_ beschaving



_ de Iliad

_ door Homerus

_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler

_ | _ boek XIV _ | _ Homerus _ | _ boek XVI _ |


_ boek XV


_ maar wanneer hun vlucht hebben nemen hen voorbij de geul en de vastgesteld staak, en velen hebben vallen door de hand van de Danaans, de Trojans maken een halt op be*reiken hun blokkenwagen, leiden en bleek met vrees. _ Jove nu wekken op de kam van Ida, waar hij liggen met gouden-throned Juno door zijn kant, en beginnen aan zijn voet hij zien de Trojans en Achaeans, de werpen in verwarring, en de andere drijven hen pell-mell vóór hen met koning Neptunus in hun midden. _ hij zien Hector liggen ter plaatse met zijn kameraad verzamelen om hem, hijgen voor adem, wandelen in mening en braken bloed, voor het niet de feeblest van de Achaeans die slaan hem.

_ de vader van god en mens hebben medelijden op hem, en kijken hevig op Juno. _ „IK zien, Juno,“ zeggen hij, „u ellende maken trickster, dat uw sluwheid hebben blijven Hector van be*strijden en hebben veroorzaken de rout van zijn gastheer. _ IK in half een mening te geselen u, waarbij u de eerste te oogsten de fruit van uw scheurbuik knavery. _ u niet herinneren hoe eens IK hebben u hangen? _ IK vast:maken twee aambeeld op uw voet, en binden uw in:dienen een ketting van goud dat niets kunnen breken, en u hangen in mid-air onder de wolk. _ alle de god in Olympus in een woede, maar zij kunnen niet be*reiken u te plaatsen u vrij; _ wanneer IK vangen om het even wie van hen IK grijpen hem en slingeren hem van de hemels drempel tot hij komen verzwakken neer aan aarde; _ maar toch zelfs dit niet ver*lichten mijn mening van de incessant bezorgdheid dat IK voelen over edel hercules die u en Boreas hebben spitefully ver*voeren voorbij de overzees aan cos., na om:kopen de tempests; _ maar IK redden hem, en niettegenstaande alle zijn machtig werken IK brengen hem terug opnieuw aan Argos. _ IK herinneren u van dit dat u kunnen leren te ver*laten van zo bedrieglijk, en ont*dekken hoeveel u waarschijnlijk te be*reiken door de greep uit dat u hebben komen hier te bedriegen me.“

_ Juno beven aangezien hij spreken, en zeggen, „mei hemel boven en aarde onder mijn getuige, met de water van de rivier Styx- en dit de het meest plechtig eed dat een zegenen god kunnen nemen nay, IK zweren ook door uw eigen almachtig hoofd en door ons bruids bed ding over dat IK kunnen nooit misschien perjure zelf dat Neptunus niet straffen Hector en de Trojans en helpen de Achaeans door om het even welk doen van mijn; _ het elk van zijn eigen zuiver motie omdat hij droevig te zien de Achaeans hard drukken bij hun schip: _ als IK adviseren hem, IK moeten ver*tellen hem te doen aangezien u bieden hem.“

_ de vader van god en mens glimlachen en antwoorden, „als u, Juno, altijd te steunen me wanneer wij zitten in raad van de god, Neptunus, als het of nr, spoedig komen rond aan uw en mijn manier van denken. _ als, toen, u spreken de waarheid en be*tekenen wat u zeggen, gaan onder de manschappen van de god, en ver*tellen iris en Apollo Lord van de boog, dat IK willen hen iris, dat zij kunnen gaan aan de Achaean gastheer en ver*tellen Neptunus te ver*laten van be*strijden en gaan naar huis, en Apollo, dat hij kunnen ver*zenden Hector opnieuw in slag en geven hem vers sterkte; _ hij zo vergeten zijn huidig sufferings, en drijven de Achaeans terug in verwarring tot zij vallen onder de schip van Achilles zoon van Peleus. _ Achilles toen ver*zenden zijn kameraad Patroclus in slag, en Hector doden hem voor Ilius nadat hij hebben doden veel strijder, en onder hen mijn eigen edel zoon Sarpedon. _ Achilles doden Hector aan avenge Patroclus, en vanaf toen IK brengen het ongeveer dat de Achaeans voortdurend drijven de Trojans rug tot zij ver*vullen de advies van Minerva en nemen Ilius. _ maar IK niet blijven mijn woede, noch toe:laten om het even welk god te helpen de Danaans tot IK hebben verwezenlijken de wens van de zoon van Peleus, volgens de belofte IK maken door buigen mijn hoofd op de dag wanneer Thetis raken mijn knie en smeken me te geven hem ere.“

_ Juno aandacht besteden zijn woord en gaan van de hoogte van Ida aan groot Olympus. _ Swift als de gedachte van één wiens luim dragen hem over enorm continent, en hij zeggen aan zich, „nu IK hier, of daar,“ en hij hebben alle manier van ding maar toch vlug doen Juno vleugel haar manier tot zij komen aan hoog Olympus en gaan binnen onder de god die verzamelen in de huis van Jove. _ wanneer zij zien haar zij allemaal komen tot haar, en stand:houden hun kop aan haar als groet. _ zij laten de andere, maar nemen de kop aan:bieden haar door mooi Themis, die eerste te komen lanceren aan haar. _ „Juno,“ zeggen zij, „waarom u hier? _ en u schijnen veront*rusten hebben uw echtgenoot de zoon van Saturnus bang maken u?“

_ en Juno antwoorden, „Themis, niet vragen me over het. _ u kennen wat een trots en wreed regeling mijn echtgenoot hebben. _ leiden de god aan lijst, waar u en alle de immortals kunnen horen de slecht ontwerp dat hij hebben toe:geven. _ veel een één, dodelijk en onsterfelijk, irriteren door hen, nochtans peaceably hij kunnen feesten nu.“

