_ beschaving



_ de Iliad

_ door Homerus

_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler

_ | _ boek X _ | _ Homerus _ | _ boek XII _ |


_ boek XI


_ en nu aangezien dagen toe:nemen van haar laag naast Tithonus, harbinger van licht gelijk aan mortals en immortals, Jove ver*zenden woest onenigheid met de ensign van oorlog in haar hand aan de schip van de Achaeans. _ zij nemen haar tribune door de reusachtig zwart schil van Ulysses schip dat middlemost van allen, zodat haar stem kunnen dragen verst aan beide kanten, enerzijds naar de tent van Ajax zoon van Telamon, en op de andere naar die van Achilles- voor deze twee held, goed-ver*zekeren van hun eigen sterkte, hebben valorously op:stellen hun schip bij de twee eind van de lijn. _ daar zij nemen haar tribune, en op:heffen een schreeuw zowel luid en schril dat vullen de Achaeans met moed, geven hen hart aan strijd resoluut en met alle hun kunnen, zodat zij hebben eerder verblijf daar en vechten dan gaan naar huis in hun schip.

_ de zoon van Atreus schreeuwen hardop en bieden de Argives gird zelf voor slag terwijl hij zetten op zijn pantser. _ eerst hij girded zijn goodly kaantje over zijn been, maken hen snel met enkel greep van zilver; _ en over zijn borst hij plaatsen de breastplate dat Cinyras hebben eens geven hem als een gast-gift. _ het hebben ruchtbaar maken in het buitenland zover als Cyprus dat de Achaeans ongeveer te varen voor Troy, en daarom hij geven het aan de koning. _ het hebben tien cursus van donker cyanus, twaalf van goud, en tien van tin. _ daar serpent van cyanus dat groot:brengen zich omhoog naar de hals, drie op één van beide kant, als de regenboog dat de zoon van Saturnus hebben plaatsen in hemel als een teken aan dodelijk mens. _ ongeveer zijn schouder hij werpen zijn zwaard, be*slaan met werkgever van goud; _ en de schede van zilver met een ketting van goud waar te hangen het. _ hij nemen bovendien de rijk -rijk-dight be*schermen dat be*handelen zijn lichaam wanneer hij in slag markt te zien, met tien cirkel van brons in werking stellen alle ronde zien, weten het. _ op de lichaam van de schild daar twintig werkgever van wit tin, met andere van donker cyanus in de midden: _ deze laatste maken te tonen een Gorgon hoofd, woest en onverbiddelijk, met Rout en paniek aan beide kanten. _ de band voor de wapen te gaan door van zilver, op dat daar een writhing slang van cyanus met drie hoofd dat op:springen van een enig hals, en gaan binnen en uit onder elkaar. _ op zijn hoofd Agamemnon plaatsen een helm, met een piek vóór en erachter, en vier pluim van paardehaar dat neigen menacingly boven het; _ dan hij be*grijpen twee redoubtable brons-schoeien spears, en de schijnsel van zijn pantser ont*spruiten van hem als een vlam in de firmament, terwijl Juno en Minerva donderen ter ere van de koning van rijk Mycene.

_ elk mens nu ver*laten zijn paard verantwoordelijk voor zijn charioteer te houden hen in bereidheid door de geul, terwijl hij gaan in slag te voet bekleed in volledig pantser, en een machtig uproar toe:nemen op hoogte in de dagen. _ de leider be*wapenen en bij de geul vóór de paard krijgen daar, maar deze komen op weldra. _ de zoon van Saturnus ver*zenden een portent van kwaad geluid over hun gastheer, en de dauw vallen rood met bloed, want hij ongeveer te ver*zenden velen een moedig mens ver*haasten neer aan Hades.

_ de Trojans, op de ander kant op de toe:nemen helling van de vlakte, verzamelen om groot Hector, edel Polydamas, Aeneas die eren door de Trojans als een onsterfelijk, en de drie zoon van Antenor, Polybus, Agenor, en jong Acamas beauteous als een god. _ Hector rond schild tonen in de voorzijde rang, en als sommige verderfelijk ster dat glanzen voor een ogenblik door een huur in de wolk en opnieuw ver*bergen onder hen; _ maar toch Hector nu zien in de voor rang en nu opnieuw in de hindermost, en zijn brons pantser gleamed als de bliksem van aegis-dragen Jove.

_ en nu aangezien een band van reapers maaien om*hullen van tarwe of gerst op een rijk man land, en de schoof daling dik vóór hen, maar toch doen de Trojans en Achaeans daling op elkaar; _ zij in geen stemming voor op:brengen maar be*strijden als wolf, en geen van beide kant krijgen de beter van de andere. _ onenigheid blij aangezien zij beheld hen, want zij de enig god dat gaan onder hen; _ de andere niet daar, maar blijven stil elk in zijn eigen huis onder de dells en vallei van Olympus. _ allemaal beschuldigen de zoon van Saturnus voor willen te leven overwinning aan de Trojans, maar vader Jove aandacht besteden hen niet: _ hij houden op een afstand van allen, en zitten apart in zijn alle-glorious majesteit, kijken neer op de stad van de Trojans, de schip van de Achaeans, de schijnsel van brons, en gelijk op de slayers en op de doden.

_ nu mits de dag in de was zetten en het nog ochtend, hun pijltje regenen dik elkaar en de mensen om:komen, maar als de uur trekken nigh wanneer een woodman werken in sommige berg bos krijgen zijn middag maaltijd want hij hebben felled tot zijn hand vermoeid; _ hij ver*moeien uit, en moeten nu hebben voedsel toen de Danaans met een schreeuw dat bellen door alle hun rang, breken de bataljon van de vijand. _ Agamemnon leiden hen, en zwenken eerste Bienor, een leider van zijn mensen, en daarna zijn kameraad en charioteer Oileus, die op:springen van zijn blokkenwagen en komen hoogtepunt naar hem; _ maar Agamemnon slaan hem op de voorhoofd met zijn spear; _ zijn brons vizier van geen resultaat tegen de wapen, dat door*dringen zowel brons en been, zodat zijn hersenen slaan binnen en hij doden in volledig strijd.

