
_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler
_ | _ boek XV _ | _ Homerus _ | _ boek XVII _ |
_ dus zij be*strijden over de schip van Protesilaus. _ dan Patroclus trekken dichtbij aan Achilles met scheur welling van zijn oog, vanaf sommige lente wiens kristal stroom vallen over de richel van een hoog precipice. _ wanneer Achilles zien hem zo huilen hij droevig voor hem en zeggen, „waarom, Patroclus, u be*vinden daar huilen als sommige dwaas kind dat komen in werking stellen aan haar moeder, en bedelen te nemen omhoog en dragen zij vangen greep van haar moeder kleding te blijven haar hoewel zij in een haast, en kijken tearfully omhoog tot haar moeder dragen haar gelijk dergelijk scheur, Patroclus, u nu af:werpen. _ hebben u om het even wat te zeggen aan de Myrmidons of aan mij? _ of hebben u hebben nieuws van Phthia dat u alleen kennen? _ zij ver*tellen me Menoetius zoon van acteur nog levend, als ook Peleus zoon van Aeacus, onder de Myrmidons- mens wiens verlies wij twee moeten bitter be*treuren; _ of u grieving over de Argives en de manier waarin zij doden bij de schip, throu hun eigen high-handed doings? _ niet ver*bergen om het even wat van me maar ver*tellen me dat allebei van ons kunnen kennen over het.“
_ dan, o ridder Patroclus, met een diep sigh u antwoorden, „Achilles, zoon van Peleus, belangrijkste kampioen van de Achaeans, niet boos, maar IK huilen voor de ramp dat hebben nu over*komen de Argives. _ die allemaal die hebben hun kampioen tot dusver liggen bij de schip, gewonde door zwaard of spear. _ moedig Diomed zoon van Tydeus hebben raken met een spear, terwijl famed Ulysses en Agamemnon hebben ont*vangen zwaard-wond; _ Eurypylus opnieuw hebben slaan met een pijl in de dij; _ bekwaam apothecaries aanwezig aan deze held, en helen hen van hun wond; _ u nog, o Achilles, zo onverbiddelijk? _ mei het nooit mijn partij te ver*zorgen zulk een hartstocht aangezien u hebben doen, aan de baning van uw eigen goed naam. _ Who voortaan verhaal spreken goed van u tenzij u nu behalve de Argives van ruïne? _ u kennen geen medelijden; _ ridder Peleus niet uw vader noch Thetis uw moeder, maar de grijs overzees dragen u en de zuiver klip creëren u, zodat wreed en remorseless u. _ als nochtans u houden terug door kennis van sommige orakel, of als uw moeder Thetis hebben ver*tellen u iets van de mond van Jove, minstens ver*zenden me en de Myrmidons met me, als IK kunnen brengen deliverance aan de Danaans. _ laten me bovendien dragen uw pantser; _ de Trojans kunnen zo verwarren me voor u en op:houden de gebied, zodat de hard-pressed zoon van de Achaeans kunnen hebben ademen tijd dat terwijl zij be*strijden kunnen nauwelijks. _ wij die vers kunnen spoedig drijven ver*moeien mens terug van ons schip en tent aan hun eigen stad.“
_ hij kennen niet wat hij vragen, noch dat hij ver*volgen voor zijn eigen vernietiging. _ Achilles diep be*wegen en antwoorden, „wat, edel Patroclus, u zeggen? _ IK kennen geen prophesyings dat IK aandacht besteden, noch hebben mijn moeder ver*tellen me om het even wat van de mond van Jove, maar IK snijden aan de eigenlijk hart dat één van mijn eigen rang moeten durven te roven me omdat hij meer krachtig dan IK. _ dit, na al dat IK hebben gaan door, meer dan IK kunnen ver*dragen. _ de meisje die de zoon van de Achaeans kiezen voor me, die IK winnen als de fruit van mijn spear op hebben ont*slaan een stad haar hebben koning Agamemnon nemen van me alsof IK sommige gemeenschappelijk vagrant. _ nog, laten bygones bygones: _ geen mens kunnen houden zijn woede voor ooit; _ IK zeggen IK niet relent tot slag en de schreeuw van oorlog hebben be*reiken mijn eigen schip; _ niettemin, nu gird mijn pantser over uw schouder, en leiden de Myrmidons aan slag, want de donker wolk van Trojans hebben barsten woedend over ons vloot; _ de Argives drijven terug op de strand, cooped binnen een smal ruimte, en de geheel mensen van Troy hebben nemen hart aan Sally uit tegen hen, omdat zij zien niet de vizier van mijn helm gleaming dichtbij hen. _ hebben zij zien dit, daar niet hebben een kreek noch greep dat hebben niet vullen met hun doden aangezien zij vluchten terug opnieuw. _ en zo het hebben, als slechts koning Agamemnon hebben be*handelen vrij door me. _ aangezien het de Trojans hebben be*zetten ons gastheer. _ Diomed zoon van Tydeus niet meer hanteren zijn spear te verdedigen de Danaans, geen van beiden hebben IK horen de stem van de zoon van Atreus komen van zijn haten hoofd, terwijl dat van moordend Hector ring in mijn auto aangezien hij geven orde aan de Trojans, die zegevieren over de Achaeans en vullen de geheel vlakte met hun schreeuw van slag. _ maar maar toch, Patroclus, daling op hen en bewaren de vloot, tenzij de Trojans in brand steken het en ver*hinderen ons van kunnen te terug:keren. _, nochtans, als I nu bieden u, dat u kunnen winnen me groot eer van alle de Danaans, en dat zij kunnen her*stellen de meisje aan me opnieuw en geven me rijk gift in de koopje. _ wanneer u hebben drijven de Trojans van de schip, terug:komen opnieuw. _ hoewel Juno donderen echtgenoot moeten zetten triomf binnen uw bereik, niet be*strijden de Trojans verder in mijn afwezigheid, of u roven me van glorie dat moeten mijn. _ en niet voor verlangen van slag gaan op doden de Trojans noch leiden de Achaeans op Ilius, tenzij één van de ooit-leven god van Olympus aan:vallen u voor Phoebus Apollo houden hen goed: _ terug:keren wanneer u hebben bevrijden de schip van risico, en laten andere loon oorlog op de vlakte. _, door vader Jove, Minerva, en Apollo, dat niet een enig mens van alle de Trojans kunnen ver*laten levend, noch nog van de Argives, maar dat wij twee kunnen alleen ver*laten te scheuren opzij de mantel dat ver*sluieren de brow van Troy.“
_ dus zij converseren. _ maar Ajax kunnen niet meer houden zijn grond voor de douche van pijltje dat regenen op hem; _ de wil van Jove en de javelins van de Trojans teveel voor hem; _ de helm dat gleamed over zijn tempel bellen met de ononderbroken gekletter van de raket dat houden gieten op het en op de wang-stuk dat be*schermen zijn gezicht. _ bovendien zijn linker schouder ver*moeien met hebben houden zijn schild zo lang, nog voor dit alles, laten vlieg bij hem aangezien zij, zij kunnen niet maken hem geven grond. _ hij kunnen nauwelijks trekken zijn adem, de zweet regenen van elk porie van zijn lichaam, hij hebben niet een ogenblik respijt, en op alle kant hij be*zetten door gevaar op gevaar.