_ op dit Juno zitten neer, en de god veront*rusten door de huis van Jove. _ gelach zitten op haar lip maar haar brow door*ploegen met zorg, en zij spreken omhoog in een woede. _ „dwaas dat wij,“ zij schreeuwen, „te zo gek boos met Jove; _ wij houden op willen te uit:gaan aan hem en blijven hem door kracht of door overtuiging, maar hij zitten op een afstand en geven voor niemand, want hij kennen dat hij veel sterk dan een ander van de immortals. _ maken de beste, daarom, van welk tegenslag hij kunnen kiezen te ver*zenden elk één van u; _ Mars, IK nemen het, hebben hebben een smaak van hen reeds, want zijn zoon Ascalaphus hebben vallen in slag de mens die van alle andere hij houden het meest dearly en wiens vader hij be*zitten zelf te.“

_ wanneer hij horen dit Mars smote zijn twee stevig dij met de vlakte van zijn hand, en zeggen in woede, „niet beschuldigen me, u god dat blijven stilstaan in hemel, als IK gaan aan de schip van de Achaeans en avenge de dood van mijn zoon, alhoewel het eind in mijn slaan door Jove bliksem en liggen in bloed en stof onder de corpses.“

_ aangezien hij spreken hij geven orde te in:spannen zijn paard paniek en Rout, terwijl hij zetten op zijn pantser. _ op dit, Jove hebben op:wekken aan nog meer woest en onverbiddelijk vijandschap tegen de ander immortals, hebben niet Minerva, ararmed voor de veiligheid van de god, op:springen van haar zetel en haastig buitenkant. _ zij scheuren de helm van zijn hoofd en de schild van zijn schouder, en zij nemen de brons spear van zijn sterk hand en reeks het op één kant; _ dan zij zeggen aan Mars, „gek, u ongedaan maken; _ u hebben oor dat horen niet, of u hebben verliezen alle oordeel en be*grijpen; _ hebben u niet horen wat Juno hebben zeggen op komen rechtstreeks van de aanwezigheid van Olympian Jove? _ u wensen te gaan door alle soort van lijden alvorens u brengen terug ziek en droevig aan Olympus, na hebben veroorzaken oneindig ellende aan allen ons andere? _ Jove onmiddellijk ver*laten de Trojans en Achaeans aan zich; _ hij komen aan Olympus te straffen ons, en grijpen ons omhoog na andere, schuldig of niet schuldig. _ daarom leggen opzij uw woede voor de dood van uw zoon; _ beter mens dan hij hebben of doden reeds of vallen hierna, en niet kunnen be*schermen elk zijn geheel familie.“

_ met deze woord zij nemen Mars terug naar zijn zetel. _ ondertussen Juno roepen Apollo buiten, met iris de boodschapper van de god. _ „Jove,“ zij zeggen aan hen, „wens u te gaan aan hem meteen op Mt. Ida; _ wanneer u hebben zien hem u te doen aangezien hij kunnen toen bieden u.“

_ daarop Juno ver*laten hen en her*vatten haar zetel binnen, terwijl iris en Apollo maken alle haast op hun manier. _ wanneer zij be*reiken veel-fountained Ida, moeder van wild dier, zij vinden Jove zetten op hoogste Gargarus met een geurig wolk om*ringen zijn hoofd zoals met een diadem. _ zij be*vinden vóór zijn aanwezigheid, en hij pleased met hen voor hebben zo snel in uit:voeren de orde zijn vrouw hebben geven hen.

_ hij spreken aan iris eerst. _ „gaan,“ zeggen hij, „vloot iris, ver*tellen koning Neptunus wat I nu bieden u en ver*tellen hem waar. _ bieden hem ver*laten van be*strijden, en of aan:sluiten de bedrijf van de god, of gaan neer in de overzees. _ als hij nemen geen aandacht en disobeys me, laten hem over*wegen goed of hij sterk genoeg te houden zijn tegen me als IK aan:vallen hem. _ IK oud en veel sterk dan hij; _ maar toch hij niet bang te plaatsen zich omhoog zoals op hetzelfde niveau als mij, van die alle de ander god be*vinden in awe.“

_ iris, vloot als de wind, uit:voeren hem, en als de koude hagel of sneeuwvlok dat vliegen van uit de wolk vóór de ontploffing van Boreas, maar toch zij vleugel haar manier tot zij komen dicht tot de groot schudbeker van de aarde. _ dan zij zeggen, „IK hebben komen, o donker-haired koning dat houden de wereld in zijn greep, te brengen u een bericht van Jove. _ hij bieden u ver*laten van be*strijden, en of aan:sluiten de bedrijf van de god of gaan neer in de overzees; _ als, nochtans, u nemen geen aandacht en disobey hem, hij zeggen hij komen neer hier en be*strijden u. _ hij hebben u houden uit zijn bereik, want hij oud en veel sterk dan u, en toch u niet bang te plaatsen zich omhoog zoals op hetzelfde niveau als zich, van die alle de ander god be*vinden in awe.“

_ Neptunus zeer boos en zeggen, „groot hemel! _ sterk aangezien Jove kunnen, hij hebben zeggen meer dan hij kunnen doen als hij hebben dreigen geweld tegen me, die am van gelijkaardig eer met zich. _ wij drie broer die Rhea dragen aan Saturnus Jove, zelf, en Hades die be*slissen de wereld hieronder. _ hemel en aarde ver*delen in drie deel, en elk van ons te hebben een gelijk aandeel. _ wanneer wij gieten partij, het vallen aan me te hebben mijn woning in de overzees voor steeds meer; _ Hades nemen de duisternis van de koninkrijk onder de aarde, terwijl lucht en hemel en wolk de gedeelte dat vallen aan Jove; _ maar aarde en groot Olympus de gemeenschappelijk bezit van allen. _ daarom IK niet lopen aangezien Jove hebben me. _ voor alle zijn sterkte, laten hem houden aan zijn eigen derde aandeel en tevreden:stellen zonder dreigen te leggen hand op me alsof IK niemand. _ laten hem houden zijn op:scheppen bespreking voor zijn eigen zoon en dochter, die moeten noodgedwongen uit:voeren hem.