_ Agamemnon ont*doen hun overhemd van van hen en ver*laten hen met hun borst allen naakt te liggen waar zij hebben vallen. _ hij toen gaan doden Isus en Antiphus twee zoon van Priam, de een bastaard, de andere geboren in huwelijk; _ zij in de zelfde blokkenwagen de bastaard drijven, terwijl edel Antiphus be*strijden naast hem. _ Achilles hebben eens nemen beiden gevangene in de glades van Ida, en hebben binden hen met vers withes aangezien zij shepherding, maar hij hebben nemen een losgeld voor hen; _ nu, nochtans, Agamemnon zoon van Atreus smote Isus in de borst boven de uitsteeksel met zijn spear, terwijl hij slaan Antiphus hard door de oor en werpen hem van zijn blokkenwagen. _ onmiddellijk hij ont*doen hun goodly pantser van van hen en er*kennen hen, want hij hebben reeds zien hen bij schip wanneer Achilles brengen hen binnen van Ida. _ aangezien een leeuw vast:maken op de fawns van een achterste en verpletteren hen in zijn groot kaak, roven hen van hun teder leven terwijl hij op zijn manier terug naar zijn lair- de achterste kunnen doen niets voor hen alhoewel zij dicht langs, want zij in een pijn van vrees, en vliegen door de dik bos, zweten, en bij haar uiterst snelheid vóór de machtig monster zo, geen mens van de Trojans kunnen helpen Isus en Antiphus, want zij zelf vliegen paniek vóór de Argives.

_ dan koning Agamemnon nemen de twee zoon van Antimachus, Pisander en moedig Hippolochus. _ het Antimachus die hebben belangrijkste in ver*hinderen Helen her*stellen aan Menelaus, want hij grotendeels om:kopen door Alexandrus; _ en nu Agamemnon nemen zijn twee zoon, allebei in de zelfde blokkenwagen, proberen te brengen hun paard aan een tribune want zij hebben verliezen greep van de teugel en de paard gek met vrees. _ de zoon van Atreus op:springen op hen als een leeuw, en de paar smeken hem van hun blokkenwagen. _ „nemen ons levend,“ zij schreeuwen, „zoon van Atreus, en u ont*vangen een groot losgeld voor ons. _ ons vader Antimachus hebben groot opslag van goud, brons, en vervaardigd ijzer, en van dit hij tevreden:stellen u met een zeer groot losgeld moeten hij ver*nemen ons levend bij de schip van de Achaeans.“

_ met dergelijk piteous woord en scheur zij smeken de koning, maar zij horen geen meelijwekkend antwoord in ruil daarvoor. _ „als,“ zeggen Agamemnon, „u zoon van Antimachus, die zodra bij een raad van Trojans voor:stellen dat Menelaus en Ulysses, die hebben komen aan u als envoys, moeten doden en niet lijden te terug:keren, u nu be*talen voor de vuil iniquity van uw vader.“

_ aangezien hij spreken hij felled Pisander van zijn blokkenwagen aan de aarde, smiting hem op de borst met zijn spear, zodat hij leggen gezicht bovenste op de grond. _ Hippolochus vluchten, maar hem ook doen Agamemnon smite; _ hij af:snijden zijn hand en zijn hoofd dat hij ver*zenden rollen binnen onder de menigte alsof het een bal. _ daar hij laten hen beide leugen, en waar de rang dik thither hij vliegen, terwijl de ander Achaeans volgen. _ voet militair drijven de voet militair van de vijand in rout vóór hen, en zwenken hen; _ horsemen doen dergelijke door horsemen, en de donderen landloper van de paard op:heffen een wolk van stof frim van de vlakte. _ koning Agamemnon volgen na, ooit doden hen en cheering op de Achaeans. _ zoals wanneer sommige machtig bos alle in vuur en vlam de eddying windvlaag whirl brand in alle richting tot de struikgewas ver*schrompelen en verbruiken alvorens de ontploffing van de vlam maar toch vallen de hoofd van de vliegen Trojans vóór Agamemnon zoon van Atreus, en veel een edel paar van steeds trekken een leeg blokkenwagen langs de weg van oorlog, bij gebrek aan bestuurder die liggen op de vlakte, meer nuttig nu aan gier dan aan hun vrouw.

_ Jove trekken Hector vanaf de pijltje en stof, met de carnage en DIN van slag; _ maar de zoon van Atreus ver*zenden verder, uit:roepen lustily aan de Danaans. _ zij vliegen door de graf van oud Ilus, zoon van Dardanus, in het midden van de vlakte, en voorbij de plaats van de wild fig.-boom maken altijd voor de stad de zoon van Atreus nog schreeuwen, en met hand allen bedrabbled in meridiaanvlak; _ maar wanneer zij hebben be*reiken de Scaean poort en de eiken boom, daar zij stoppen en wachten voor de andere te komen omhoog. _ ondertussen de Trojans houden op vliegen over de midden van de vlakte als een kudde koe maddened met angst wanneer een leeuw hebben aan:vallen hen in de doden van nacht hij op:springen op één van hen, grijpen haar hals in de greep van zijn sterk tand en toen om*wikkelen omhoog haar bloed en kloof zelf op haar ingewanden maar toch doen koning Agamemnon zoon van Atreus achter*volgen de vijand, ooit slachten de hindmost aangezien zij vluchten pell-mell vóór hem. _ veel een mens gooien headlong van zijn blokkenwagen door de hand van de zoon van Atreus, want hij hanteren zijn spear met woede.

_ maar wanneer hij enkel ongeveer te be*reiken de hoog muur en de stad, de vader van god en mens komen neer van hemel en nemen zijn zetel, blikseminslag ter beschikking, op de kam van veel-fountained Ida. _ hij toen ver*tellen iris van de gouden vleugel te dragen een bericht voor hem. _ „gaan,“ zeggen hij, „vloot iris, en spreken zo aan Hector zeggen dat mits hij zien Agamemnon rubriek zijn mens en maken verwoesting van de Trojan rang, hij te houden op een afstand en bieden de andere dragen de brunt van de slag, maar wanneer Agamemnon ver*wonden of door spear of pijl, en nemen aan zijn blokkenwagen, dan IK vouchsafe hem sterkte te doden tot hij be*reiken de schip en nacht daling bij de gaan neer van de zon.“

_ iris hearkened en uit:voeren. _ onderaan zij gaan aan sterk Ilius van de kam van Ida, en vinden Hector zoon van Priam be*vinden door zijn blokkenwagen en paard. _ dan zij zeggen, „Hector zoon van Priam, edele van god in advies, vader Jove hebben ver*zenden me te dragen u dit bericht mits u zien Agamemnon rubriek zijn mens en maken verwoesting van de Trojan rang, u te houden op een afstand en bieden de andere dragen de brunt van de slag, maar wanneer Agamemnon ver*wonden of door spear of pijl, en nemen aan zijn blokkenwagen, dan Jove vouchsafe u sterkte te doden tot u be*reiken de schip, en tot nacht daling bij de gaan neer van de zon.“

_ wanneer zij hebben zo spreken iris ver*laten hem, en Hector op:springen hoogtepunt be*wapenen van zijn blokkenwagen aan de grond, brandishing zijn spear aangezien hij gaan over overal onder de gastheer, cheering zijn mens op strijd, en be*wegen de ontzetting geschil van slag. _ de Trojans toen rijden rond, en opnieuw ontmoeten de Achaeans, terwijl de Argives op hun deel ver*sterken hun bataljon. _ de slag nu in serie en zij be*vinden van aangezicht tot aangezicht met elkaar, Agamemnon ooit drukken vooruit in zijn enthousiasme te voor alle andere.

