haar en slaap met haar. _ waarom, bidden, moeten de Argives behoefte be*strijden de Trojans? _ wat maken de zoon van Atreus verzamelen de gastheer en brengen hen? _ het niet omwille van Helen? _ de zoon van Atreus de enig mens in de wereld die houden hun vrouw? _ om het even welk mens van gemeenschappelijk recht gevoel houden en koesteren haar die zijn, aangezien IK dit vrouw, met mijn geheel hart, hoewel zij slechts een fruitling van mijn spear. _ Agamemnon hebben nemen haar van me; _ hij hebben spelen me vals; _ IK kennen hem; _ laten hem ver*leiden me geen verder, want hij niet be*wegen me. _ laten hem kijken aan u, Ulysses, en aan de ander prins te bewaren zijn schip van branden. _ hij hebben doen veel zonder me reeds. _ hij hebben bouwen een muur; _ hij hebben graven een geul diep en breed alle ronde het, en hij hebben planten het binnen met staak; _ maar maar toch hij blijven niet de moordend kunnen van Hector. _ mits IK be*strijden de Achaeans Hector lijden niet de slag waaier ver van de stad muur; _ hij komen aan de Scaean poort en aan de eiken boom, maar geen verder. _ zodra hij blijven te ontmoeten me en nauwelijks hij ont*snappen mijn begin: _ nu, nochtans, aangezien IK in geen stemming te be*strijden hem, IK morgen aan:bieden offer aan Jove en aan alle de god; _ IK trekken mijn schip in de water en toen bevoorraden hen behoorlijk; _ morgen ochtend, als u geven te kijken, u zien mijn schip op de Hellespont, en mijn mens roeien uit aan overzees met kunnen en leiding. _ als groot Neptunus vouchsafes me een eerlijk passage, in drie dag IK in Phthia. _ IK hebben veel daar dat IK ver*laten achter me wanneer IK komen hier aan mijn verdriet, en IK brengen terug steeds verder opslag van goud, van rood koper, van eerlijk vrouw, en van ijzer, mijn aandeel van de bederven dat wij hebben nemen; _ maar één prijs, hij die geven hebben insolently weg:halen. _ ver*tellen hem allen aangezien IK nu bieden u, en ver*tellen hem in publiek dat de Achaeans kunnen haten hem en beware van hem moeten hij denken dat hij kunnen nog dupe andere voor zijn effrontery nooit ont*breken hem.
_ „zoals voor me, hond dat hij, hij durven niet kijken me in de gezicht. _ IK nemen geen advies met hem, en onder*nemen niets evenals hem. _ hij hebben schaden me en bedriegen me genoeg, hij niet cozen me verder; _ laten hem gaan zijn eigen manier, want Jove hebben roven hem van zijn reden. _ IK verafschuwen van hem voor:stellen, en voor zich zorg niet één stro. _ hij kunnen aan:bieden me tien of zelfs twintig tijd wat hij hebben nu doen, nay- niet hoewel het dat alles hij hebben in de wereld, zowel nu of ooit hebben; _ hij kunnen be*loven me de rijkdom van Orchomenus of van Egyptisch Thebes, dat de rijk stad in de geheel wereld, voor het hebben een honderd poort door elk van dat twee honderd mens kunnen drijven meteen met hun blokkenwagen en paard; _ hij kunnen aan:bieden me gift als de zand van de overzees of de stof van de vlakte in massa, maar maar toch hij niet be*wegen me tot IK hebben wreken in hoogtepunt voor de bitter verkeerd hij hebben doen me. _ IK niet huwen zijn dochter; _ zij kunnen eerlijk als Venus, en bekwaam als Minerva, maar IK hebben niets van haar: _ laten een ander nemen haar, die kunnen een goed gelijke voor haar en die be*slissen een groot koninkrijk. _ als de god sparen me aan terugkeer huis, Peleus vinden me een vrouw; _ daar Achaean vrouw in Hellas en Phthia, dochter van koning dat hebben stad onder hen; _ van deze IK kunnen nemen wie IK en huwen haar. _ veel een tijd IK letten wanneer thuis in Phthia te na:streven en wed een vrouw die maken me een geschikt vrouw, en te genieten de rijkdom van mijn oud vader Peleus. _ mijn leven meer aan me dan alle de rijkdom van Ilius terwijl het nog bij vrede alvorens de Achaeans gaan daar, of dan alle de schat dat liggen op de steen vloer van Apollo tempel onder de klip van Pytho. _ vee en schaap te hebben voor harrying, en een mens kopen zowel driepoot en paard als hij willen hen, maar wanneer zijn leven hebben eens ver*laten hem het kunnen noch kopen noch harried terug opnieuw.