_ iris vloot als de wind toen antwoorden, „I werkelijk, Neptunus, te opbrengst dit durven en onproductief bericht aan Jove, of u opnieuw in overweging nemen uw antwoord? _ zinnig mensen open aan argument, en u kennen dat de Erinyes altijd uit:strekken zich op de kant van de oud persoon.“

_ Neptunus antwoorden, „godin iris, uw woord hebben spreken in seizoen. _ het goed wanneer een boodschapper tonen zo veel discretie. _ niettemin het snijden me aan de eigenlijk hart dat om het even wie moeten be*rispen zo boos andere die zijn eigen edele, en van gelijkaardig imperium met zich. _ nu, nochtans, IK uiting geven ondanks mijn ongenoegen; _ verder laten me ver*tellen u, en IK be*tekenen wat IK zeggen als tegendeel aan de wens van mij, Minerva bestuurder van de grond, Juno, kwik, en koning Vulcan, Jove reserveonderdeel steil Ilius, en niet laten de Achaeans hebben de groot triomf van ont*slaan het, laten hem be*grijpen dat hij op:lopen ons onverbiddelijk wrok.“

_ Neptunus nu ver*laten de gebied te gaan neer onder de overzees, en sorely doen de Achaeans missen hem. _ dan Jove zeggen aan Apollo, „gaan, beste Phoebus, aan Hector, voor Neptunus die houden de aarde in zijn greep hebben nu gaan neer onder de overzees te ver*mijden de strengheid van mijn ongenoegen. _ hebben hij niet doen zo die god die hieronder met Saturnus hebben komen te ver*nemen de strijd tussen ons. _ het beter voor zowel van ons dat hij moeten hebben in bedwang houden zijn woede en houden uit mijn bereik, voor IK moeten hebben hebben veel probleem met hem. _ nemen, dan, uw tasselled aegis, en schudden het woedend, om plaatsen de Achaean held in een paniek; _ nemen, bovendien, moedig Hector, o ver-Darter, in uw eigen zorg, en op:wekken hem aan akte van durven, tot de Achaeans ver*zenden vliegen terug naar hun schip en aan de Hellespont. _ van dat punt IK denken het goed over, hoe de Achaeans kunnen hebben een respijt van hun probleem.“

_ Apollo uit:voeren zijn vader zeggen, en ver*laten de kam van Ida, vliegen als een valk, bane van duif en vlug van alle vogel. _ hij vinden Hector niet meer liggen op de grond, maar zitting omhoog, want hij hebben enkel komen aan zich opnieuw. _ hij kennen die die over hem, en de zweet en hard ademen hebben ver*laten hem van de ogenblik wanneer de wil van aegis-dragen Jove hebben doen herleven hem. _ Apollo be*vinden naast hem en zeggen, „Hector, zoon van Priam, waarom u zo vaag, en waarom u hier vanaf de andere? _ hebben om het even welk ongeluk over*komen u?“

_ Hector in een zwak stem antwoorden, „en dat, soort heer, van de god u, die nu vragen me zo? _ u niet kennen dat Ajax slaan me op de borst met een steen aangezien IK doden zijn kameraad bij de schip van de Achaeans, en dwingen me te ver*laten van be*strijden? _ IK ervoor zorgen dat dit eigenlijk dag IK moeten ademen mijn laatste en gaan onderaan in de huis van Hades.“

_ dan koning Apollo zeggen aan hem, „nemen hart; _ de zoon van Saturnus hebben ver*zenden u een machtig helper van Ida te be*vinden door u en verdedigen u, zelfs me, Phoebus Apollo van de gouden zwaard, die hebben beschermer tot nu toe niet alleen van zich maar van uw stad. _ nu, daarom, opdracht geven uw horsemen te drijven hun blokkenwagen aan de schip in groot massa. _ IK gaan vóór uw paard te glad:maken de manier voor hen, en draaien de Achaeans tijdens de vlucht.“

_ aangezien hij spreken hij gieten groot sterkte in de herder van zijn mensen. _ en als een paard, stabled en goed doorvoed, breken los en galopperen gloriously over de vlakte aan de plaats waar hij niet te nemen zijn bad in de rivier hij werpen zijn hoofd, en zijn manen stroom over zijn schouder zoals in alle de trots van zijn sterkte hij vliegen volledig snelheid aan de weiland waar de merrie voeden maar toch Hector, wanneer hij horen wat de god zeggen, aan:sporen zijn horsemen, en ver*zenden vooruit zo snel aangezien zijn lidmaat kunnen nemen hem. _ aangezien land peasants plaatsen hun hond op een automatisch be:sturen mannetje of wildernis geit hij hebben nemen schuilplaats onder rots of struikgewas, en zij niet kunnen vinden hem, maar, lo, een gebaard leeuw die hun schreeuw hebben op:wekken be*vinden in hun weg, en zij in geen verder humeur voor de jacht maar toch de Achaeans nog laden in een lichaam, gebruiken hun zwaard en spears richten bij beide eind, maar wanneer zij zien Hector gaan ongeveer onder zijn mens zij bang, en hun hart vallen neer in hun voet.