_ ver*tellen me nu ye muse dat blijven stilstaan in de herenhuis van Olympus, die, hetzij van de Trojans of van hun bondgenoot, eerste te onder ogen zien Agamemnon? _ het Iphidamas zoon van Antenor, een mens zowel moedig en van groot gestalte, die brengen omhoog in vruchtbaar Thrace de moeder van schaap. _ Cisses, zijn moeder vader, brengen hem omhoog in zijn eigen huis wanneer hij een kind Cisses, vader aan eerlijk Theano. _ wanneer hij be*reiken mensdom, Cisses hebben houden hem daar, en voor geven hem zijn dochter in huwelijk, maar zodra hij hebben huwen hij op:stellen te be*strijden de Achaeans met twaalf schip dat volgen hem: _ deze hij hebben ver*laten bij Percote en hebben komen door land aan Ilius. _ hij het dat naw ontmoeten Agamemnon zoon van Atreus. _ wanneer zij dicht omhoog met elkaar, de zoon van Atreus missen zijn doel, en Iphidamas raken hem op de gordel onder de cuirass en toen gooien zich op hem, ver*trouwen aan zijn sterkte van wapen; _ de gordel, nochtans, niet door*dringen, noch bijna zo, voor de punt van de spear slaan tegen de zilver en draaien opzij alsof het hebben lood: _ koning Agamemnon vangen het van zijn hand, en trekken het naar hem met de woede van een leeuw; _ hij toen trekken zijn zwaard, en doden Iphidamas door slaan hem op de hals. _ zo daar de slecht kameraad leggen, slapen een slaap aangezien het van brons, doden in de defensie van zijn mede-burger, ver van van hem wedded vrouw, van die hij hebben hebben geen vreugde hoewel hij hebben geven veel voor haar: _ hij hebben geven een honderd-hoofd van vee neer, en hebben be*loven laat geven een duizend schaap en geit mengen, van de talloos troep van dat hij be*zitten. _ Agamemnon zoon van Atreus toen plunderen hem, en dragen van zijn pantser in de gastheer van de Achaeans.

_ wanneer edel Coon, Antenor oud zoon, zien dit, plek inderdaad zijn oog bij de gezicht van zijn vallen broer. _ Unseen door Agamemnon hij krijgen naast hem, spear in hand, en ver*wonden hem in het midden van zijn wapen onder de elleboog, de punt van de spear gaan net door de wapen. _ Agamemnon convulsed met pijn, maar nog niet zelfs voor dit hij ver*laten van worstelen en be*strijden, maar be*grijpen zijn spear dat vliegen als vloot als de wind, en op:springen op Coon die proberen te slepen van de lichaam van zijn broer zijn vader zoon door de voet, en schreeuwen voor hulp aan alle de moedig van zijn kameraad; _ maar Agamemnon slaan hem met een brons-schoeien spear en doden hem aangezien hij slepen de dood lijk door de pers van mens onder het mom van zijn schild: _ hij toen af:snijden zijn hoofd, be*vinden over de lichaam van Iphidamas. _ dus doen de zoon van Antenor ontmoeten hun lot bij de hand van de zoon van Atreus, en gaan neer in de huis van Hades.

_ zolang de bloed nog welled warm van zijn wond Agamemnon gaan over aan:vallen de rang van de vijand met spear en zwaard en met groot handvol van steen, maar wanneer de bloed hebben op:houden te stromen en de wond kweken droog, de pijn worden groot. _ als de scherp pangs dat de Eilithuiae, godin van bevalling, dochter van Juno en automaat van wreed pijn, ver*zenden op een vrouw wanneer zij in arbeid maar toch scherp de pangs van de zoon van Atreus. _ hij op:springen op zijn blokkenwagen, en bieden zijn charioteer aandrijving aan de schip, want hij in groot pijn. _ met een luid duidelijk stem hij schreeuwen aan de Danaans, „mijn vriend, prins en adviseur van de Argives, verdedigen de schip zelf, want Jove hebben niet lijden me te be*strijden de geheel dag door tegen de Trojans.“

_ met dit de charioteer draaien zijn paard naar de schip, en zij vliegen vooruit niets afkerig. _ hun borst wit met schuim en hun buik met stof, aangezien zij trekken de gewonde koning uit de slag.

_ wanneer Hector zien Agamemnon op:houden de gebied, hij schreeuwen aan de Trojans en Lycians zeggen, „Trojans, Lycians, en Dardanian strijder, mens, mijn vriend, en ont*slaan zich in slag bravely; _ hun best mens hebben ver*laten hen, en Jove hebben vouchsafed me een groot triomf; _ laden de vijand met uw blokkenwagen dat. _ u kunnen winnen nog groot glorie.“

_ met deze woord hij zetten hart en ziel in hen allen, en als een huntsman hond zijn hond tegen een leeuw of wild everzwijn, maar toch doen Hector, edele van Mars, hond de trots Trojans op tegen de Achaeans. _ hoogtepunt van hoop hij werpen binnen onder de belangrijkste, en vallen op de strijd als sommige woest tempest dat swoops neer op de overzees, en geselen zijn diep blauw water in woede.

_ wat, toen de volledig verhaal van die die Hector zoon van Priam doden in de uur van triomf dat Jove dan vouchsafed hem? _ eerste Asaeus, Autonous, en Opites; _ Dolops zoon van Clytius, Opheltius en Agelaus; _ Aesymnus, Orus en Hipponous vast in slag; _ deze leider van de Achaeans doen Hector doden, en toen hij vallen op de manschappen. _ zoals wanneer de westen wind door elkaar gooien de wolk van de wit zuiden en slaan hen neer met de wreedheid van zijn woede de golf van de overzees broodje hoogte, en de nevel gooien omhoog in de woede van de wandelen wind maar toch dik de hoofd van hen dat vallen door de hand van Hector.

_ allen hebben toen verliezen en geen hulp voor het, en de Achaeans hebben vluchten pell-mell aan hun schip, hebben niet Ulysses schreeuwen uit aan Diomed, „zoon van Tydeus, wat hebben gebeuren aan ons dat wij zo vergeten ons dapperheid? _ komen, mijn goed kameraad, tribune door mijn kant en helpen me, wij shamed voor ooit als Hector nemen de schip.“

_ en Diomed antwoorden, „komen wat kunnen, IK be*vinden vast; _ maar wij hebben karig vreugde van het, want Jove letten te geven overwinning aan de Trojans eerder dan aan ons.“

_ met deze woord hij slaan Thymbraeus van zijn blokkenwagen aan de grond, smiting hem in de linker borst met zijn spear, terwijl Ulysses doden Molion die zijn squire. _ deze zij laten leugen, nu zij hebben tegen:houden hun be*strijden; _ de twee held toen gaan op spelen verwoesting met de vijand, als twee wild everzwijn dat draaien in woede en rend de hond dat jagen hen. _ dus zij draaien op de Trojans en doden hen, en de Achaeans dankbaar te hebben ademen tijd in hun vlucht van Hector.