_ &uot;_ Mqy moeder Thetis ver*tellen me dat daar twee manier waarin IK kunnen ontmoeten mijn eind. _ als IK blijven hier en be*strijden, IK niet terug:keren levend maar mijn naam leven voor ooit: _ terwijl als IK gaan naar huis mijn naam sterven, maar het lang ere dood nemen me. _ aan de rest van u, toen, IK zeggen, „gaan naar huis, want u niet nemen Ilius.“ _ Jove hebben houden van hem overhandigen haar te be*schermen haar, en haar mensen hebben nemen hart. _ gaan, daarom, zoals in plicht - binden, en ver*tellen de prins van de Achaeans de bericht dat IK hebben ver*zenden hen; _ ver*tellen hen te vinden sommige ander plan voor de besparing van hun schip en mensen, voor zolang aangezien mijn ongenoegen duren de dat zij hebben nu raken op kunnen niet. _ zoals voor Phoenix, laten hem slapen hier dat hij kunnen varen met me in de ochtend als hij zo. _ maar IK niet nemen hem door kracht. „
_ zij allen houden hun vrede, met wanhoop ver*vullen bij de sternness met dat hij hebben ont*kennen hen, tot weldra de oud ridder Phoenix in zijn groot vrees voor de schip van de Achaeans, barsten in scheur en zeggen, „edel Achilles, als u nu letten te terug:keren, en in de wreedheid van uw woede doen niets te bewaren de schip van branden, hoe, mijn zoon, kunnen IK blijven hier zonder u? _ uw vader Peleus bieden me gaan met u wanneer hij ver*zenden u als een zuiver lad van Phthia aan Agamemnon. _ u kennen niets geen van beiden van oorlog noch van de kunst waardoor mens maken hun teken in raad, en hij ver*zenden me met u te op:leiden u in alle voortreffelijkheid van toespraak en actie. _ daarom, mijn zoon, IK niet blijven hier zonder u nr, niet hoewel hemel zelf vouchsafe te ont*doen mijn jaar van van me, en maken me jongelui aangezien IK wanneer I eerste ver*laten Hellas de land van eerlijk vrouw. _ IK toen vliegen de woede van vader Amyntor, zoon van Ormenus, die woedend met me aangaande zijn concubine, van die hij enamoured aan de schaden van zijn vrouw mijn moeder. _ mijn moeder, daarom, bidden me zonder op:houden te liggen met de vrouw zelf, dat zo zij haten mijn vader, en in de loop van tijd IK op:brengen. _ maar mijn vader spoedig komen te kennen, en ver*vloeken me bitter, roepen de ontzetting Erinyes aan getuige. _ hij bidden dat geen zoon van mijn kunnen ooit zitten op knie en de god, Jove van de wereld hieronder en vreselijk Proserpine, ver*vullen zijn vloek. _ IK nemen advies te doden hem, maar sommige god blijven mijn haast en bieden me denken op mens kwaad tong en hoe IK moeten brandmerken als de moordenaar van mijn vader: _ niettemin IK kunnen niet dragen te blijven in mijn vader huis met hem zo bitter a tegen me. _ mijn neef en lid van een clan komen over me, en drukken me sorely te blijven; _ veel een schaap en veel een os zij slachten, en veel een vet varken zij op:tekenen te roosteren vóór de brand; _ veel een kruik, ook, zij aan:snijden van mijn vader wijn. _ negen geheel nacht zij plaatsen een wacht over me nemen het in draai aan horloge, en zij houden een brand altijd branden, zowel in de klooster van de buiten hof en in de binnen hof bij de deur van de ruimte waarin IK leggen; _ maar wanneer de duisternis van de tiende nacht komen, IK breken door de sluiten deur van mijn ruimte, en be*klimmen de muur van de buiten hof na over:gaan snel en unperceived door de mens op wacht en de vrouw bediende. _ I toen vluchten door Hellas tot IK komen aan vruchtbaar Phthia, moeder van schaap, en aan koning Peleus, die maken me welkom en be*handelen me aangezien een vader be*handelen een enig zoon die erfgenaam aan alle zijn rijkdom. _ hij maken me rijk en vastgesteld me over veel mensen, vestigen me op de grens van Phthia waar IK belangrijkst heerser over de Dolopians.