_ dan spreken Thoas zoon van Andraemon, leider van de Aetolians, een mens die kunnen werpen een goed werpen, en die staunch ook in dicht strijd, terwijl weinigen kunnen over*treffen hem in debat wanneer advies ver*delen. _ hij toen met alle sincerity en goodwill richten hen zo: _ „wat, in hemel naam, IK nu zien? _ het niet Hector komen aan leven opnieuw? _ elk één ervoor zorgen hij hebben doden door Ajax zoon van Telamon, maar het schijnen dat één van de god hebben opnieuw redden hem. _ hij hebben doden velen van ons Danaans reeds, en IK nemen het maar toch doen zo, want de hand van Jove moeten met hem of hij nooit durven tonen zich zo masterful aan het front van de slag. _ nu, daarom, laten ons allen doen aangezien IK zeggen; _ laten ons opdracht geven de belangrijkst lichaam van ons kracht te vallen terug op de schip, maar laten die van ons die be*weren te de bloem van de leger tribune firma, en zien of wij niet kunnen houden Hector rug op het punt van ons spears zodra hij komen dichtbij ons; _ IK op:vatten dat hij toen denken beter van het alvorens hij proberen te laden in de pers van de Danaans.“

_ dus hij spreken, en zij zelfs aangezien hij hebben zeggen. _ die die over Ajax en koning Idomeneus, de aanhanger bovendien van Teucer, Meriones, en Meges edele van Mars roepen alle hun best mens over hen en onder*steunen de strijd tegen Hector en de Trojans, maar de belangrijkst lichaam vallen terug op de schip van de Achaeans.

_ de Trojans drukken vooruit in een dicht lichaam, met Hector striding bij hun hoofd. _ vóór hem gaan Phoebus Apollo hullen in wolk over zijn schouder. _ hij dragen omhoog de vreselijk aegis met zijn shaggy rand, dat Vulcan de Smith hebben geven Jove aan staking verschrikking in de hart van mens. _ met dit in zijn hand hij leiden op de Trojans.

_ de Argives samen:houden en be*vinden hun grond. _ de schreeuw van slag toe:nemen hoog van één van beide kant, en de pijl vliegen van de bowstrings. _ veel een spear ver*zenden van sterk hand en vast:maken in de lichaam van veel een moedig strijder, terwijl andere vallen aan aarde halverwege, alvorens zij kunnen proeven van man eerlijk vlees en overvloed zelf met bloed. _ mits Phoebus Apollo houden zijn aegis stil en zonder schudden het, de wapen aan beide kanten van kracht worden en de mensen vallen, maar wanneer hij schudden het rechtstreeks in aanwezigheid van de Danaans en op:heffen zijn machtig slag-schreeuw hun hart verzwakken binnen hen en zij vergeten hun eerstgenoemde dapperheid. _ zoals wanneer twee wild dier op:springen in de doden van nacht op een kudde van vee of een groot troep van schaap wanneer de herdsman niet daar maar toch de Danaans slaan hulpeloos, voor Apollo vullen hen met paniek en geven overwinning aan Hector en de Trojans.

_ de strijd toen worden meer ver*spreiden en zij doden elkaar waar zij beste kunnen. _ Hector doden Stichius en Arcesilaus, de, leider van de Boeotians, en de andere, vriend en kameraad van Menestheus. _ Aeneas doden Medon en Iasus. _ de eerste bastaard zoon aan Oileus, en broer aan Ajax, maar hij leven in Phylace vanaf zijn eigen land, want hij hebben doden een mens, een kinsman van zijn stiefmoeder Eriopis die Oileus hebben huwen. _ Iasus hebben worden een leider van de Athenians, en zoon van Sphelus de zoon van Boucolos. _ Polydamas doden Mecisteus, en Polites Echius, in de voorzijde van de slag, terwijl Agenor zwenken Clonius. _ Parijs slaan Deiochus van erachter in de laag deel van de schouder, aangezien hij vliegen onder de belangrijkste, en de punt van de spear gaan schoon door hem.

_ terwijl zij bederven deze held van hun pantser, de Achaeans vliegen pellmell aan de geul en de vastgesteld staak, en dwingen terug binnen hun muur. _ Hector toen schreeuwen uit aan de Trojans, „vooruit aan de schip, en laten de bederven. _ als IK zien om het even welk mens houden terug op de ander kant de muur vanaf de schip IK hebben hem doden: _ zijn kinsmen en kinswomen niet geven hem zijn rechten van brand, maar hond scheuren hem in stuk voor ons stad.“

_ aangezien hij spreken hij leggen van hem ranselen over zijn paard schouder en roepen aan de Trojans door hun rang; _ de Trojans schreeuwen met een schreeuw dat huren de lucht, en houden hun paard hals en hals met zijn. _ Phoebus Apollo gaan vóór, en schoppen onderaan de bank van de diep geul in zijn midden om maken een groot breed brug, zo breed aangezien de werpen van een spear wanneer een mens proberen zijn sterkte. _ de Trojan bataljon gieten over de brug, en Apollo met zijn redoubtable aegis leiden de manier. _ hij schoppen onderaan de muur van de Achaeans zo gemakkelijk zoals een kind die spelen op de sea-shore hebben bouwen een huis van zand en toen schoppen het neer opnieuw en vernietigen het maar toch doen u, o Apollo, loods zware arbeid en probleem op de Argives, vullen hen met paniek en verwarring.

_ dus toen de Achaeans om*zomen binnen bij hun schip, uit:roepen aan elkaar en op:heffen hun hand met luid schreeuw elk mens aan hemel. _ Nestor van Gerene, toren van sterkte aan de Achaeans, op:heffen omhoog zijn hand aan de starry firmament van hemel, en bidden meer fervently dan om het even welk van hen. _ „vader Jove,“ zeggen hij, „als ooit om het even wie in tarwe-kweken Argos branden u vet thigh-bones van schaap of vaars en bidden dat hij kunnen terug:keren veilig huis, waarop u buigen uw hoofd aan hem in goedkeuring, dragen het in mening nu, en lijden niet de Trojans te zegevieren zo over de Achaeans.“

_ alle adviseren Jove donderen luid in antwoord op matrijs gebed van de oud zoon van Neleus. _ wanneer de horen Jove donderen zij gooien zich nog meer hevig op de Achaeans. _ als een golf breken over de bolwerk van een schip wanneer de overzees looppas hoog alvorens een gagel voor het de kracht van de wind dat maken de golf zo groot maar toch doen de Trojans lente over de muur met een schreeuw, en drijven hun blokkenwagen verder. _ de twee kant be*strijden met hun dubbel-richten spears in hand-aan-hand ontmoeting-de Trojans van hun blokkenwagen, en de Achaeans be*klimmen omhoog in hun schip en hanteren de lang snoek dat liggen op de dek gebruiksklaar in een overzees-strijd, ver*binden en schoeien met brons.