_ zij toen nemen twee prins met hun blokkenwagen, de twee zoon van Merops van Percote, die uit:blinken alle andere in de kunst van divination. _ hij hebben ver*bieden zijn zoon te gaan aan de oorlog, maar zij niet uit:voeren hem, want lot ver*lokken hen aan hun daling. _ Diomed zoon van Tydeus zwenken hen allebei en ont*doen hen van hun pantser, terwijl Ulysses doden Hippodamus en Hypeirochus.

_ en nu de zoon van Saturnus aangezien hij kijken neer van Ida ver*ordenen dat geen van beide kant moeten hebben de voordeel, en zij houden op doden elkaar. _ de zoon van Tydeus speared Agastrophus zoon van Paeon in de heup-verbinding met zijn spear. _ zijn blokkenwagen niet dichtbij voor hem te vliegen met, zo blind zeker hebben hij. _ zijn squire verantwoordelijk voor het bij sommige afstand en hij be*strijden te voet onder de belangrijkste tot hij verliezen zijn leven. _ Hector spoedig merken de verwoesting Diomed en Ulysses maken, en dragen neer op hen met een luid schreeuw, volgen door de Trojan rang; _ moedig Diomed met wanhoop ver*vullen wanneer hij zien hen, en zeggen aan Ulysses die naast hem, „groot Hector dragen neer op ons en wij ongedaan maken; _ laten ons be*vinden vast en wachten zijn begin.“

_ hij in evenwicht houden zijn spear aangezien hij spreken en slingeren het, noch hij missen zijn teken. _ hij hebben streven bij Hector hoofd dichtbij de bovenkant van zijn helm, maar brons draaien door brons, en Hector onaangeroerd, want de spear blijven door de visored roer maken met drie plaat van metaal, dat Phoebus Apollo hebben geven hem. _ Hector op:springen terug met een groot binden onder het mom van de rang; _ hij vallen op zijn knie en propped zich met zijn gespierd hand leunen ter plaatse, want duisternis hebben vallen op zijn oog. _ de zoon van Tydeus hebben werpen zijn spear stormen binnen onder de belangrijkste vechter, aan de plaats waar hij hebben zien het slaan de grond; _ ondertussen Hector terug:krijgen zich en op:springen terug in zijn blokkenwagen mengen met de menigte, door welk middel hij bewaren zijn leven. _ maar Diomed maken bij hem met zijn spear en zeggen, „hond, u hebben opnieuw krijgen weg hoewel dood dicht op uw hiel. _ Phoebus Apollo, aan die IK ween u bidden ere u gaan in slag, hebben opnieuw bewaren u, niettemin IK ontmoeten u en maken en eind van u hierna, als daar om het even welk god die be*vinden door me ook en mijn helper. _ voor de huidig IK moeten achter*volgen die IK kunnen leggen hand op.“

_ aangezien hij spreken hij beginnen ont*doen de bederven van de zoon van Paeon, maar Alexandrus echtgenoot van mooi Helen streven een pijl bij hem, leunen tegen een pijler van de monument dat mens hebben op:heffen aan Ilus zoon van Dardanus, een heerser in dag van oud. _ Diomed hebben nemen de cuirass van van de borst van Agastrophus, zijn zwaar helm ook, en de schild van van zijn schouder, wanneer Parijs trekken zijn boog en laten vlieg een pijl dat ver*zenden niet van van hem in:dienen verwaand, maar door*dringen de vlakte van Diomed juist voet, gaan net door het en be*vestigen zich in de grond. _ daarop Parijs met een hartelijk lach op:springen vooruit van zijn ver*bergen-plaats, en taunted hem zeggen, „u ver*wonden mijn pijl hebben niet ont*spruiten vergeefs; _ dat het hebben raken u in de buik en doden u, voor zo de Trojans, die vrezen u aangezien geit vrezen een leeuw, hebben hebben een bestand van kwaad.“

_ Diomed alle undaunted antwoorden, „schutter, u die zonder uw boog niets, slanderer en seducer, als u te proberen in enig gevecht be*strijden in volledig pantser, uw boog en uw pijl dienen u in weinig plaats. _ verwaand uw op:scheppen in dat u hebben krassen de zool van mijn voet. _ IK geven niet meer dan als een meisje of sommige dwaas jongen hebben raken me. _ EEN waardeloos lafaard kunnen op:leggen maar een licht wond; _ wanneer IK ver*wonden een mens hoewel I maar weiden zijn huid het een ander kwestie, voor mijn wapen leggen hem laag. _ zijn vrouw scheuren haar wang voor zorg en zijn kind fatherless: _ daar hij rotten, rood worden de aarde met zijn bloed, en gier, niet vrouw, verzamelen om hem.“

_ dus hij spreken, maar Ulysses komen omhoog en be*vinden over hem. _ onder dit dekking hij zitten neer te trekken de pijl van zijn voet, en scherp de pijn hij lijden aangezien hij doen zo. _ dan hij op:springen op zijn blokkenwagen en bieden de charioteer drijven hem aan de schip, want hij ziek bij hart.

_ Ulysses nu alleen; _ niet één van de Argives be*vinden door hem, want zij allen panisch. _ „helaas,“ zeggen hij aan zich in zijn wanhoop, „wat worden van me? _ het ziek als IK draaien en vliegen vóór deze kansen, maar het slechter als IK ver*laten alleen en nemen gevangene, voor de zoon van Saturnus hebben slaan de rest van de Danaans met paniek. _ maar waarom bespreking aan mij op deze wijze? _ goed IK kennen dat hoewel lafaard op:houden de gebied, een held, of hij ver*wonden of ver*wonden, moeten be*vinden vast en houden zijn.“

_ terwijl hij zo in twee mening, de rang van de Trojans vooruit:gaan en om*zomen hem binnen, en bitter zij komen aan me het. _ aangezien hond en lusty jeugd plaatsen op een wild everzwijn dat sallies van zijn lair whetting zijn wit slagtand zij aan:vallen hem van elk kant en kunnen horen de gnashing van zijn kaak, maar voor alle zijn wreedheid zij nog houden hun grond maar toch woedend doen de Trojans aanval Ulysses. _ eerst hij op:springen spear ter beschikking op Deiopites en ver*wonden hem op de schouder met een benedenwaarts slag; _ dan hij doden Thoon en Ennomus. _ na deze hij slaan Chersidamas in de lendestuk onder zijn schild aangezien hij hebben enkel op:springen neer van zijn blokkenwagen; _ zo hij vallen in de stof en clutched de aarde in de holte van zijn hand. _ deze hij laten leugen, en gaan ver*wonden Charops zoon van Hippasus eigen broer aan edel Socus. _ Socus, held dat hij, maken alle snelheid te helpen hem, en wanneer hij dicht bij Ulysses hij zeggen, „ver-famed Ulysses, onverzadigbaar van ambacht en zware arbeid, dit dag u of op:scheppen van hebben doden zowel de zoon van Hippasus en ont*doen hen van hun pantser, of u vallen vóór mijn spear.“