_ „het I, Achilles, die hebben de maken van u; _ IK houden u met alle mijn hart: _ want u eten noch thuis noch wanneer u hebben uit:gaan elders, tot IK hebben eerst plaatsen u op mijn knie, snijden omhoog de sierlijk hap dat u te eten, en houden de wijn-kop aan uw lip. _ veel een tijd hebben u slobbered uw wijn in baby hulpeloosheid over mijn overhemd; _ IK hebben oneindig probleem met u, maar IK kennen dat hemel hebben vouchsafed me geen nakomelingen van mijn, en IK maken een zoon van u, Achilles, dat in mijn uur van behoefte u kunnen be*schermen me. _ nu, daarom, IK zeggen slag met uw trots en slaan het; _ koesteren niet uw woede voor ooit; _ de kunnen en majesteit van hemel meer dan van ons, maar zelfs hemel kunnen kalmeren; _ en als een mens hebben sinned hij bidden de god, en ver*zoenen hen aan zich door zijn piteous schreeuw en door frankincense, met drank-dienstenaanbod en de smaak van branden offer. _ want gebed als dochter aan groot Jove; _ halt, rimpelen, met oog askance, zij volgen in de voetstap van zonde, die, woest en vloot van voet, ver*laten hen ver achter hem, en ooit verderfelijk aan mensheid over*treffen hen zelfs aan de eind van de wereld; _ maar niettemin de gebed komen hobbling en helen daarna. _ als een mens hebben medelijden op deze dochter van Jove wanneer zij trekken dichtbij hem, zij zegenen hem en horen hem ook wanneer hij bidden; _ maar als hij ont*kennen hen en niet luisteren aan hen, zij gaan aan Jove de zoon van Saturnus en bidden dat hij kunnen weldra vallen in zonde aan zijn ruing bitter hierna. _ daarom, Achilles, geven deze dochter van Jove gepast reverence, en boog vóór hen aangezien alle goed mens buigen. _ niet de zoon van Atreus aan:bieden u gift en be*loven andere laat als hij nog woedend en onverbiddelijk IK niet hij dat bieden u werpen van uw woede en helpen de Achaeans, geen kwestie hoe groot hun behoefte; _ maar hij geven veel nu, en meer hierna; _ hij hebben ver*zenden zijn kapitein te aan:sporen zijn kostuum, en hebben kiezen die die van alle de Argives het meest aanvaardbaar aan u; _ maken niet toen hun woord en hun komen te van niets gevolg. _ uw woede hebben righteous tot dusver. _ wij hebben horen in lied hoe held van oud tijd ruzie maken wanneer zij op:wekken aan woede, maar nog zij kunnen winnen door gift, en eerlijk woord kunnen soothe hen.
_ „IK hebben een oud verhaal in mijn mening een zeer oud maar u alle vriend en IK ver*tellen het. _ de Curetes en de Aetolians be*strijden en doden elkaar om Calydon- de Aetolians verdedigen de stad en de Curetes proberen te vernietigen het. _ voor Diana van de gouden troon boos en doen hen kwetsen omdat Oeneus hebben niet aan:bieden haar zijn oogst eerste-fruit. _ de ander god hebben allen feesten met hecatombs, maar aan de dochter van groot Jove alleen hij hebben maken geen offer. _ hij hebben vergeten haar, of op de een of andere manier of andere het hebben ont*snappen hem, en dit een erg zonde. _ daarop de schutter godin in haar ongenoegen ver*zenden een wonderbaarlijk schepsel tegen hem een primitief wild everzwijn met groot wit slagtand dat doen veel kwaad aan zijn boomgaard land, ont*wortelen appel-boom in volledig bloei en werpen hen aan de grond. _ maar Meleager zoon van Oeneus krijgen huntsmen en hond van veel stad en doden het want het zo monsterlijk dat niet enkelen ver*eisen, en veel een mens het uit:rekken op zijn begrafenis pyre. _ op dit de godin plaatsen de Curetes en de Aetolians be*strijden woedend over de hoofd en huid van de beer.