_ en nu, ver*tellen me, o muse dat houden uw herenhuis op Olympus, hoe brand werpen op de schip van de Achaeans. _ Hector komen dicht omhoog en laten aandrijving met zijn groot zwaard bij de lijkwit spear van Ajax. _ hij snijden het schoon in twee enkel erachter waar de punt vast:maken op de schacht van de spear. _ Ajax, daarom, hebben nu niets maar een zonder hoofd spear, terwijl de brons punt vliegen sommige manier weg en komen bellen neer op de grond. _ Ajax kennen de hand van hemel in dit, en met wanhoop ver*vullen bij zien dat Jove hebben nu ver*laten hem volkomen weerloos en gewillig overwinning voor de Trojans. _ daarom hij trekken terug, en de Trojans gooien brand op de schip dat meteen ver*pakken in vlam.
_ de brand nu flakkeren over de schip achtersteven, waarop Achilles smote zijn twee dij en zeggen aan Patroclus, „omhoog, edel ridder, voor IK zien de glans van vijandig brand bij ons vloot; _ op, tenzij zij vernietigen ons schip, en daar geen manier door dat wij kunnen terug:gaan. _ Gird op uw pantser meteen terwijl IK roepen ons mensen samen.“
_ aangezien hij spreken Patroclus zetten op zijn pantser. _ eerst hij greaved zijn been met kaantje van goed maken, en passen met ancle-greep van zilver; _ na dit hij aan:trekken de cuirass van de zoon van Aeacus, rijk in:leggen en be*slaan. _ hij hangen zijn zilveren-be*slaan zwaard van brons over zijn schouder, en toen zijn machtig schild. _ op zijn aantrekkelijk hoofd hij plaatsen zijn helm, goed vervaardigd, met een kam van paardehaar dat neigen menacingly boven het. _ hij be*grijpen twee redoubtable spears dat aan:passen zijn hand, maar hij niet nemen de spear van edel Achilles, zodat stout en sterk, voor niets andere van de Achaeans kunnen hanteren het, hoewel Achilles kunnen doen zo gemakkelijk. _ dit de lijkwit spear van onderstel Pelion, dat Chiron hebben snijden op een berg bovenkant en hebben geven aan Peleus, waar te be*handelen uit dood onder held. _ hij bieden Automedon juk zijn paard met alle snelheid, want hij de mens die hij houden in ere daarna na Achilles, en op wiens steun in slag hij kunnen ver*trouwen het meest stevig. _ Automedon daarom in:spannen de vloot paard Xanthus en Balius, steeds dat kunnen vliegen als de wind: _ deze zij die de harpy Podarge dragen aan de westen wind, aangezien zij weiden in een weide door de water van de rivier Oceanus. _ in de kant spoor hij plaatsen de edel paard Pedasus, die Achilles hebben brengen weg met hem wanneer hij ont*slaan de stad van Eetion, en die, dodelijk steed hoewel hij, kunnen nemen zijn plaats samen met die dat onsterfelijk.
_ ondertussen Achilles gaan over overal onder de tent, en bieden zijn Myrmidons zetten op hun pantser. _ zelfs als woest vraatzuchtig wolf dat feesten op een automatisch be:sturen mannetje dat zij hebben doden op de berg, en hun kaak rood met bloed zij gaan in een pak te om*wikkelen water van de duidelijk lente met hun lang dun tong; _ en zij reek van bloed en slachting; _ zij kennen niet welk vrees, voor het honger drijven hen maar toch doen de leider en adviseur van de Myrmidons verzamelen om de goed squire van de vloot nakomeling van Aeacus, en onder hen be*vinden Achilles zelf cheering op zowel mens en paard.
_ vijftig schip hebben edel Achilles brengen aan Troy, en in elk daar een bemanning van vijftig oarsmen. _ over deze hij plaatsen vijf kapitein die hij kunnen ver*trouwen, terwijl hij zelf bevelhebber over hen allen. _ Menesthius van de gleaming corslet, zoon aan de rivier Spercheius dat stroom van hemel, kapitein van de eerste bedrijf. _ eerlijk Polydora dochter van Peleus dragen hem aan ooit-stromen Spercheius- een vrouw koppelen met een god maar hij roepen zoon van Borus zoon van Perieres, met die zijn moeder leven aangezien van hem wedded vrouw, en die geven groot rijkdom te be*reiken haar. _ de tweede bedrijf leiden door edel Eudorus, zoon aan een unwedded vrouw. _ Polymele, dochter van Phylas de bevallig danser, dragen hem; _ de machtig slayer van Argos enamoured van haar aangezien hij zien haar onder de zingen vrouw bij een dans houden ter ere van Diana de mee:slepen huntress van de gouden pijl; _ hij daarom kwik, gever van alle goed gaan met haar in een hoger kamer, en leggen met haar in geheim, waarop zij dragen hem een edel zoon Eudorus, vreemd vloot van voet en in strijd moedig. _ wanneer Ilithuia godin van de pijn van bevalling brengen hem aan de licht van dag, en hij zien de gezicht van de zon, machtig Echecles zoon van acteur nemen de moeder aan vrouw, en geven groot rijkdom te be*reiken haar, maar haar vader Phylas brengen de kind omhoog, en be*handelen hem, kinds zoals fondly op hem alsof hij zijn eigen zoon. _ de derde bedrijf leiden door Pisander zoon van Maemalus, de fijn spearman onder alle de Myrmidons naast Achilles eigen kameraad Patroclus. _ de oud ridder Phoenix kapitein van de vierde bedrijf, en Alcimedon, edel zoon van Laerceus van de vijfde.
_ wanneer Achilles hebben kiezen zijn mens en hebben plaatsen hen allen met hun kapitein, hij laden hen straitly zeggen, „Myrmidons, herinneren uw bedreiging tegen de Trojans terwijl u bij de schip in de tijd van mijn woede, en u allen klagen van me. _ „wreed zoon van Peleus,“ u zeggen, „uw moeder moeten hebben zogen u op schaafwond, zodat ruthless u. _ u houden ons hier bij de schip tegen ons wil; _ als u zo relentless het beter wij gaan naar huis over de overzees.“ _ vaak hebben u verzamelen en zo berispen met me. _ de uur nu komen voor die hoog prestatie van wapen dat u hebben zo lang pining voor, daarom levensonderhoud hoog hart elk één van u te doen slag met de Trojans. „
_ met deze woord hij zetten hart en ziel in hen allen, en zij serried hun bedrijf nog meer dicht wanneer zij horen de van hun koning. _ als de steen dat een bouwer plaatsen in de muur van sommige hoog huis dat te geven schuilplaats van de wind maar toch dicht de helm en leiden schild plaatsen tegen elkaar. _ schild drukken op schild, roer op roer, en mens op mens; _ zo dicht zij dat de paardehaar pluim op de gleaming rand van hun helm raken elkaar aangezien zij buigen hun hoofd.