_ met deze woord hij slaan de schild van Ulysses. _ de spear gaan door de schild en over:gaan door zijn rijk vervaardigd cuirass, tearing de vlees van zijn kant, maar Pallas Minerva niet lijden het te door*dringen de ingewanden van de held. _ Ulysses kennen dat zijn uur nog niet komen, maar hij geven grond en zeggen aan Socus, „Wretch, u nu zeker sterven. _ u hebben blijven me van be*strijden verder met de Trojans, maar u nu vallen door mijn spear, op:brengen glorie aan mij, en uw ziel aan Hades van de edel steeds.“

_ Socus hebben draaien tijdens de vlucht, maar aangezien hij doen zo, de spear slaan hem in de rug middenweg tussen de schouder, en gaan net door zijn borst. _ hij vallen zwaar aan de grond en Ulysses beroemd over hem zeggen, „o Socus, zoon van Hippasus tam van paard, dood hebben ook snel voor u en u hebben niet ont*snappen hem: _ slecht wretch, niet zelfs in dood uw vader en moeder dicht uw oog, maar de vraatzuchtig gier enshroud u met de klappen van hun donker vleugel en verslinden u. _ terwijl alhoewel IK vallen de Achaeans geven me mijn gepast rite van begrafenis.“

_ zo zeggen hij trekken Socus zwaar spear uit zijn vlees en van zijn schild, en de bloed welled vooruit wanneer de spear terug:trekken zodat hij veel met wanhoop ver*vullen. _ wanneer de Trojans zien dat Ulysses af:tappen zij op:heffen een groot schreeuw en komen in een lichaam naar hem; _ hij daarom geven grond, en roepen zijn kameraad te komen en helpen hem. _ driemaal hij schreeuwen zo luid aangezien mens kunnen schreeuwen, en driemaal doen moedig Menelaus horen hem; _ hij draaien, daarom, aan Ajax die dicht naast hem en zeggen, „Ajax, edel zoon van Telamon, kapitein van uw mensen, de schreeuw van Ulysses ring in mijn oor, alsof de Trojans hebben snijden hem weg en worsting hem terwijl hij single-handed. _ laten ons maken ons manier door de throng; _ het goed dat wij verdedigen hem; _ IK vrezen hij kunnen komen te berokkenen voor alle zijn valour als hij ver*laten zonder steun, en de Danaans missen hem sorely.“

_ hij leiden de manier en machtig Ajax gaan met hem. _ de Trojans hebben verzamelen om Ulysses als ravenous berg jackals om de karkas van sommige automatisch be:sturen mannetje dat hebben raken met een pijl de mannetje hebben vluchten bij volledig snelheid mits zijn bloed warm en zijn sterkte hebben duren, maar wanneer de pijl hebben over*winnen hem, de primitief jackals verslinden hem in de shady glades van de bos. _ dan hemel ver*zenden een woest leeuw thither, waarop de jackals vliegen in verschrikking en de leeuw roven hen van hun prooi maar toch doen Trojans velen en moedig verzamelen om geslepen Ulysses, maar de held be*vinden bij baai en houden hen weg met zijn spear. _ Ajax toen komen omhoog met zijn schild vóór hem als een muur, en be*vinden hard langs, waarop de Trojans vluchten in alle richting. _ Menelaus nemen Ulysses door de hand, en leiden hem uit de pers terwijl zijn squire brengen omhoog zijn blokkenwagen, maar Ajax mee:slepen woedend op de Trojans en doden Doryclus, een bastaard zoon van Priam; _ dan hij ver*wonden Pandocus, Lysandrus, Pyrasus, en Pylartes; _ aangezien sommige zwellen bergstroom komen mee:slepen in volledig vloed van de berg op de duidelijk, groot met de regen van hemel veel een droog eik en veel een pijnboom het over*spoelen, en veel modder het neer:halen en gieten in de overzees maar toch doen moedig Ajax jacht de vijand woedend over de vlakte, doden zowel mens en paard.

_ Hector nog niet kennen welk Ajax doen, want hij be*strijden op de uiterste ver*laten van de slag door de bank van de rivier Scamander, waar de carnage dik en de oorlog-schreeuw luid rond Nestor en moedig Idomeneus. _ onder deze Hector maken groot slachting met zijn spear en woedend drijven, en vernietigen de rang dat ver*zetten aan hem; _ nog de Achaeans hebben geven geen grond, hebben niet Alexandrus echtgenoot van mooi Helen blijven de dapperheid van Machaon herder van zijn mensen, door ver*wonden hem in de juist schouder met een drievoudig-met weerhaken pijl. _ de Achaeans in groot vrees dat aangezien de strijd hebben draaien tegen hen de Trojans kunnen nemen hem gevangene, en Idomeneus zeggen aan Nestor, „Nestor zoon van Neleus, eer aan de Achaean naam, op:zetten uw blokkenwagen meteen; _ nemen Machaon met u en drijven uw paard aan de schip zo snel aangezien u kunnen. _ EEN arts de moeite waard meer dan verscheidene ander mens zetten samen, want hij kunnen verwijderen pijl en uit:spreiden helen kruid.“

_ Nestor ridder van Gerene doen aangezien Idomeneus hebben adviseren; _ hij meteen op:zetten zijn blokkenwagen, en Machaon zoon van de famed arts Aesculapius gaan met hem. _ hij geselen zijn paard en zij vliegen voorwaarts niets afkerig naar de schip, alsof van hun eigen vrij.

_ dan Cebriones zien de Trojans in verwarring zeggen aan Hector van zijn plaats naast hem, „Hector, hier wij twee be*strijden op de extreem vleugel van de slag, terwijl de ander Trojans binnen pell-mell rout, zij en hun paard. _ Ajax zoon van Telamon drijven hen vóór hem; _ IK kennen hem door de breedte van zijn schild: _ laten ons draaien ons blokkenwagen en paard thither, waar paard en voet be*strijden het meest desperately, en waar de schreeuw van slag luid.“

_ met dit hij geselen zijn goodly steeds, en wanneer zij voelen de ranselen zij trekken de blokkenwagen volledig snelheid onder de Achaeans en Trojans, over de lichaam en schild van die dat hebben vallen: _ de as bespattered met bloed, en de spoor om de auto be*handelen met plons zowel van de paard hoofs en van de band van de wiel. _ Hector scheuren zijn manier door en gooien zich in de dik van de strijd, en zijn aanwezigheid werpen de Danaans in verwarring, want zijn spear niet lang nutteloos; _ niettemin hoewel hij gaan onder de rang met zwaard en spear, en werpen groot steen, hij ver*mijden Ajax zoon van Telamon, voor Jove hebben boos met hem als hij hebben be*strijden een beter mens dan zelf.