_ &>quot;_ s
_ „toen horen de DIN van slag over de poort van Calydon, en de saai thump van de slaan tegen hun muur. _ daarop de oudsten van de Aetolians smeken Meleager; _ zij ver*zenden de chiefest van hun priester, en bedelen hem te komen uit en helpen hen, be*loven hem een groot beloning. _ zij bieden hem kiezen vijftig ploeg-poort, de het meest vruchtbaar in de vlakte van Calydon, de half wijngaard en de ander open plough-land. _ de oud strijder Oeneus af:smeken hem, be*vinden bij de drempel van zijn ruimte en slaan de deur in supplication. _ zijn zuster en zijn moeder zelf smeken hem plek, maar hij de meer weigeren hen; _ die van zijn kameraad die dichtbijgelegen en beste aan hem ook bidden hem, maar zij kunnen niet be*wegen hem tot de vijand slaan bij de eigenlijk deur van zijn kamer, en de Curetes hebben schrapen de muur en plaatsen brand aan de stad. _ dan bij laatste zijn sorrowing vrouw detailleren de verschrikking dat over*komen die wiens stad nemen; _ zij herinneren hem hoe de mens doden, en de stad geven over aan de vlam, terwijl de vrouw en kind dragen in gevangenschap; _ wanneer hij horen dit alles, zijn hart raken, en hij aan:trekken zijn pantser te gaan vooruit. _ dus van zijn eigen binnenkomend motie hij bewaren de stad van de Aetolians; _ maar zij nu geven hem niets van die rijk beloning dat zij hebben aan:bieden vroeg, en hoewel hij bewaren de stad hij nemen niets door het. _ niet toen, mijn zoon, dus letten; _ laten niet hemel ver*lokken u in zulk cursus. _ wanneer de schip branden het een hard kwestie te bewaren hen. _ nemen de gift, en gaan, voor de Achaeans toen eren u als een god; _ terwijl als u be*strijden zonder nemen hen, u kunnen slaan de slag rug, maar u niet houden binnen als eer.“
_ en Achilles antwoorden, „Phoenix, oud vriend en vader, IK hebben geen behoefte van dergelijk eer. _ IK hebben eer van Jove zelf, dat ver*blijven met me bij mijn schip terwijl IK hebben adem in mijn lichaam, en mijn lidmaat sterk. _ IK zeggen verder en leggen mijn zeggen aan uw hart ergeren me niet meer met dit huilen en klaagzang, allen in de oorzaak van de zoon van Atreus. _ houden hem zo goed, en u kunnen verliezen de liefde IK dragen u. _ u moeten helpen me eerder in veront*rusten die dat veront*rusten me; _ koning zo veel aangezien IK, en aandeel als eer met mij; _ de andere nemen mijn antwoord; _ verblijf hier zelf en slaap comfortabel in uw bed; _ bij daybreak wij over*wegen of te blijven of gaan.“
_ op dit zij neigen stil aan Patroclus als een teken dat hij te voor:bereiden een bed voor Phoenix, en dat de andere moeten nemen hun verlof. _ Ajax zoon van Telamon toen zeggen, „Ulysses, edel zoon van Laertes, laten ons gaan, want IK zien dat ons reis verwaand. _ wij moeten nu nemen ons antwoord, ongewenst hoewel het, aan de Danaans die wachten te ont*vangen het. _ Achilles primitief en remorseless; _ hij wreed, en geven niets voor de liefde zijn kameraad verspillen op hem meer dan op alle de andere. _ hij onverbiddelijk en toch als een man broer of zoon hebben doden hij goed:keuren een boete als wijzigen van hem dat doden hem, en de wrong-doer hebben be*talen in volledig overblijfselen in vrede onder zijn eigen mensen; _ maar zoals voor u, Achilles, de god hebben zetten een slecht meedogenloos geest in uw hart, en dit, alle ongeveer één enig meisje, terwijl wij nu aan:bieden u de zeven best wij hebben, en veel anders in de koopje. _ toen van een meer verfijnd mening, eerbiedigen de gastvrijheid van uw eigen dak. _ wij met u als boodschapper van de gastheer van de Danaans, en fain hij houden dichtbijgelegen en beste aan zich van alle de Achaeans.“