_ voor hen alle twee mens zetten op hun pantser Patroclus en Automedon- twee mens, met maar één mening te leiden de Myrmidons. _ dan Achilles gaan binnen zijn tent en openen de deksel van de sterk borst dat zilveren-betalen Thetis hebben geven hem te nemen aan boord van schip, en dat zij hebben vullen met overhemd, mantel te houden uit de koude, en goed dik deken. _ in dit borst hij hebben een kop van zeldzaam vakmanschap, van dat geen mens maar zelf kunnen drinken, noch hij maken aan:bieden van het aan een ander god behalve slechts aan vader Jove. _ hij nemen de kop van de borst en reinigen het met zwavel; _ dit doen hij spoelen het schoon water, en nadat hij hebben wassen zijn hand hij trekken wijn. _ dan hij be*vinden in het midden van de hof en bidden, kijken naar hemel, en maken zijn drank-aan:bieden van wijn; _ noch hij unseen van Jove wiens vreugde in donder. _ „koning Jove,“ hij schreeuwen, „Lord van Dodona, god van de Pelasgi, die dwellest afar, u die houden winters Dodona in uw slingering, waar uw prophets de Selli blijven stilstaan rond u met hun voet ongewassen en hun laag maken op de grond als u horen me wanneer IK bidden aan u aforetime, en doen me ere terwijl u ver*zenden ramp op de Achaeans, vouchsafe me nu de vervulling van nog dit verder gebed. _ IK blijven hier waar mijn schip liggen, maar IK ver*zenden mijn kameraad in slag bij de hoofd van veel Myrmidons. _ toelage, o alle-zien Jove, dat overwinning kunnen gaan met hem; _ zetten uw moed in zijn hart dat Hector kunnen leren of mijn squire mens genoeg te be*strijden alleen, of of zijn kunnen slechts toen zo indomitable wanneer I zelf binnen:gaan de opschudding van oorlog. _ daarna wanneer hij hebben achter*volgen de strijd en de schreeuw van slag van de schip, toelage dat hij kunnen terug:keren unharmed, met zijn pantser en zijn kameraad, vechter in dicht gevecht.“
_ dus hij bidden, en alle-adviseren Jove horen zijn gebed. _ deel van het hij inderdaad vouchsafe hem maar niet de geheel. _ hij ver*lenen dat Patroclus moeten duwen terug oorlog en slag van de schip, maar weigeren te laten hem komen veilig uit de strijd.
_ wanneer hij hebben maken zijn drank-aan:bieden en hebben zo bidden, Achilles gaan binnen zijn tent en zetten terug de kop in zijn borst.
_ dan hij opnieuw komen uit, want hij nog houden te kijken op de woest strijd dat woeden tussen de Trojans en Achaeans.
_ ondertussen de be*wapenen band dat over Patroclus marcheren tot zij op:springen hoog in hoop op de Trojans. _ zij komen zwermen uit als wesp wiens nest door de kant van de weg, en die dwaas kind houden te plagen, waarop om het even wie die gebeuren te over:gaan kunnen krijgen steken of opnieuw, als een wayfarer gaan langs de weg ergeren hen per toeval, elk wesp komen vliegen uit in een woede te verdedigen zijn klein degenen zelfs met dergelijk woede en moed doen de Myrmidons zwerm van hun schip, en hun schreeuw van slag toe:nemen heavenwards. _ Patroclus uit:roepen aan zijn mens bij de bovenkant van zijn stem, „Myrmidons, aanhanger van Achilles zoon van Peleus, mens mijn vriend, be*strijden met kunnen en met leiding, dat wij kunnen winnen glorie voor de zoon van Peleus, die ver de belangrijkste mens bij de schip van de Argives- hij, en zijn dicht be*strijden aanhanger. _ de zoon van Atreus koning Agamemnon zo leren zijn dwaasheid in tonen geen eerbied aan de moedig van de Achaeans.“
_ met deze woord hij zetten hart en ziel in hen allen, en zij vallen in een lichaam op de Trojans. _ de schip bellen opnieuw met de schreeuw dat de Achaeans op:heffen, en wanneer de Trojans zien de moedig zoon van Menoetius en zijn squire allen gleaming in hun pantser, zij ontmoedigen en hun bataljon werpen in verwarring, want zij denken de vloot zoon van Peleus moeten nu hebben zetten opzij zijn woede, en hebben ver*zoenen aan Agamemnon; _ elk één, daarom, kijken rond te zien waarheen ook hij kunnen vliegen voor veiligheid.
_ Patroclus eerst streven een spear in de midden van de pers waar mens in:pakken het meest dicht, door de achtersteven van de schip van Protesilaus. _ hij raken Pyraechmes die hebben leiden zijn Paeonian horsemen van de Amydon en de breed water van de rivier Axius; _ de spear slaan hem op de juist schouder, en met een gekreun hij vallen achteruit in de stof; _ op dit zijn mens werpen in verwarring, want door doden hun leider, die de fijn militair onder hen, Patroclus slaan paniek in hen allen. _ hij zo drijven hen van de schip en doven de brand dat toen op:vlammen ver*laten de helft-branden schip te liggen waar het. _ de Trojans nu drijven terug met een schreeuw dat huren de hemel, terwijl de Danaans gieten na hen van hun schip, schreeuwen ook zonder op:houden. _ zoals wanneer Jove, gatherer van de donder-wolk, uit:spreiden een dicht luifel op de bovenkant van sommige lofty berg, en alle de piek, de jutting headlands, en bos glades tonen uit in de groot licht dat flits van de barsten hemel, maar toch wanneer de Danaans hebben nu drijven terug de brand van hun schip, zij nemen adem voor een weinig terwijl; _ maar de woede van de strijd nog niet over, want de Trojans niet drijven terug in uiterst rout, maar nog geven slag, en ver*dringen van hun grond slechts door zuiver be*strijden.
_ de strijd toen worden meer ver*spreiden, en de leider doden elkaar wanneer en hoe zij kunnen. _ de moedig zoon van Menoetius eerst drijven zijn spear in de dij van Areilycus enkel aangezien hij draaien rond; _ de punt gaan schoon door, en breken de been zodat hij vallen vooruit. _ ondertussen Menelaus slaan Thoas in de borst, waar het bloot:stellen dichtbij de rand van zijn schild, en hij vallen volkomen. _ de zoon van Phyleus zien Amphiclus ongeveer te aan:vallen hem, en ere hij kunnen doen zo nemen doel bij de hoger deel van zijn dij, waar de spier dik dan in een ander deel; _ de spear scheuren door alle de kracht van de been, en zijn oog sluiten in duisternis. _ van de zoon van Nestor één, Antilochus, speared Atymnius, drijven de punt van de spear door zijn keel, en beneden hij vallen. _ Maris toen op:springen op Antilochus in hand-aan-hand strijd aan avenge zijn broer, en bestrode de lichaam spear ter beschikking; _ maar moedig Thrasymedes ook snel voor hem, en in een ogenblik hebben slaan hem in de schouder ere hij kunnen be*handelen zijn slag; _ zijn doel waar, en de spear scheiden alle de spier bij de wortel van zijn wapen, en scheuren hen juist neer aan de been, zodat hij vallen zwaar aan de grond en zijn oog sluiten in duisternis. _ dus doen deze twee edel kameraad van Sarpedon gaan neer aan Erebus doden door de twee zoon van Nestor; _ zij de strijder zoon van Amisodorus, die hebben groot:brengen de invincible Chimaera, aan de bane van velen. _ Ajax zoon van Oileus op:springen op Cleobulus en nemen hem levend aangezien hij verwarren in de verbrijzeling; _ maar hij doden hem toen en daar door een zwaard-slag op de hals. _ de zwaard reeked met zijn bloed, terwijl donker dood en de sterk hand van lot grijpen hem en sluiten zijn oog.