_ dan vader Jove van zijn hoog troon slaan vrees in de hart van Ajax, zodat hij be*vinden daar versuft en werpen zijn schild achter hem kijken vreselijk bij de throng van zijn vijand alsof hij sommige wild dier, en draaien hither en thither maar buigen langzaam achteruit. _ aangezien peasants met hun hond achter*volgen een leeuw van hun veekraal, en horloge 's nachts te ver*hinderen zijn dragen van de oogst van hun kudde hij maken zijn gulzig lente, maar vergeefs, voor de pijltje van velen een sterk hand daling dik rond hem, met branden merk dat doen schrikken hem voor alle zijn woede, en wanneer ochtend komen hij wegsluipen foiled en boos weg maar toch doen Ajax, sorely tegen zijn wil, terugtocht boos vóór de Trojans, vrezen voor de schip van de Achaeans. _ of als sommige lui ezel dat hebben hebben veel een cudgel breken over zijn rug, wanneer hij in een gebied beginnen eten de graan jongen slaan hem maar hij teveel voor hen, en hoewel zij leggen ongeveer met hun stok zij niet kunnen kwetsen hem; _ nog wanneer hij hebben hebben zijn vulling zij bij laatste drijven hem van de gebied maar toch doen de Trojans en hun bondgenoot achter*volgen groot Ajax, ooit smiting de midden van zijn schild met hun pijltje. _ nu en opnieuw hij draaien en tonen strijd, houden terug de bataljon van de Trojans, en toen hij opnieuw terug:gaan; _ maar hij ver*hinderen om het even welk van hen van maken zijn manier aan de schip. _ Single-handed hij be*vinden halverwege tussen de Trojans en Achaeans: _ de spears dat ver*zenden van hun hand plakken wat van hen in zijn machtig schild, terwijl velen, niettemin thirsting voor zijn bloed, vallen aan de grond ere zij kunnen be*reiken hem aan de ver*wonden van zijn eerlijk vlees.

_ nu wanneer Eurypylus de moedig zoon van Euaemon zien dat Ajax overweldigen door de regen van pijl, hij uit:gaan aan hem en slingeren zijn spear. _ hij slaan Apisaon zoon van Phausius in de lever onder de midriff, en leggen hem laag. _ Eurypylus op:springen op hem, en ont*doen de pantser van zijn schouder; _ maar wanneer Alexandrus zien hem, hij streven een pijl bij hem welke slaan hem in de juist dij; _ de pijl breken, maar de punt dat ver*laten in de wond slepen op de dij; _ hij trekken terug, daarom, onder het mom van zijn kameraad te bewaren zijn leven, schreeuwen aangezien hij doen zo aan de Danaans, „mijn vriend, prins en adviseur van de Argives, verzameling aan de defensie van Ajax die overweldigen, en IK be*twijfelen of hij komen de strijd levend. _ Hither, toen, aan de redding van groot Ajax zoon van Telamon.“

_ maar toch hij schreeuwen wanneer hij ver*wonden; _ daarop de andere komen dichtbij, en verzamelen om hem, houden hun schild upwards van hun schouder om geven hem dekking. _ Ajax toen maken naar hen, en draaien rond aan tribune bij baai zodra hij hebben be*reiken zijn mens.

_ dus toen zij be*strijden aangezien het een vlammen brand. _ ondertussen de merrie van Neleus, allen in een schuim met zweet, dragen Nestor uit de strijd, en met hem Machaon herder van zijn mensen. _ Achilles zien en nemen nota, want hij be*vinden op de achtersteven van zijn schip letten de hard spanning en strijd van de strijd. _ hij roepen van de schip aan zijn kameraad Patroclus, die horen hem in de tent en komen uit kijken als Mars zelf hier inderdaad de begin van de ziek dat weldra over*komen hem. _ „waarom,“ zeggen hij, „Achilles u roepen me? _ wat doen u wat u willen met me?“ _ en Achilles antwoorden, „edel zoon van Menoetius, mens na mijn eigen hart, IK nemen het dat IK nu hebben de Achaeans bidden bij mijn knie, want zij in groot Detroit; _ gaan, Patroclus, en vragen Nestor die dat hij dragen weg ver*wonden van de gebied; _ van zijn achter IK moeten zeggen het Machaon zoon van Aesculapius, maar IK kunnen niet zien zijn gezicht voor de paard gaan door me bij volledig snelheid.“

_ Patroclus doen aangezien zijn beste kameraad hebben bieden hem, en plaatsen weg in werking stellen door de schip en tent van de Achaeans.

_ wanneer Nestor en Machaon hebben be*reiken de tent van de zoon van Neleus, zij demonteren, en een esquire, Eurymedon, nemen de paard van de blokkenwagen. _ de paar toen be*vinden in de wind door de kust te drogen de zweet van hun overhemd, en wanneer zij hebben zo doen zij komen binnen en nemen hun zetel. _ eerlijk Hecamede, die Nestor hebben hebben toe:kennen aan hem van Tenedos wanneer Achilles nemen het, mengen hen een knoeien; _ zij dochter van wijs Arsinous, en de Achaeans hebben geven haar aan Nestor omdat hij uit:blinken allemaal in advies. _ eerst zij plaatsen voor hen een eerlijk en well-made lijst dat hebben voet van cyanus; _ op het daar een schip van brons en een ui te geven saus aan de drank, met honing en cake van gerst-maaltijd. _ daar ook een kop van zeldzaam vakmanschap dat de oud mens hebben brengen met hem van huis, be*slaan met werkgever van goud; _ het hebben vier handvat, op elk van dat daar twee gouden duif voeden, en het hebben twee voet te be*vinden. _ om het even wie anders nauwelijks hebben kunnen te op:heffen het van de lijst wanneer het volledig, maar Nestor kunnen doen zo vrij gemakkelijk. _ in dit de vrouw, zo eerlijk aangezien een godin, mengen hen een knoeien met Pramnian wijn; _ zij raspen geit melk kaas in het met een brons rasp, werpen in een handvol van wit gerst-maaltijd, en hebben zo voor:bereiden de knoeien zij bieden hen drank het. _ wanneer zij hebben doen zo en hebben zo doven hun dorst, zij vallen spreken met elkaar, en bij dit ogenblik Patroclus ver*schijnen bij de deur.