_ „Ajax,“ antwoorden Achilles, „edel zoon van Telamon, u hebben spreken veel aan mijn houden, maar mijn bloed koken wanneer IK denken het helemaal over, en herinneren hoe de zoon van Atreus be*handelen me met contumely alsof IK sommige verachtelijk landloper, en dat ook in aanwezigheid van de Argives. _ gaan, dan, en leveren uw bericht; _ zeggen dat IK hebben geen zorg met be*strijden tot Hector, zoon van edel Priam, be*reiken de tent van de Myrmidons in zijn moordend cursus, en gooien brand op hun schip. _ voor alle zijn verlangen van slag, IK nemen het hij houden in controle wanneer hij bij mijn eigen tent en schip.“
_ op dit zij nemen elk mens zijn dubbel kop, maken hun drank-dienstenaanbod, en terug:gaan aan de schip, Ulysses leiden de manier. _ maar Patroclus ver*tellen zijn mens en de meisje-bediende te maken klaar een comfortabel bed voor Phoenix; _ zij daarom doen zo met schapehuid, een deken, en een blad van fijn linnen. _ de oud mens toen leggen zich neer en wachten tot ochtend komen. _ maar Achilles slapen in een binnen ruimte, en naast hem de dochter van Phorbas mooi Diomede, die hij hebben dragen weg van Lesbos. _ Patroclus leggen op de ander kant van de ruimte, en met hem eerlijk Iphis die Achilles hebben geven hem wanneer hij nemen Scyros de stad van Enyeus.
_ wanneer de envoys be*reiken de tent van de zoon van Atreus, de Achaeans toe:nemen, ertoe ver*binden hen in kop van goud, en beginnen te vragen hen. _ koning Agamemnon de eerste te doen zo. _ ver*tellen me, Ulysses, „zeggen hij, „hij behalve de schip van branden, of afval, en hij nog woedend?“
_ Ulysses antwoorden, „meeste edel zoon van Atreus, koning van mens, Agamemnon, Achilles niet kalmeren, maar meer hevig boos dan ooit, en af:wijzen zowel u en uw gift. _ hij bieden u nemen advies met de Achaeans te bewaren de schip en gastheer aangezien u beste kunnen; _ zoals voor zich, hij zeggen dat bij daybreak hij moeten trekken zijn schip in de water. _ hij zeggen verder dat hij moeten adviseren elk te varen naar huis eveneens, voor dat u niet be*reiken de doel van Ilius. _ „Jove,“ hij zeggen, „hebben leggen van hem overhandigen de stad te be*schermen het, en de mensen hebben nemen hart.“ _ dit wat hij zeggen, en de andere die met me kunnen ver*tellen u de zelfde verhaal Ajax en de twee aan:kondigen, mens, beiden, die kunnen ver*trouwen. _ de oud mens Phoenix blijven waar hij aan slaap, voor zodat Achilles hebben het, dat hij kunnen gaan naar huis met hem in de ochtend als hij zo; _ maar hij niet nemen hem door kracht. „
_ zij allen houden hun vrede, zitten lange tijd stil en teneergeslagen, uit hoofde van de sternness met dat Achilles hebben weigeren hen, tot weldra Diomed zeggen, „meeste edel zoon van Atreus, koning van mens, Agamemnon, u moeten niet te hebben ver*volgen de zoon van Peleus noch aan:bieden hem gift. _ hij trots genoeg aangezien het, en u hebben aan:moedigen hem in zijn trots am verder. _ laten hem blijven of gaan aangezien hij. _ hij be*strijden laat wanneer hij in de humeur, en hemel zetten het in zijn mening te doen zo. _ nu, daarom, laten ons allen doen aangezien IK zeggen; _ wij hebben eten en drinken ons vulling, laten ons toen nemen ons rest, want in rest daar zowel sterkte en verblijf. _ maar wanneer markt rooskleurig-fingered morn ver*schijnen, onmiddellijk brengen uit uw gastheer en uw horsemen voor de schip, aan:sporen hen, en zelf be*strijden onder de belangrijkste.“
_ dus hij spreken, en de ander leider goed:keuren zijn woord. _ zij toen maken hun drank-dienstenaanbod en gaan elk mens aan zijn eigen tent, waar zij be*palen te rusten en genieten de zegen van slaap.
_ | _ boek VIII _ | _ Homerus _ | _ boek X _ |