_ Peneleos en Lycon nu ontmoeten in dicht strijd, want zij hebben missen elkaar met hun spears. _ zij hebben allebei werpen zonder gevolg, zo nu zij trekken hun zwaard. _ Lycon slaan de plumed kam van Peneleos helm maar zijn zwaard breken bij de hilt, terwijl Peneleos smote Lycon op de hals onder de oor. _ de blad dalen zo diep dat de hoofd houden door niets maar de huid, en daar niet meer leven ver*laten in hem. _ Meriones geven jacht aan Acamas te voet en vangen hem omhoog enkel aangezien hij ongeveer te op:zetten zijn blokkenwagen; _ hij drijven een spear door zijn juist schouder zodat hij vallen headlong van de auto, en zijn oog sluiten in duisternis. _ Idomeneus speared Erymas in de mond; _ de brons punt van de spear gaan schoon door het onder de hersenen, verpletteren binnen onder de wit been en breken hen omhoog. _ zijn tand allemaal kloppen uit en de bloed komen gutsen in een stroom van beide zijn oog; _ het ook komen murmelen omhoog van zijn mond en neusgat, en de duisternis van dood enfolded hem rond.
_ dus doen deze leider van de Danaans elk van hen doden zijn mens. _ aangezien vraatzuchtig wolf grijpen op geitje of lam, vast:maken op hen wanneer zij alleen op de helling en hebben af:dwalen van de belangrijkst troep door de achteloosheid van de herder en wanneer de wolf zien dit zij op:springen op hen meteen omdat zij niet kunnen verdedigen zich maar toch doen de Danaans nu vallen op de Trojans, die vluchten met noodlottig schreeuw in hun paniek en hebben niet meer strijd ver*laten in hen.
_ ondertussen groot Ajax houden op proberen te drijven een spear in Hector, maar Hector zo bekwaam dat hij houden zijn breed schouder goed onder het mom van zijn ox-hide schild, ooit op de vooruitzicht voor de zoeven van de pijl en de zwaar thud van de spears. _ hij goed kennen dat de fortuin van de dag hebben veranderen, maar nog be*vinden zijn grond en proberen te be*schermen zijn kameraad.
_ zoals wanneer een wolk uit:gaan in hemel van Olympus, toe:nemen uit een duidelijk hemel wanneer Jove brouwen een gagel zelfs met dergelijk paniek getroffen rout doen de Trojans nu vliegen, en daar geen orde in hun gaan. _ Hector vloot paard dragen hem en zijn pantser uit de strijd, en hij ver*laten de Trojan gastheer op:sluiten binnen door de diep geul tegen hun wil. _ veel een juk van paard breken de pool van hun blokkenwagen in de geul en ver*laten hun meester auto achter hen. _ Patroclus geven jacht, roepen impetuously op de Danaans en hoogtepunt van woede tegen de Trojans, die, nu niet meer in een lichaam, vullen alle de manier met hun schreeuw van paniek en rout; _ de lucht verdonkeren met de wolk van stof zij op:heffen, en de paard spannen elk zenuw in hun vlucht van de tent en schip naar de stad.
_ Patroclus houden op rubriek zijn paard waar hij zien meeste mens vliegen in verwarring, cheering op zijn mens de tijdje. _ blokkenwagen breken in alle richting, en veel een mens komen tuimelen neer van zijn eigen auto te vallen onder de wiel van dat van Patroclus, wiens onsterfelijk steeds, geven door de god aan Peleus, op:springen over de geul bij een binden aangezien zij ver*zenden voorwaarts. _ hij aandachtig op proberen te krijgen dichtbij Hector, want hij hebben plaatsen zijn hart op spearing hem, maar Hector paard nu ver*haasten hem weg. _ aangezien de geheel donker aarde buigen vóór sommige tempest op een herfst dag wanneer Jove regenen zijn hard te straffen mens voor geven bochtig oordeel in hun hof, en aan:komen rechtvaardigheid daarvan zonder aandacht aan de besluit van hemel alle de rivier in werking stellen hoogtepunt en de bergstroom scheur velen een nieuw kanaal aangezien zij brullen headlong van de berg aan de donker overzees, en het vervoerprijs ziek met de werk van mens zelfs zulke de spanning en spanning van de Trojan paard in hun vlucht.
_ Patroclus nu af:snijden de bataljon dat dichtbijgelegen aan hem en drijven hen terug naar de schip. _ zij doen hun beste te be*reiken de stad, maar hij nog niet hen, en dragen neer op hen tussen de rivier en de schip en muur. _ veel een vallen kameraad hij toen avenge. _ eerst hij raken Pronous met een spear op de borst waar het bloot:stellen dichtbij de rand van zijn schild, en hij vallen zwaar aan de grond. _ daarna hij op:springen op Thestor zoon van Enops, die zitten allen huddled omhoog in zijn blokkenwagen, want hij hebben verliezen zijn hoofd en de teugel hebben scheuren uit zijn hand. _ Patroclus uit:gaan aan hem en drijven een spear in zijn juist kaak; _ hij zo vast:haken hem door de tand en de spear trekken hem over de rand van zijn auto, als die zitten aan het eind van sommige jutting rots en trekken een sterk vis uit de overzees met een haak en een lijn maar toch met zijn spear hij trekken Thestor allen gapend van zijn blokkenwagen; _ hij toen werpen hem neer op zijn gezicht en hij sterven terwijl vallen. _ op dit, aangezien Erylaus aan:vallen hem, hij slaan hem volledig op de hoofd met een steen, en zijn hersenen allen slaan binnen zijn helm, waarop hij vallen headlong aan de grond en de pangs van dood nemen greep op hem. _ dan hij leggen laag, na de andere, Erymas, Amphoterus, Epaltes, Tlepolemus, Echius zoon van Damastor, Pyris, lpheus, Euippus en Polymelus zoon van Argeas.