_ wanneer de oud mens zien hem hij op:springen van zijn zetel, grijpen zijn hand, leiden hem in de tent, en bieden hem nemen zijn plaats onder hen; _ maar Patroclus be*vinden waar hij en zeggen, „edel heer, IK kunnen niet blijven, u niet kunnen overreden me te komen binnen; _ hij dat ver*zenden me niet te trifled met, en hij bieden me vragen wie de gewonde mens wie u dragen vanaf de gebied. _ IK kunnen nu zien voor mij dat hij Machaon herder van zijn mensen. _ IK moeten terug:gaan en ver*tellen Achilles. _ u, heer, kennen wat een vreselijk mens hij, en hoe klaar te beschuldigen zelfs waar geen schuld moeten liggen.“

_ en Nestor antwoorden, „waarom moeten Achilles geven te kennen hoeveel van de Achaeans kunnen ver*wonden? _ hij recks niet van de wanhoop dat regeren in ons gastheer; _ ons het meest moedig leider liggen gehandicapten, moedig Diomed zoon van Tydeus ver*wonden; _ zo Ulysses en Agamemnon; _ Eurypylus hebben raken met een pijl in de dij, en IK hebben enkel brengen dit mens van de gebied hij ook ver*wonden met een pijl; _ niettemin Achilles, zo moedig hoewel hij, zorg niet en kennen geen Ruth. _ hij wachten tot de schip, doen wat wij kunnen, in een uitbarsting, en wij om:komen op de andere? _ zoals voor me, IK hebben geen sterkte noch verblijf in me lang; _ dat IK nog jong en sterk zoals in de dag wanneer daar een strijd tussen ons en de mens van Elis over sommige vee-over*vallen. _ IK toen doden Itymoneus de moedig zoon van Hypeirochus een bewoner in Elis, aangezien IK drijven in de grond; _ hij raken door een pijltje werpen mijn hand terwijl be*strijden in de voorzijde rang ter verdediging van zijn koe, zodat hij vallen en de land mensen rond hem in groot vrees. _ wij af:slaan een enorm hoeveelheid van booty van de vlakte, vijftig kudde van vee en zo veel troep van schaap; _ vijftig droves ook van varken, en zo veel breed-uit:spreiden troep van geit. _ van paard bovendien wij grijpen een honderd en vijftig, allemaal merrie, en velen hebben foals in werking stellen met hen. _ al deze wij drijven 's nachts aan Pylus de stad van Neleus, nemen hen binnen de stad; _ en de hart van Neleus blij in dat IK hebben nemen zo veel, hoewel het de eerste tijd IK hebben ooit in de gebied. _ bij daybreak de aan:kondigen gaan om schreeuwen dat allen in Elis aan die daar een schuld verschuldigd moeten komen; _ en de leiden Pylians assembleren te ver*delen de bederven. _ daar velen aan die de Epeans verschuldigd goed, want wij mens van Pylus weinigen en hebben onder*drukken met verkeerd; _ in eerstgenoemde jaar hercules hebben komen, en hebben leggen zijn hand zwaar op ons, zodat alle ons best mens hebben om:komen. _ Neleus hebben hebben twaalf zoon, maar I alleen ver*laten; _ de andere hebben allen doden. _ de Epeans veronder*stellen op dit alles hebben kijken neer op ons en hebben doen ons veel kwaad. _ mijn vader kiezen een kudde van vee en een groot troep van schaap drie honderd in allen en hij nemen hun herder met hem, voor daar een groot schuld gepast aan hem in Elis, aan verstand vier paard, winnaar van prijs. _ zij en hun blokkenwagen met hen hebben gaan aan de spel en te in werking stellen voor een driepoot, maar koning Augeas nemen hen, en ver*zenden terug hun bestuurder grieving voor de verlies van zijn paard. _ Neleus irriteren door wat hij hebben zowel zeggen en doen, en nemen groot waarde in ruil daarvoor, maar hij ver*delen de rest, dat geen mens kunnen hebben minder dan zijn volledig aandeel.

_ „zo wij opdracht geven alle ding, en aan:bieden offer aan de god door de stad; _ maar drie dag daarna de Epeans komen in een lichaam, velen in aantal, zij en hun blokkenwagen, in volledig serie, en met hen de twee Moliones in hun pantser, hoewel zij nog lads en ongebruikt aan be*strijden. _ nu daar een bepaald stad, Thryoessa, neer:strijken op een rots op de rivier Alpheus, de grens stad Pylus; _ dit zij vernietigen, en werpen hun kamp over het, maar wanneer zij hebben kruisen hun geheel vlakte, Minerva werpen neer 's nachts van Olympus en bieden ons plaatsen ons in serie; _ en zij vinden gewillig militair in Pylos, voor de mens be*tekenen be*strijden. _ Neleus niet laten me be*wapenen, en ver*bergen mijn paard, want hij zeggen dat tot hiertoe IK kunnen kennen niets over oorlog; _ niettemin Minerva zo opdracht geven de strijd dat, allen te voet aangezien IK, IK be*strijden onder ons op:zetten kracht en vied met de belangrijkste van hen. _ daar een rivier Minyeius dat vallen in de overzees dichtbij Arene, en daar zij dat op:zetten (en I met hen) wachten tot ochtend, wanneer de bedrijf van voet militair komen omhoog met ons van kracht. _ vandaar in volledig uitrusting en materiaal wij komen naar middag aan de heilig water van de Alpheus, en daar wij aan:bieden slachtoffer aan almachtig Jove, met een stier aan Alpheus, andere aan Neptunus, en een kudde-vaars aan Minerva. _ na dit wij nemen avondmaal in ons bedrijf, en leggen ons neer te rusten elk in zijn pantser door de rivier.

_ „de Epeans belegeren de stad en be*palen te nemen het, maar ere dit kunnen daar een wanhopig strijd in opslag voor hen. _ wanneer de zon straal beginnen te vallen op de aarde wij aan:sluiten slag, bidden aan Jove en aan Minerva, en wanneer de strijd hebben beginnen, IK de eerste te doden mijn mens en nemen zijn paard te weten de strijder Mulius. _ hij schoonzoon aan Augeas, hebben huwen zijn oud dochter, gouden-haired Agamede, die kennen de deugd van elk kruid dat kweken op de gezicht van de aarde. _ IK speared hem aangezien hij komen naar me, en wanneer hij vallen headlong in de stof, IK op:springen op zijn blokkenwagen en nemen mijn plaats in de voor rang. _ de Epeans vluchten in alle richting wanneer zij zien de kapitein van hun horsemen (de best mens zij hebben) leggen laag, en IK vegen neer op hen als een whirlwind, nemen vijftig blokkenwagen en in elk van hen twee mens bijten de stof, doden door mijn spear. _ IK moeten hebben zelfs doden de twee Moliones zoon van acteur, tenzij hun echt vader, Neptunus Lord van de aardbeving, hebben ver*bergen hen in een dik mist en dragen hen uit de strijd. _ daarop Jove vouchsafed de Pylians een groot overwinning, want wij achter*volgen hen ver over de vlakte, doden de mens en brengen in hun pantser, tot wij hebben brengen ons paard aan Buprasium rijke in tarwe en aan de Olenian rots, met de heuvel dat roepen Alision, bij dat punt Minerva draaien de mensen achter. _ daar IK zwenken de laatste mens en ver*laten hem; _ dan de Achaeans drijven hun paard terug van Buprasium aan Pylos en geven dank aan Jove onder de god, en onder dodelijk mens aan Nestor.