_ nu Patroclus, mits de Achaeans en Trojans be*strijden over de muur, maar nog niet binnen het en bij de schip, blijven zitting in de tent van goed Eurypylus, onder*houden hem met zijn gesprek en uit:spreiden kruid over zijn wond te ver*lichten zijn pijn. _ wanneer, nochtans, hij zien de Trojans zwermen door de breuk in de muur, terwijl de Achaeans aan:dringen en slaan met paniek, hij schreeuwen hardop, en smote zijn twee dij met de vlakte van zijn hand. _ „Eurypylus,“ zeggen hij in zijn wanhoop, „IK kennen u willen me slecht, maar IK niet kunnen blijven met u lang, voor daar hard be*strijden gaan; _ een bediende be*handelen u nu, want IK moeten maken alle snelheid aan Achilles, en veroorzaken hem te be*strijden als IK kunnen; _ wie kennen maar met hemel hulp IK kunnen overreden hem. _ EEN mens doen goed te luisteren aan de raad van een vriend.“

_ wanneer hij hebben zo spreken hij gaan zijn manier. _ de Achaeans be*vinden vast en ver*zetten de aanval van de Trojans, nog hoewel deze minder in aantal, zij kunnen niet drijven hen terug van de schip, ook niet kunnen de Trojans onderbreking de Achaean rang en maken hun manier in onder de tent en schip. _ aangezien een timmerman lijn geven een waar rand aan een stuk van schip hout, in de hand van sommige bekwaam werkman die Minerva hebben instrueren in alle soort van nuttig kunst maar toch niveau de kwestie van de strijd tussen de twee kant, aangezien zij be*strijden sommige ronde één en sommige ronde andere.

_ Hector maken rechtstreeks voor Ajax, en de twee be*strijden hevig over de zelfde schip. _ Hector kunnen niet dwingen Ajax rug en in brand steken de schip, noch nog kunnen Ajax drijven Hector van de vlek aan dat hemel hebben brengen hem.

_ dan Ajax slaan Caletor zoon van Clytius in de borst met een spear aangezien hij brengen brand naar de schip. _ hij vallen zwaar aan de grond en de toorts laten vallen van zijn hand. _ wanneer Hector zien zijn neef vallen voor de schip hij schreeuwen aan de Trojans en Lycians zeggen, „Trojans, Lycians, en Dardanians goed in dicht strijd, verminderen niet een noteren, maar redden de zoon van Clytius tenzij de Achaeans ont*doen hem van zijn pantser nu hij hebben vallen.“

_ hij toen streven een spear bij Ajax, en missen hem, maar hij raken Lycophron een aanhanger van Ajax, die komen van Cythera, maar leven met Ajax aangezien hij hebben doden een mens onder de Cythereans. _ Hector spear slaan hem op de hoofd onder de oor, en hij vallen headlong van de schip prow op de grond zonder leven ver*laten in hem. _ Ajax schudden met woede en zeggen aan zijn broer, „Teucer, mijn goed kameraad, ons betrouwbaar kameraad de zoon van Mastor hebben vallen, hij komen te leven met ons van Cythera en wie wij eren zo veel zoals ons eigen ouder. _ Hector hebben enkel doden hem; _ halen uw dodelijk pijl meteen en de boog dat Phoebus Apollo geven u.“

_ Teucer horen hem en ver*haasten naar hem met zijn boog en quiver in zijn hand. _ onmiddellijk hij over*gieten zijn pijl op de Trojans, en klap Cleitus de zoon van Pisenor, kameraad van Polydamas de edel zoon van Panthous, met de teugel in zijn hand aangezien hij aanwezig aan zijn paard; _ hij in het midden van de zeer dik deel van de strijd, doen goed dienst aan Hector en de Trojans, maar kwaad hebben nu komen op hem, en niet één van die die fain te doen zo kunnen voor*komen het, voor de pijl slaan hem op de rug van de hals. _ hij vallen van zijn blokkenwagen en zijn paard schudden de leeg auto aangezien zij af:wijken opzij. _ koning Polydamas zien wat hebben gebeuren, en de eerste te komen tot de paard; _ hij geven hen verantwoordelijk aan Astynous zoon van Protiaon, en opdracht geven hem te kijken, en te houden de paard dichtbij dichtbij. _ hij toen terug:gaan en nemen zijn plaats in de voor rang.

_ Teucer toen streven een ander pijl bij Hector, en daar hebben niet meer be*strijden bij de schip als hij hebben raken hem en doden hem toen en daar: _ Jove, nochtans, die houden horloge over Hector, hebben zijn oog op Teucer, en be*roven hem van zijn triomf, door breken zijn bowstring voor hem enkel aangezien hij trekken het en ongeveer te nemen zijn doel; _ op dit de pijl gaan verkeerd en de boog vallen van zijn hand. _ Teucer schudden met woede en zeggen aan zijn broer, „helaas, zien hoe hemel tegen:werken ons in allen wij; _ het hebben breken mijn bowstring en weg:rukken de boog van mijn hand, hoewel IK vast:binden het dit selfsame ochtend dat het kunnen dienen me voor veel een pijl.“

_ Ajax zoon van Telamon antwoorden, „mijn goed kameraad, laten uw boog en uw pijl, voor Jove hebben maken hen nutteloos wrok de Danaans. _ nemen uw spear, leggen uw schild op uw schouder, en zowel be*strijden de Trojans zelf en aan:sporen andere te doen zo. _ zij kunnen succesvol voorlopig maar als wij be*strijden aangezien wij moeten zij vinden het een hard kwestie te nemen de schip.“

_ Teucer toen nemen zijn boog en zetten het langs binnen zijn tent. _ hij hangen een schild vier huid dik over zijn schouder, en op zijn aantrekkelijk hoofd hij plaatsen zijn helm goed vervaardigd met een kam van paardehaar dat neigen menacingly boven het; _ hij be*grijpen zijn redoubtable brons-schoeien spear, en onmiddellijk hij door de kant van Ajax.