_ nu wanneer Sarpedon zien zijn kameraad, mens die dragen ungirdled tunics, over*winnen door Patroclus zoon van Menoetius, hij be*rispen de Lycians zeggen. _ „schande op u, waar u vliegen aan? _ tonen uw moed; _ IK zelf ontmoeten dit mens in strijd en leren wie het dat zo masterful; _ hij hebben doen ons veel kwetsen, en hebben uit:rekken veel een moedig mens op de grond.“
_ hij op:springen van zijn blokkenwagen aangezien hij spreken, en Patroclus, wanneer hij zien dit, springen op de grond ook. _ de twee toen mee:slepen bij elkaar met luid schreeuw als adelaar-snavelvormig oplichter-taloned gier dat schreeuw en scheur bij elkaar in sommige hoog berg fastness.
_ de zoon van plannen Saturnus kijken neer op hen in medelijden en zeggen aan Juno die zijn vrouw en zuster, „helaas, dat het moeten de partij van Sarpedon die IK houden zo dearly te om:komen door de hand van Patroclus. _ IK in twee mening hetzij te vangen hem omhoog uit de strijd en reeks hem onderaan veilig en correct in de vruchtbaar land van Lycia, of te laten hem nu vallen door de hand van de zoon van Menoetius.“
_ en Juno antwoorden, „meesten ontzetting zoon van Saturnus, wat dit dat u zeggen? _ u weg:rukken een dodelijk mens, wiens noodlot hebben lang fated, uit de kaak van dood? _ doen aangezien u, maar wij niet wij allemaal van uw mening. _ IK zeggen verder, en leggen mijn zeggen aan uw hart, dat als u ver*zenden Sarpedon veilig aan zijn eigen huis, sommige andere van de god ook willen te bege*leiden zijn zoon uit slag, voor daar veel zoon van god be*strijden om de stad van Troy, en u maken elk één jealous. _ als, nochtans, u dierbaar van hem en medelijden hem, laten hem inderdaad vallen door de hand van Patroclus, maar zodra de leven uit:gaan van hem, ver*zenden dood en zoet slaap te dragen hem van de gebied en nemen hem aan de breed land van Lycia, waar zijn broer en zijn kinsmen be*graven hem met hoop en pijler, in gepast eer aan de doden.“
_ de vader van god en mens goed:keuren, maar hij af:werpen een regen van bloed op de aarde ter ere van zijn zoon die Patroclus over te doden op de rijke vlakte van Troy ver van zijn huis.
_ wanneer zij nu komen dicht bij elkaar Patroclus slaan Thrasydemus, de moedig squire van Sarpedon, in de laag deel van de buik, en doden hem. _ Sarpedon toen streven een spear bij Patroclus en missen hem, maar hij slaan de paard Pedasus in de juist schouder, en het gillen hardop aangezien het leggen, kreunen in de stof tot de leven uit:gaan van het. _ de ander twee paard beginnen te werpen; _ de pool van de blokkenwagen barsten en zij krijgen verwarren in de teugel door de daling van de paard dat in:spannen samen met hen; _ maar Automedon kennen wat te doen; _ zonder de verlies van een ogenblik hij trekken de scherp blad dat hangen door zijn stevig dij en snijden de derde paard op drift; _ waarop de ander twee her*stellen zich, en trekken hard bij de teugel opnieuw gaan samen in slag.
_ Sarpedon nu nemen een tweede doel bij Patroclus, en opnieuw missen hem, de punt van de spear over:gaan over zijn linker schouder zonder raken hem. _ Patroclus toen streven in zijn draai, en de spear ver*zenden niet van van hem in:dienen verwaand, want hij raken Sarpedon enkel waar de midriff om*ringen de ooit-slaan hart. _ hij vallen als sommige eik of zilver populier of lang pijnboom aan dat woodmen hebben leggen hun as op de berg te maken hout voor scheepsbouw maar toch hij liggen uit:rekken bij volledig lengte voor zijn blokkenwagen en paard, jammeren en clutching bij de met bloed bevlekt stof. _ zoals wanneer een leeuw op:springen met een grens op een kudde van vee en vast:maken op een groot zwart stier dat sterven bellowing in zijn koppeling maar toch doen de leider van de Lycian strijder strijd in dood aangezien hij vallen door de hand van Patroclus. _ hij uit:nodigen zijn betrouwbaar kameraad en zeggen, „Glaucus, mijn broer, held onder held, zetten vooruit alle uw sterkte, strijd met kunnen en belangrijkst, nu als ooit op:houden zich als een moedig militair. _ eerst gaan ongeveer onder de Lycian kapitein en bieden hen be*strijden voor Sarpedon; _ dan zelf ook vechten te bewaren mijn pantser van nemen. _ mijn naam achter*volgen u voortaan en voor ooit als de Achaeans roven me van mijn pantser nu IK hebben vallen bij hun schip. _ doen uw zeer uiterst en roepen alle mijn mensen samen.“
_ dood sluiten zijn oog aangezien hij spreken. _ Patroclus planten zijn hiel op zijn borst en trekken de spear van zijn lichaam, waarop zijn betekenis komen uit samen met het, en hij trekken uit zowel spear-punt en Sarpedon ziel tezelfdertijd. _ hard door de Myrmidons houden zijn snurken steeds, die wild met paniek bij vinden zich ver*laten door hun Lord.
_ Glaucus over*winnen met zorg wanneer hij horen welk Sarpedon zeggen, want hij kunnen niet helpen hem. _ hij moeten steunen zijn wapen met zijn ander hand, in groot pijn door de wond dat Teucer pijl hebben geven hem wanneer Teucer verdedigen de muur aangezien hij, Glaucus, bestormen het. _ daarom hij bidden aan ver-werpen Apollo zeggen, „horen me o koning van uw zetel, kunnen in de rijk land van Lycia, of kunnen in Troy, want in alle plaats u kunnen horen de gebed van die in nood, aangezien IK nu am. _ IK hebben een erg wond; _ mijn hand pijn doen met pijn, daar geen staunching de bloed, en mijn geheel wapen slepen uit hoofde van mijn kwetsen, zodat IK niet kunnen be*grijpen mijn zwaard noch gaan onder mijn vijand en be*strijden hen, thou ons prins, Jove zoon Sarpedon, doden. _ Jove verdedigen niet zijn zoon, doen u, daarom, o koning, helen me van mijn wond, ver*lichten mijn pijn en ver*lenen me sterkte zowel aan cheer op de Lycians en aan strijd samen met hen om de lichaam van hem die hebben vallen.“
_ dus hij bidden, en Apollo horen zijn gebed. _ hij ver*lichten zijn pijn, staunched de zwart bloed van de wond, en geven hem nieuw sterkte. _ Glaucus waar:nemen dit, en dankbaar dat de machtig god hebben antwoorden zijn gebed; _ onmiddellijk, daarom, hij gaan onder de Lycian kapitein, en bieden hen komen te be*strijden over de lichaam van Sarpedon. _ van deze hij strode onder de Trojans aan Polydamas zoon van Panthous en Agenor; _ hij toen gaan op zoek naar Aeneas en Hector, en wanneer hij hebben vinden hen hij zeggen, „Hector, u hebben volkomen vergeten uw bondgenoot, die smachten hier voor uw belang ver van vriend en huis terwijl u doen niets te steunen hen. _ Sarpedon leider van de Lycian strijder hebben vallen hij die meteen de recht en kunnen van Lycia; _ Mars hebben leggen hem laag door de spear van Patroclus. _ tribune door hem, mijn vriend, en lijden niet de Myrmidons aan strook hem van zijn pantser, noch te be*handelen zijn lichaam met contumely in wraak voor alle de Danaans die wij hebben speared bij de schip.“
_ aangezien hij spreken de Trojans werpen in extreem en ungovernable zorg; _ voor Sarpedon, vreemdeling hoewel hij, hebben één van de belangrijkst verblijf van hun stad, zowel zoals hebben veel mensen met hem, en zelf de belangrijkste onder hen allen. _ leiden door Hector, die razend maken door de daling van Sarpedon, zij maken onmiddellijk voor de Danaans met alle hun kunnen, terwijl de undaunted geest van Patroclus zoon van Menoetius cheered op de Achaeans. _ eerst hij spreken aan de twee Ajaxes, mens die ver*eisen geen bieden. _ „Ajaxes,“ zeggen hij, „kunnen het nu tevreden:stellen u te tonen youselves de mens u hebben altijd, of zelfs beter Sarpedon vallen hij die eerste aan overleap de muur van de Achaeans; _ laten ons nemen de lichaam en geweld aan:doen het; _ laten ons ont*doen de pantser van zijn schouder, en doden zijn kameraad als zij proberen te redden zijn lichaam.“
_ hij spreken aan mens die van zich volledig enthousiast; _ beide kant, daarom, de Trojans en Lycians enerzijds, en de Myrmidons en Achaeans op de andere, ver*sterken hun bataljon, en be*strijden desperately over de lichaam van Sarpedon, schreeuwen hevig de tijdje. _ machtig de DIN van hun pantser aangezien zij komen samen, en Jove af:werpen een dik duisternis over de strijd, te stijgen de van de slag over de lichaam van zijn zoon.