_ „zulke I onder mijn edele, zo zeker zoals ooit, maar Achilles voor houden alle zijn valour voor zich; _ bitter hij rue het hierna wanneer de gastheer snijden aan stuk. _ mijn goed vriend, niet Menoetius laden u zo, op de dag wanneer hij ver*zenden u van Phthia aan Agamemnon? _ Ulysses en IK in de huis, binnen, en horen dat alles hij zeggen aan u; _ want wij komen aan de eerlijk huis van Peleus terwijl slaan omhoog aan:werven door alle Achaea, en wanneer wij krijgen daar wij vinden Menoetius en zelf, en Achilles met u. _ de oud ridder Peleus in de buiten hof, roosteren de vet thigh-bones van een vaars aan Jove de Lord van donder; _ en hij houden een gouden miskelk in zijn hand van dat hij gieten drank-dienstenaanbod van wijn over de branden offer. _ u twee bezig knipsel omhoog de vaars, en bij dat ogenblik wij be*vinden bij de poort, waarop Achilles op:springen aan zijn voet, leiden ons door de hand in de huis, plaatsen ons bij lijst, en plaatsen vóór ons dergelijk gastvrij vermaak aangezien gast ver*wachten. _ wanneer wij hebben tevreden:stellen ons met vlees en drank, IK zeggen mijn zeggen en aan:sporen allebei van u te aan:sluiten ons. _ u klaar genoeg te doen zo, en de twee oud mens laden u veel en straitly. _ oud Peleus bieden zijn zoon Achilles strijd ooit onder de belangrijkste en outvie zijn edele, terwijl Menoetius de zoon van acteur spreken zo aan u: _ „mijn zoon,“ zeggen hij, „Achilles van edel geboorte dan u, maar u oud dan hij, hoewel hij ver de beter mens van de twee. _ adviseren hem wijselijk, leiden hem in de juist manier, en hij volgen u aan zijn eigen winst.“ _ dus doen uw vader last u, maar u hebben vergeten; _ niettemin, zelfs nu, zeggen dit alles aan Achilles als hij luisteren aan u. _ Who kennen maar met hemel hulp u kunnen spreken hem over, want het goed te nemen een vriend raad. _ als, nochtans, hij vreselijk over sommige orakel, of als zijn moeder hebben ver*tellen hem iets van Jove, dan laten hem ver*zenden u, en laten de rest van de Myrmidons volgen met u, als perchance u kunnen brengen licht en besparing aan de Danaans. _ en laten hem ver*zenden u in slag bekleed in zijn eigen pantser, dat de Trojans kunnen verwarren u voor hem en ver*laten van be*strijden; _ de zoon van de Achaeans kunnen zo hebben tijd te krijgen hun adem, want zij hard drukken en daar weinig ademen tijd in slag. _ u, die vers, kunnen gemakkelijk drijven een ver*moeien vijand terug naar zijn muur en vanaf de tent en schip. „

_ met deze woord hij be*wegen de hart van Patroclus, die plaatsen weg in werking stellen door de lijn van de schip aan Achilles, nakomeling van Aeacus. _ wanneer hij hebben voor zover de schip van Ulysses, waar hun plaats van assemblage en Hof van Justitie van rechtvaardigheid, met hun altaar wijden aan de god, Eurypylus zoon van Euaemon ontmoeten hem, gewonde in de dij met een pijl, en limping uit de strijd. _ zweet regenen van zijn hoofd en schouder, en zwart bloed welled van zijn wreed wond, maar zijn mening niet wandelen. _ de zoon van Menoetius wanneer hij zien hem hebben medeleven op hem en spreken piteously zeggen, „o ongelukkig prins en adviseur van de Danaans, u toen veroor*delen te voer de hond van Troy met uw vet, ver van uw vriend en uw inwoner land? _ zeggen, edel Eurypylus, de Achaeans kunnen te houden groot Hector in controle, of zij vallen nu vóór zijn spear?“

_ gewonde Eurypylus maken antwoord, „edel Patroclus, daar geen hoop ver*laten voor de Achaeans maar zij om:komen bij hun schip. _ allen zij dat prins onder ons liggen slaan neer en ver*wonden bij de hand van de Trojans, die in de was zetten sterk en sterk. _ maar behalve me en nemen me aan uw schip; _ verwijderen de pijl van mijn dij; _ wassen de zwart bloed van van het met warm water, en leggen op het die verfijnd kruid dat, zodat zij zeggen, hebben tonen u door Achilles, die zelf tonen hen door Chiron, het meest righteous van alle de centaurs. _ voor van de arts Podalirius en Machaon, IK horen dat de liggen gewonde in zijn tent en zelf met behoefte aan helen, terwijl de andere be*strijden de Trojans op de vlakte.“

_ „held Eurypylus,“ antwoorden de moedig zoon van Menoetius, „hoe kunnen deze ding? _ wat kunnen IK doen? _ IK op mijn manier te dragen een bericht aan edel Achilles van Nestor van Gerene, bolwerk van de Achaeans, maar maar toch IK niet onachtzaam uw nood.“

_ met dit hij clasped hem rond maken de midden en leiden hem in de tent, en een bediende, wanneer hij zien hem, uit:spreiden os-huid ter plaatse voor hem te liggen. _ hij leggen hem bij volledig lengte en verwijderen de scherp pijl van zijn dij; _ hij wassen de zwart bloed van de wond met warm water; _ hij toen verpletteren een bitter kruid, wrijven het tussen zijn hand, en uit:spreiden het op de wond; _ dit een positief kruid dat doden alle pijn; _ zo de wond weldra droog en de bloed ver*laten van stromen.

_ | _ boek X _ | _ Homerus _ | _ boek XII _ |


_ auteursrecht © 2005 alle recht Reserved.Focusmm.com
Mediterranean Cruises | Turkey Hotels | Greece Holiday | Italy Holidays | Cheap France Holidays | Spain Villa | Flights to Malta | Lebanon Holiday | Egypt Travel | Tunisia Tours | Moroccon Villas

Bodrum Turkey Travel | Istanbul Turkey Holiday | Flights to Turkey | Turkey Travel | Antalya Turkey Holidays | Turkey Hotel | Turkey Holiday | Marmaris Turkey Holiday