_ wanneer Hector zien dat Teucer boog van niet meer gebruik aan hem, hij schreeuwen uit aan de Trojans en Lycians, „Trojans, Lycians, en Dardanians goed in dicht strijd, mens, mijn vriend, en tonen uw moed hier bij de schip, voor IK zien de wapen van één van hun leider maken nutteloos door de hand van Jove. _ het gemakkelijk te zien wanneer Jove helpen mensen en be*tekenen te helpen hen steeds verder, of opnieuw wanneer hij brengen hen neer en doen niets voor hen; _ hij nu op ons kant, en gaan tegen de Argives. _ daarom zwerm om de schip en strijd. _ als om het even welk van u slaan door spear of zwaard en verliezen zijn leven, laten hem sterven; _ hij sterven met eer die sterven be*strijden voor zijn land; _ en hij ver*laten zijn vrouw en kind brandkast achter hem, met zijn huis en toewijzing unplundered als slechts de Achaeans kunnen drijven terug naar hun eigen land, zij en hun schip.“

_ met deze woord hij zetten hart en ziel in hen allen. _ Ajax op de ander kant aan:manen zijn kameraad zeggen, „schande op u Argives, wij nu volkomen ongedaan maken, tenzij wij kunnen bewaren ons door drijven de vijand van ons schip. _ u denken, als Hector nemen hen, dat u kunnen te krijgen huis door land? _ kunnen u niet horen hem cheering op zijn geheel gastheer te in brand steken ons vloot, en bieden hen herinneren dat zij niet bij een dans maar in slag? _ ons enig cursus te be*strijden hen met kunnen en leiding; _ wij moeten kans het, leven of dood, voor eens en voor altijd, dan be*strijden lang en zonder kwestie om*zomen binnen bij ons schip door slechter mens dan zelf.“

_ met deze woord hij zetten leven en ziel in hen allen. _ Hector toen doden Schedius zoon van Perimedes, leider van de Phoceans, en Ajax doden Laodamas kapitein van voet militair en zoon aan Antenor. _ Polydamas doden Otus van Cyllene een kameraad van de zoon van Phyleus en leider van de trots Epeans. _ wanneer Meges zien dit hij op:springen op hem, maar Polydamas buigen neer, en hij missen hem, voor Apollo niet lijden de zoon van Panthous te vallen in slag; _ maar de spear raken Croesmus in het midden van zijn borst, waarop hij vallen zwaar aan de grond, en Meges ont*doen hem van zijn pantser. _ bij dat ogenblik de moedig militair Dolops zoon van Lampus op:springen op Lampus zoon van Laomedon en voor zijn valour, terwijl zijn zoon Dolops be*rijmen in alle de manier van oorlog. _ hij toen slaan de midden van de zoon van Phyleus schild met zijn spear, plaatsen op hem bij dicht kwart, maar zijn goed corslet maken met plaat van metaal bewaren hem; _ Phyleus hebben brengen het van Ephyra en de rivier Selleis, waar zijn gastheer, koning Euphetes, hebben geven het hem aan slijtage in slag en be*schermen hem. _ het nu dienen te bewaren de leven van zijn zoon. _ dan Meges slaan de hoogste kam van Dolops brons helm met zijn spear en scheuren weg zijn pluim van paardehaar, zodat allen onlangs verven met scarlet aangezien het het tuimelen neer in de stof. _ terwijl hij nog be*strijden en zeker van overwinning, Menelaus komen tot hulp Meges, en krijgen door de kant van Dolops unperceived; _ hij toen speared hem in de schouder, van erachter, en de punt, drijven zo woedend, gaan door in zijn borst, waarop hij vallen headlong. _ de twee toen maken naar hem aan strook hem van zijn pantser, maar Hector uit:nodigen alle zijn broer voor hulp, en hij vooral ver*wijten moedig Melanippus zoon van Hiketaon, die erewhile gebruiken te weiden zijn kudde van vee in Percote vóór de oorlog uit:breken; _ maar wanneer de schip van de Danaans komen, hij terug:gaan aan Ilius, waar hij eminent onder de Trojans, en leven dichtbij Priam die be*handelen hem als één van zijn eigen zoon. _ Hector nu be*rispen hem en zeggen, „waarom, Melanippus, wij zo remiss? _ u nemen geen nota van de dood van uw kinsman, en u niet zien hoe zij proberen te nemen Dolops pantser? _ volgen me; _ daar moeten geen be*strijden de Argives van een afstand nu, maar wij moeten doen zo in dicht gevecht tot of wij doden hen of zij nemen de hoog muur van Ilius en doden haar mensen.“

_ hij leiden aangezien hij spreken, en de held Melanippus volgen daarna. _ ondertussen Ajax zoon van Telamon cheering op de Argives. _ „mijn vriend,“ hij schreeuwen, „mens, en vrees schande; _ op:houden zich in slag om winnen eerbied van elkaar. _ mens die eerbiedigen elkaars goed advies minder waarschijnlijk te doden dan die die niet, maar tijdens de vlucht daar noch aanwinst noch glorie.“

_ dus hij aan:manen mens die reeds buigen op drijven terug de Trojans. _ zij leggen zijn woord aan hart en om*ringen de schip zoals met een muur van brons, terwijl Jove aan:sporen op de Trojans. _ Menelaus van de luid slag-schreeuw aan:sporen Antilochus. _ „Antilochus,“ zeggen hij, „u jong en daar niets van de Achaeans meer vloot van voet of meer moedig dan u. _ zien als u niet kunnen op:springen op wat Trojan en doden hem.“