_ eerst de Trojans maken sommige vooruitgang tegen de Achaeans, want één van de best mens onder de Myrmidons doden, Epeigeus, zoon van edel Agacles die hebben erewhile koning in de goed stad van Budeum; _ maar weldra, hebben doden een moedig kinsman van zijn, hij nemen toevluchtsoord met Peleus en Thetis, die ver*zenden hem aan Ilius de land van edel steeds te be*strijden de Trojans onder Achilles. _ Hector nu slaan hem op de hoofd met een steen enkel aangezien hij hebben vangen greep van de lichaam, en zijn hersenen binnen zijn helm allen slaan binnen, zodat hij vallen gezicht belangrijkste op de lichaam van Sarpedon, en daar sterven. _ Patroclus woedend maken door de dood van zijn kameraad, en ver*zenden door de voor rang zo vlug zoals een havik dat swoops neer op een troep van daws of starlings. _ maar toch vlug, o edel ridder Patroclus, u maken rechtstreeks voor de Lycians en Trojans aan avenge uw kameraad. _ onmiddellijk hij slaan Sthenelaus de zoon van Ithaemenes op de hals met een steen, en breken de pees dat aan:sluiten het aan de hoofd en stekel. _ op dit Hector en de voor rang van zijn mens geven grond. _ voor zover een mens kunnen werpen een javelin wanneer concurreren voor sommige prijs, of zelfs in slag tot dusver doen de Trojans nu terug:gaan vóór de Achaeans. _ Glaucus, kapitein van de Lycians, de eerste te verzamelen hen, door doden Bathycles zoon van Chalcon die leven in Hellas en de rijk mens onder de Myrmidons. _ Glaucus draaien rond plotseling, enkel aangezien Bathycles die achter*volgen hem ongeveer te leggen greep van hem, en drijven zijn spear recht in de midden van zijn borst, waarop hij vallen zwaar aan de grond, en de daling van zo goed een mens vullen de Achaeans met wanhoop, terwijl de Trojans exultant, en komen omhoog in een lichaam om de corpse. _ niettemin de Achaeans, bedachtzaam van hun dapperheid, dragen rechtstreeks neer op hen.
_ Meriones toen doden a helmed strijder van de Trojans, Laogonus zoon van Onetor, die priester van Jove van Mt. Ida, en eren door de mensen alsof hij een god. _ Meriones slaan hem onder de kaak en oor, zodat leven uit:gaan van hem en de duisternis van dood leggen greep op hem. _ Aeneas toen streven een spear bij Meriones, hopen te raken hem onder de schild aangezien hij vooruit:gaan, maar Meriones zien het komen en buigen vooruit te ver*mijden het, waarop de spear vliegen voorbij hem en de punt plakken in de grond, terwijl de uiteinde-eind gaan op trillen tot Mars roven het van zijn kracht. _ de spear, daarom, ver*zenden van Aeneas in:dienen verwaand en vallen trillen aan de grond. _ Aeneas boos en zeggen, „Meriones, u een goed danser, maar als IK hebben raken u mijn spear spoedig hebben maken een eind van u.“
_ en Meriones antwoorden, „Aeneas, voor alle uw moed, u niet kunnen te maken een eind van elk die komen tegen u. _ u slechts een dodelijk als mij, en als IK te raken u in het midden van uw schild met mijn spear, hoe sterk en self-confident u kunnen, IK moeten spoedig over*winnen u, en u op:brengen uw leven aan Hades van de edel steeds.“
_ op dit de zoon van Menoetius be*rispen hem en zeggen, „Meriones, held hoewel u, u moeten niet spreken zo; _ taunting toespraak, mijn goed vriend, niet maken de Trojans trekken vanaf de dood lijk; _ wat van hen moeten gaan onder grond eerst; _ slag voor slag, en woord voor raad; _ be*strijden, daarom, en zeggen niets.“
_ hij leiden de manier aangezien hij spreken en de held gaan vooruit met hem. _ aangezien de geluid van houthakker in sommige bos glade op de berg en de thud van hun as horen afar- zelfs zulk een DIN nu toe:nemen van aarde-conflict van brons pantser en van goed ox-hide schild, als mens smote elkaar met hun zwaard en spears richten bij beide eind. _ EEN mens hebben behoefte van goed zicht nu te kennen Sarpedon, zo be*handelen hij van hoofd aan voet met spears en bloed en stof. _ mens zwermen over de lichaam, zoals vlieg dat zoemen om de volledig melk-emmer in lente wanneer zij brimming met melk maar toch zij verzamelen om Sarpedon; _ noch Jove draaien zijn scherp oog weg voor één ogenblik van de strijd, maar houden kijken bij het de hele tijd, want hij regelen hoe het best te doden Patroclus, en over*wegen of Hector moeten toe:staan te beëindigen hem nu in de strijd om de lichaam van Sarpedon, en ont*doen hem van zijn pantser, of of hij moeten laten hem geven nog verder probleem aan de Trojans. _ in de eind, hij achten het best dat de moedig squire van Achilles zoon van Peleus moeten drijven Hector en de Trojans rug naar de stad en nemen de leven van velen. _ eerst, daarom, hij maken Hector draai fainthearted, waarop hij op:zetten zijn blokkenwagen en vluchten, bieden de ander Trojans vlieg ook, want hij zien dat de schaal van Jove hebben draaien tegen hem. _ noch de moedig Lycians tribune firma; _ zij met wanhoop ver*vullen wanneer zij zien hun koning liggen slaan aan de hart amid een hoop van corpses- voor wanneer de zoon van Saturnus maken de strijd was heet velen hebben vallen boven hem. _ de Achaeans, daarom ont*doen de gleaming pantser van zijn schouder en de moedig zoon van Menoetius geven het aan zijn mens te nemen aan de schip. _ dan Jove Lord van de onweer-wolk zeggen aan Apollo, „beste Phoebus, gaan, IK bidden u, en nemen Sarpedon uit waaier van de wapen; _ reinigen de zwart bloed van van hem, en toen dragen hem nog lang niet bereikt waar u kunnen wassen hem in de rivier, anoint hem met ambrosia, en kleden hem in onsterfelijk raiment; _ dit doen, be*gaan hem aan de wapen van de twee vloot boodschapper, dood, en slaap, die dragen hem meteen aan de rijk land van Lycia, waar zijn broer en kinsmen inter hem, en op:heffen zowel hoop en pijler aan zijn geheugen, in gepast eer aan de doden.“
_ dus hij spreken. _ Apollo uit:voeren zijn vader zeggen, en komen neer van de hoogte van Ida in de dik van de strijd; _ onmiddellijk hij nemen Sarpedon uit waaier van de wapen, en toen dragen hem nog lang niet bereikt, waar hij wassen hem in de rivier, anointed hem met ambrosia en kleden hem in onsterfelijk raiment; _ dit doen, hij be*gaan hem aan de wapen van de twee vloot boodschapper, dood, en slaap, die weldra plaatsen hem neer in de rijk land van Lycia.