_ hij haastig weg wanneer hij hebben zo aan:sporen Antilochus, die meteen werpen uit van de voor rang en streven een spear, na kijken zorgvuldig om hem. _ de Trojans vallen terug aangezien hij werpen, en de pijltje niet ver*zenden van zijn hand zonder gevolg, voor het slaan Melanippus de trots zoon van Hiketaon in de borst door de uitsteeksel aangezien hij komen vooruit, en zijn pantser bellen rammelen om hem aangezien hij vallen zwaar aan de grond. _ Antilochus op:springen op hem aangezien een hond op:springen op een fawn dat een jager hebben raken aangezien het breken vanaf zijn dekking, en doden het. _ maar toch, o Melanippus, doen stevig Antilochus lente op u aan strook u van uw pantser; _ maar edel Hector merken hem, en komen lanceren aan hem door de dik van de slag. _ Antilochus, moedig militair hoewel hij, niet blijven te onder ogen zien hem, maar vluchten als sommige primitief schepsel dat kennen het hebben doen verkeerd, en vlieg, wanneer het hebben doden een hond of een mens die hoeden zijn vee, alvorens een lichaam van mens kunnen verzamelen te aan:vallen het. _ maar toch doen de zoon van Nestor vlieg, en de Trojans en Hector met een schreeuw dat huren de lucht over*gieten hun wapen na hem; _ noch hij draaien rond en blijven zijn vlucht tot hij hebben be*reiken zijn kameraad.

_ de Trojans, woest als leeuw, nog mee:slepen naar de schip in vervulling van de opdracht van Jove die houden aan:sporen hen op nieuw akte van durven, terwijl hij verzachten de moed van de Argives en ver*slaan hen door aan:moedigen de Trojans. _ voor hij be*tekenen geven glorie aan Hector zoon van Priam, en laten hem werpen brand op de schip, tot hij hebben ver*vullen de unrighteous gebed dat Thetis hebben maken hem; _ Jove, daarom, af:wachten zijn tijd tot hij moeten zien de glans van een op:vlammen schip. _ van dat uur hij over zo te opdracht geven dat de Trojans moeten drijven terug van de schip en aan vouchsafe glorie aan de Achaeans. _ met dit doel hij inspireren Hector zoon van Priam, die cager genoeg reeds, te bestormen de schip. _ zijn woede zoals dat van Mars, of zoals wanneer een brand woeden in de glades van sommige dicht bos op de berg; _ hij schuimen bij de mond, zijn oog schitteren onder zijn vreselijk wenkbrauw, en zijn helm trillen op zijn tempel uit hoofde van de woede met dat hij be*strijden. _ Jove van hemel met hem, en hoewel hij slechts tegen velen, vouchsafed hem overwinning en glorie; _ want hij veroor*delen aan een vroeg dood, en reeds Pallas Minerva ver*haasten op de uur van zijn vernietiging bij de hand van de zoon van Peleus. _ nu, nochtans, hij houden proberen te breken de rang van de vijand waar hij kunnen zien hen dik, en in de goodliest pantser; _ maar doen wat hij kunnen hij kunnen niet breken door hen, want zij be*vinden als een toren foursquare, of als sommige hoog klip toe:nemen van de grijs overzees dat braves de woede van de gagel, en van de golf dat donderen omhoog tegen het. _ hij vallen op hen als vlam van brand van elk kwart. _ zoals wanneer een golf, op:heffen berg hoogte door wind en onweer, breken over een schip en be*handelen het diep in schuim, de woest wind gebrul tegen de mast, de hart van de zeeman ont*breken hen voor vrees, en zij bewaren maar door een zeer weinig van vernietiging maar toch de hart van de Achaeans verzwakken binnen hen. _ of als een primitief leeuw aan:vallen een kudde van koe terwijl zij voeden door duizenden in de low-lying weide door sommige breed-water geven kust de herdsman bij zijn verstand eind hoe te be*schermen zijn kudde en houden gaan ongeveer nu in de bestelwagen en nu in de achtergedeelte van zijn vee, terwijl de leeuw op:springen in de dik van hen en vast:maken op een koe zodat zij allen beven voor vrees maar toch de Achaeans volkomen panisch door Hector en vader Jove. _ niettemin Hector slechts doden Periphetes van Mycenae; _ hij zoon van Copreus die niet te nemen de orde van koning Eurystheus aan machtig hercules, maar de zoon een ver beter mens dan de vader in elk manier; _ hij vloot van voet, een moedig strijder, en in be*grijpen rangschikken onder de belangrijkste mens van Mycenae. _ hij het wie toen veroorloven Hector een triomf, voor aangezien hij draaien terug hij struikelen tegen de rand van zijn schild dat be*reiken zijn voet, en dienen te houden de javelins van hem. _ hij over:halen tegen dit en vallen gezicht omhoog, zijn helm bellen luid over zijn hoofd aangezien hij doen zo. _ Hector zien hem vallen en lanceren aan hem; _ hij toen duwen een spear in zijn borst, en doden hem dicht bij zijn eigen kameraad. _ deze, voor alle hun verdriet, kunnen niet helpen hem want zij zelf vreselijk bang van Hector.

_ zij hebben nu be*reiken de schip en de prows van die dat hebben op:stellen eerst op elk kant van hen, maar de Trojans komen gieten na hen. _ de Argives drijven terug van de eerste rij van schip, maar zij maken een tribune door hun tent zonder ver*delen en ver*spreiden; _ schande en vrees be*perken hen. _ zij houden schreeuwen incessantly te elkaar, en Nestor van Gerene, toren van sterkte aan de Achaeans, luid in af:smeken elk mens door zijn ouder, en smeken hem te be*vinden vast.