_ ondertussen Patroclus, met veel een schreeuw aan zijn paard en aan Automedon, achter*volgen de Trojans en Lycians in de trots en foolishness van zijn hart. _ hebben hij maar uit:voeren de bieden van de zoon van Peleus, hij hebben, ont*snappen dood en hebben scatheless; _ maar de advies van Jove over:gaan man be*grijpen; _ hij zetten zelfs een moedig mens aan vlucht en weg:rukken overwinning van zijn greep, of opnieuw hij plaatsen hem op strijd, aangezien hij nu doen wanneer hij zetten een hoog geest in de hart van Patroclus.
_ Who toen eerst, en wie duren, doden door u, o Patroclus, wanneer de god hebben nu roepen u te ontmoeten uw noodlot? _ eerste Adrestus, Autonous, Echeclus, Perimus de zoon van Megas, Epistor en Melanippus; _ na deze hij doden Elasus, Mulius, en Pylartes. _ deze hij zwenken, maar de rest bewaren zich door vlucht.
_ de zoon van de Achaeans nu hebben nemen Troy door de hand van Patroclus, want zijn spear vliegen in alle richting, hebben niet Phoebus Apollo nemen zijn tribune op de muur te ver*slaan zijn doel en te helpen de Trojans. _ driemaal doen Patroclus last schuin van de hoog muur, en driemaal doen Apollo slaan hem achter, slaan zijn schild met zijn eigen onsterfelijk hand. _ wanneer Patroclus komen als een god voor nog een vierde tijd, Apollo schreeuwen aan hem met een vreselijk stem en zeggen, „trekken terug, edel Patroclus, het niet uw partij te ont*slaan de stad van de Trojan leider, noch nog het dat van Achilles die een ver beter mens dan u.“ _ op horen dit, Patroclus terug:trekken aan sommige afstand en ver*mijden de woede van Apollo.
_ ondertussen Hector wachten met zijn paard binnen de Scaean poort, in twijfel hetzij te ver*drijven opnieuw en gaan op be*strijden, of te roepen de leger binnen de poort. _ aangezien hij zo be*twijfelen Phoebus Apollo trekken dichtbij hem in de gelijkenis van een jong en lusty strijder Asius, die Hector oom, eigen broer aan Hecuba, en zoon van Dymas die leven in Phrygia door de water van de rivier Sangarius; _ in zijn gelijkenis Jove zoon Apollo nu spreken aan Hector zeggen, „Hector, waarom hebben u ver*laten van be*strijden? _ het ziek doen van u. _ als IK zo veel beter een mens dan u, aangezien IK slechter, u moeten spoedig rue uw slackness. _ aandrijving rechtstreeks naar Patroclus, als zo dat Apollo kunnen ver*lenen u een triomf over hem, en u kunnen rull hem.“
_ met dit de god terug:gaan in de hurly-fors, en Hector bieden Cebriones aandrijving opnieuw in de strijd. _ Apollo over:gaan binnen onder hen, en slaan paniek in de Argives, terwijl hij geven triomf aan Hector en de Trojans. _ Hector laten de ander Danaans alleen en doden geen mens, maar drijven rechtstreeks bij Patroclus. _ Patroclus toen op:springen van zijn blokkenwagen aan de grond, met een spear in zijn linkerhand, en in zijn recht een scherp steen zo groot aangezien zijn hand kunnen houden. _ hij be*vinden nog en werpen het, noch het gaan ver zonder raken iemand; _ de gietvorm niet vergeefs, voor de steen slaan Cebriones, Hector charioteer, een bastaard zoon van Priam, aangezien hij houden de teugel in zijn hand. _ de steen raken hem op de voorhoofd en drijven zijn brows in zijn hoofd want de been breken, en zijn oog vallen aan de grond bij zijn voet. _ hij laten vallen doden van zijn blokkenwagen alsof hij duiken, en daar niet meer leven ver*laten in hem. _ over hem doen u toen vaunt, o ridder Patroclus, zeggen, „zegenen mijn hart, hoe actief hij, en hoe goed hij duiken. _ als wij hebben op zee dit kameraad hebben duiken van de schip kant en brengen omhoog zo veel oester aangezien de geheel bemanning kunnen slikken, zelfs in ruw water, want hij hebben duiken prachtig van zijn blokkenwagen op de grond. _ het schijnen, dan, dat daar divers ook onder de Trojans.“
_ aangezien hij spreken hij gooien zich op Cebriones met de lente, om het zo te zeggen, van een leeuw dat terwijl aan:vallen een veekraal zelf slaan in de borst, en zijn moed zijn eigen bane- maar toch woedend, o Patroclus, doen u toen op:springen op Cebriones. _ Hector op:springen ook van zijn blokkenwagen aan de grond. _ de paar toen be*strijden over de lichaam van Cebriones. _ aangezien twee leeuw strijd hevig op sommige hoog berg over de lichaam van een mannetje dat zij hebben doden, maar toch doen deze twee machtig strijder, Patroclus zoon van Menoetius en moedig Hector, houwer en houwen bij elkaar over de corpse van Cebriones. _ Hector niet laten hem gaan wanneer hij hebben eens krijgen hem door de hoofd, terwijl Patroclus houden snel greep van zijn voet, en een woest strijd woeden tussen de ander Danaans en Trojans. _ aangezien de oosten en zuiden wind teisteren elkaar wanneer zij slaan op sommige dicht bos op de berg daar beuk en as en uit:spreiden cornel; _ de aan van de boom brullen aangezien zij slaan elkaar, en kunnen horen de boeg barsten en breken maar toch doen de Trojans en Achaeans lente op elkaar en leggen over elkaar, en geen van beide kant uiting geven. _ veel een richten spear vallen aan grond en veel een gevleugeld pijl ver*zenden van zijn bow-string over de lichaam van Cebriones; _ veel een groot steen, bovendien, slaan op veel een schild aangezien zij be*strijden rond zijn lichaam, maar daar hij leggen in de whirling wolk van stof, allen reusachtig en enord, heedless van zijn drijven nu.