_ „mens, mijn vriend,“ hij schreeuwen, „en eerbiedigen één - van iemand anders goed advies. _ denken, iedereen, op uw kind, uw vrouw, uw bezit, en uw ouder of deze levend of dood. _ op hun naam hoewel zij niet hier, IK af:smeken u te be*vinden vast, en niet te draaien tijdens de vlucht.“

_ met deze woord hij zetten hart en ziel in hen allen. _ Minerva op:heffen de dik sluier van duisternis van hun oog, en veel licht vallen op hen, gelijk op de kant van de schip en op dat waar de strijd woeden. _ zij kunnen zien Hector en alle zijn mens, zowel die in de achtergedeelte die nemen geen deel in de slag, en die die be*strijden door de schip.

_ Ajax kunnen niet brengen zich te terug:gaan samen met de rest, maar strode van dek aan dek met een groot overzees-snoek in zijn hand twaalf cubits lang en ver*binden met ring. _ aangezien een mens bekwaam in prestatie van horsemanship koppelen vier paard samen en komen tearing volledig snelheid langs de openbaar manier van de land in sommige groot stad veel zowel mens en vrouw verwonderen aangezien zij zien hem want hij houden de hele tijd veranderen zijn paard, op:springen van aan andere zonder ooit missen zijn voet terwijl de paard bij een galop maar toch doen Ajax gaan striding van één schip dek aan andere, en zijn stem uit:gaan in de hemel. _ hij houden op schreeuwen zijn orde aan de Danaans en aan:manen hen te verdedigen hun schip en tent; _ noch doen Hector blijven binnen de belangrijkst lichaam van de Trojan strijder, maar als een dun adelaar swoops neer op een troep van wild-kip voeden dichtbij een rivier-gans, het kunnen, of kraan, of lang-necked swans- maar toch doen Hector maken rechtstreeks voor a donker-prowed schip, mee:slepen net naar het; _ voor Jove met zijn machtig hand aan:sporen hem vooruit, en op:wekken zijn mensen te volgen hem.

_ en nu de slag opnieuw woeden woedend bij de schip. _ u hebben denken de mens komen op vers en onvermoeibaar, zo hevig zij be*strijden; _ en dit de mening waarin zij de Achaeans niet geloven zij moeten ont*snappen vernietiging maar denken zich veroor*delen, terwijl daar niet een Trojan maar zijn hart slaan hoogte met de hoop van in brand steken de schip en zetten de Achaean held aan de zwaard.

_ dus de twee kant letten. _ dan Hector grijpen de achtersteven van de goed schip dat hebben brengen Protesilaus aan Troy, maar nooit dragen hem terug naar zijn inheems land. _ om dit schip daar woeden een dicht lijf-aan-lijf strijd tussen Danaans en Trojans. _ zij niet be*strijden bij een afstand met boog en javelins, maar met één mening hakken bij elkaar in dicht gevecht met hun machtig zwaard en spears richten bij beide eind; _ zij be*strijden bovendien met scherp slag-as en met houthakkersbijl. _ veel een goed stout blad hilted en scabbarded met ijzer, vallen van hand of schouder aangezien zij be*strijden, en de aarde in werking stellen rood met bloed. _ Hector, wanneer hij hebben grijpen de schip, niet los:maken zijn greep maar houden op zijn gebogen achtersteven en schreeuwen aan de Trojans, „brengen brand, en op:heffen de slag-schreeuw iedereen met een enig stem. _ nu hebben Jove vouchsafed ons een dag dat be*talen ons voor alle de rest; _ dit dag wij nemen de schip dat komen hither tegen hemel wil, en dat hebben veroorzaken ons dergelijk oneindig lijden door de lafheid van ons raadslid, die wanneer IK hebben doen slag bij de schip houden me achter en ver*bieden de gastheer te volgen me; _ als Jove toen inderdaad scheef:trekken ons oordeel, zelf nu bevelen me en cheers me.“

_ aangezien hij spreken zo de Trojans op:springen nog meer hevig op de Achaeans, en Ajax niet meer houden zijn grond, want hij over*winnen door de pijltje dat gooien bij hem, en ervoor zorgen dat hij veroor*delen. _ daarom hij ver*laten de op:heffen dek bij de achtersteven, en stappen terug op de zeven-voet bank van de oarsmen. _ hier hij be*vinden op de vooruitzicht, en met zijn spear tegen:houden Trojan wie hij zien brengen brand aan de schip. _ de hele tijd hij houden op schreeuwen bij de bovenkant van zijn stem en aan:manen de Danaans. _ „mijn vriend,“ hij schreeuwen, „Danaan held, bediende van Mars, mens mijn vriend, en strijd met kunnen en met leiding. _ kunnen wij hopen te vinden helper hiernavolgend, of een muur te be*schermen ons meer zeker dan de wij hebben? _ daar geen sterk stad binnen bereik, whence wij kunnen trekken vers kracht te draaien de schaal in ons gunst. _ wij op de vlakte van de be*wapenen Trojans met de overzees achter ons, en ver van ons eigen land. _ ons redding, daarom, in de kunnen van ons hand en in hard be*strijden.“

_ aangezien hij spreken hij hanteren zijn spear met nog groot woede, en wanneer Trojan maken naar de schip met brand bij Hector bieden, hij op de vooruitzicht voor hem, en drijven bij hem met zijn lang spear. _ twaalf mens hij zo doden in hand-aan-hand strijd vóór de schip.

_ | _ boek XIV _ | _ Homerus _ | _ boek XVI _ |


_ auteursrecht © 2005 alle recht Reserved.Focusmm.com
Mediterranean Cruises | Turkey Hotels | Greece Holiday | Italy Holidays | Cheap France Holidays | Spain Villa | Flights to Malta | Lebanon Holiday | Egypt Travel | Tunisia Tours | Moroccon Villas

Bodrum Turkey Travel | Istanbul Turkey Holiday | Flights to Turkey | Turkey Travel | Antalya Turkey Holidays | Turkey Hotel | Turkey Holiday | Marmaris Turkey Holiday