_ mits de zon nog hoog in medio-hemel de wapen van één van beide kant gelijk dodelijk, en de mensen vallen; _ maar wanneer hij gaan neer naar de tijd wanneer mens los hun os, de Achaeans be*wijzen te voorbij alle voorspelling sterk, zodat zij trekken Cebriones uit waaier van de pijltje en tumult van de Trojans, en ont*doen de pantser van zijn schouder. _ dan Patroclus op:springen als Mars met woest bedoeling en een terrific schreeuw op de Trojans, en driemaal hij doden negen mens; _ maar aangezien hij komen als een god voor een tijd, dan, o Patroclus, de uur van uw eind naderen, voor Phoebus be*strijden u binnen vallen ernstig. _ Patroclus niet zien hem aangezien hij rond:reizen in de verbrijzeling, want hij enshrouded in dik duisternis, en de god slaan hem van erachter op zijn rug en zijn breed schouder met de vlakte van zijn hand, zodat zijn oog draaien duizelig. _ Phoebus Apollo slaan de helm van van zijn hoofd, en het rollen rammelen weg onder de paard voet, waar zijn paardehaar pluim allen begrimed met stof en bloed. _ nooit inderdaad hebben dat helm gaan zo vóór, voor het hebben dienen te be*schermen de hoofd en aantrekkelijk voorhoofd van de godlike held Achilles. _ nu, nochtans, Zeus leveren het over te dragen door Hector. _ niettemin de eind van Hector ook dichtbij. _ de brons-schoeien spear, zodat groot en zo sterk, breken in de hand van Patroclus, terwijl zijn schild dat be*handelen hem van hoofd aan voet vallen aan de grond zoals ook de band dat houden het, en Apollo ongedaan maken de fastenings van zijn corslet.
_ op dit zijn mening worden be*trekken; _ zijn lidmaat ont*breken hem, en hij be*vinden als één versuft; _ waarop Euphorbus zoon van Panthous een Dardanian, de best spearman van zijn tijd, als ook de fijn horseman en fleetest agent, komen achter hem en slaan hem in de rug met een spear, halverwege tussen de schouder. _ dit mens zodra ooit hij hebben komen omhoog met zijn blokkenwagen hebben demonteren twintig mens, zodat expert hij in alle de krijgskunst van oorlog hij het, o ridder Patroclus, dat eerst drijven een wapen in u, maar hij niet vrij overweldigen u. _ Euphorbus toen in werking stellen terug in de menigte, na trekken zijn lijkwit spear uit de wond; _ hij niet be*vinden vast en wachten voor Patroclus, unarmed hoewel hij nu, te aan:vallen hem; _ maar Patroclus ontmoedigen, gelijk door de slag de god hebben geven hem en door de spear-wond, trekken terug onder het mom van zijn mens in vrees voor zijn leven. _ Hector op dit, zien hem te ver*wonden en geven grond, dwingen zijn manier door de rang, en wanneer dicht omhooggaand met hem slaan hem in de laag deel van de buik met een spear, drijven de brons punt recht door het, zodat hij vallen zwaar aan de grond aan de groot van de Achaeans. _ zoals wanneer een leeuw hebben be*strijden sommige woest everzwijn en worsted hem de twee strijd woedend op de berg over sommige klein fontein bij dat zij zowel drinken, en de leeuw hebben slaan de beer tot hij kunnen nauwelijks ademen maar toch doen Hector zoon van Priam nemen de leven van de moedig zoon van Menoetius die hebben doden zo velen, slaan hem van dicht dichtbij, en vaunting over hem de tijdje. _ „Patroclus,“ zeggen hij, „u achten dat u moeten ont*slaan ons stad, roven ons Trojan vrouw van hun vrijheid, en dragen hen weg in uw schip aan uw eigen land. _ dwaas; _ Hector en zijn vloot paard ooit spannen hun uiterste te verdedigen hen. _ IK belangrijkste van alle de Trojan strijder aan staaf de dag van bondage van van hen; _ zoals voor u, gier verslinden u hier. _ slecht wretch, Achilles met alle zijn moed helpen u niets; _ en toch IK ween wanneer u ver*laten hem hij laden u straitly zeggen, 'komen niet terug naar de schip, ridder Patroclus, tot u hebben huur de met bloed bevlekt overhemd van moordend Hector over zijn lichaam. _ dus IK ween hij laden u, en uw dwaas hart antwoorden hem „yea“ binnen u.“
_ dan, aangezien de leven weg:ebben uit u, u antwoorden, o ridder Patroclus: _ „Hector, vaunt aangezien u, voor Jove de zoon van Saturnus en Apollo hebben vouchsafed u overwinning; _ het zij die hebben over*winnen me zo gemakkelijk, en zij die hebben ont*doen de pantser van mijn schouder; _ hebben twintig dergelijk mens zoals u aan:vallen me, allemaal hebben vallen vóór mijn spear. _ lot en de zoon van Leto hebben overweldigen me, en onder dodelijk mens Euphorbus; _ u zelf derde slechts in de moord van me. _ IK zeggen verder, en leggen mijn zeggen aan uw hart, u ook leven maar voor wat seizoen; _ dood en de dag van uw noodlot dicht op u, en zij leggen u laag door de hand van Achilles zoon van Aeacus.“
_ wanneer hij hebben zo spreken zijn oog sluiten in dood, zijn ziel ver*laten zijn lichaam en flitted neer aan de huis van Hades, rouwen zijn droevig lot en bieden afscheid aan de jeugd en kracht van zijn mensdom. _ dood hoewel hij, Hector nog spreken aan hem zeggen, „Patroclus, waarom moeten u zo voor*spellen mijn noodlot? _ Who kennen maar Achilles, zoon van mooi Thetis, kunnen smitten door mijn spear en sterven vóór me?“
_ aangezien hij spreken hij trekken de brons spear van de wond, planten zijn voet op de lichaam, dat hij duwen weg en laten leugen op zijn rug. _ hij toen gaan spear ter beschikking na Automedon, squire van de vloot nakomeling van Aeacus, want hij longed te leggen hem laag, maar de onsterfelijk steeds dat de god hebben geven als een rijk gift aan Peleus dragen hem vlug van de gebied.
_ | _ boek XV _ | _ Homerus _ | _ boek XVII _ |