
_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler
_ | _ boek XVI _ | _ Homerus _ | _ boek XVIII _ |
_ boek XVII
_ moedig Menelaus zoon van Atreus nu komen te kennen dat Patroclus hebben vallen, en maken zijn manier door de voor rang bekleed in volledig pantser aan bestride hem. _ aangezien een koe be*vinden lowing over haar eerste kalf, maar toch doen geel-haired Menelaus bestride Patroclus. _ hij houden zijn rond schild en zijn spear voor hem, resoluut te doden om het even welk die moeten durven onder ogen zien hem. _ maar de zoon van Panthous hebben ook nota nemen de lichaam, en komen tot Menelaus zeggen, „Menelaus, zoon van Atreus, trekken terug, ver*laten de lichaam, en laten de met bloed bevlekt bederven. _ IK eerste van de Trojans en hun moedig bondgenoot te drijven mijn spear in Patroclus, laten me, daarom, hebben mijn volledig glorie onder de Trojans, of IK nemen doel en doden u.“
_ aan dit Menelaus antwoorden in groot woede „door vader Jove, op:scheppen een ziek ding. _ de pard niet meer gewaagd, noch de leeuw noch wilde everzwijn, dat woest en het meest onverschrokken van alle schepsel, dan de trots zoon van Panthous. _ maar toch Hyperenor niet zien uit de dag van zijn jeugd wanneer hij maken licht van me en weer*staan me, achten me de gemiddeld militair onder de Danaans. _ zijn eigen voet nooit dragen hem terug naar gladden zijn vrouw en ouder. _ maar toch IK maken een eind van u ook, als u weer*staan me; _ krijgen u terug in de menigte en niet onder ogen zien me, of het slechter voor u. _ zelfs een dwaas kunnen wijs na de gebeurtenis.“
_ Euphorbus niet luisteren, en zeggen, „nu inderdaad, Menelaus, u be*talen voor de dood van mijn broer over die u beroemd, en wiens vrouw u widowed in haar bruids kamer, terwijl u brengen zorg unspeakable op zijn ouder. _ IK troosten deze slecht mensen als IK brengen uw hoofd en pantser en plaatsen hen in de hand van Panthous en edel Phrontis. _ de tijd komen wanneer dit kwestie be*strijden uit en regelen, voor me of tegen me.“
_ aangezien hij spreken hij slaan Menelaus hoogtepunt op de schild, maar de spear niet gaan door, voor de schild draaien zijn punt. _ Menelaus toen nemen doel, bidden aan vader Jove aangezien hij doen zo; _ Euphorbus trekken terug, en Menelaus slaan hem over de wortel van zijn keel, leunen zijn geheel gewicht op de spear, om drijven het huis. _ de punt gaan schoon door zijn hals, en zijn pantser bellen rammelen om hem aangezien hij vallen zwaar aan de grond. _ zijn haar dat als dat van de ver*eren, en zijn slot zo deftly binden in band van zilveren en gouden, allen bedrabbled met bloed. _ als die hebben kweken een fijn jong olijf boom in een duidelijk ruimte waar daar overvloed van water de installatie volledig van belofte, en hoewel de wind slaan op het van elk kwart het zetten vooruit zijn wit bloesem tot de ontploffing van sommige woest orkaan bereik neer op het en niveau het met de grond maar toch doen Menelaus strook de eerlijk jeugd Euphorbus van zijn pantser nadat hij hebben doden hem. _ of aangezien sommige woest leeuw op de berg in de trots van zijn sterkte vast:maken op de fijn vaars in een kudde aangezien het voeden eerst hij breken haar hals met zijn sterk kaak, en toen kloof op haar bloed en ingewanden; _ hond en herder op:heffen een tint en schreeuwen tegen hem, maar zij be*vinden op een afstand en niet komen dicht bij hem, want zij bleek met vrees maar toch niemand hebben de moed te onder ogen zien moedig Menelaus. _ de zoon van Atreus hebben toen dragen van de pantser van de zoon van Panthous met gemak, hebben niet Phoebus Apollo boos, en onder het mom van Mentes leider van de Cicons op:roepen Hector te aan:vallen hem. _ „Hector,“ zeggen hij, „u nu gaan na de paard van de edel zoon van Aeacus, maar u niet nemen hen; _ zij niet kunnen houden ter beschikking en drijven door dodelijk mens, behalve slechts door Achilles, die zoon aan een onsterfelijk moeder. _ ondertussen Menelaus zoon van Atreus hebben bestridden de lichaam van Patroclus en doden de edel van de Trojans, Euphorbus zoon van Panthous, zodat hij kunnen be*strijden niet meer.“
_ de god toen terug:gaan in de zware arbeid en opschudding, maar de ziel van Hector verdonkeren met een wolk van zorg; _ hij kijken langs de rang en zien Euphorbus liggen ter plaatse met de bloed nog stromen van zijn wond, en Menelaus ont*doen hem van zijn pantser. _ op dit hij maken zijn manier aan de voorzijde als een vlam van brand, bekleed in zijn gleaming pantser, en schreeuwen met een luid stem. _ wanneer de zoon van Atreus horen hem, hij zeggen aan zich in zijn wanhoop, „helaas! _ wat IK doen? _ IK kunnen niet laten de Trojans nemen de pantser van Patroclus die hebben vallen be*strijden op mijn naam, tenzij sommige Danaan die zien me moeten schreeuwen schande op me. _ nog als voor mijn eer belang IK be*strijden Hector en de Trojans single-handed, zij be*wijzen teveel voor me, voor Hector brengen hen omhoog van kracht. _ waarom, nochtans, moeten IK zo aarzelen? _ wanneer een mens be*strijden binnen ondanks hemel met die een god befriends, hij spoedig rue het. _ laten geen Danaan denken ziek van me als IK geven plaats aan Hector, voor de hand van hemel met hem. _ maar toch, als IK kunnen vinden Ajax, de twee van ons be*strijden Hector en hemel ook, als wij kunnen slechts bewaren de lichaam van Patroclus voor Achilles zoon van Peleus. _ dit, van veel kwaad de minst.“
_ terwijl hij zo in twee mening, de Trojans komen tot hem met Hector bij hun hoofd; _ hij daarom trekken terug en ver*laten de lichaam, draaien ongeveer als sommige gebaard leeuw die achter*volgen door hond en mens van een veekraal met spears en tint en schreeuw, waarop hij ontmoedigen en wegsluipen sulkily van maar toch doen Menelaus zoon van Atreus draai en ver*laten de lichaam van Patroclus. _ wanneer onder de lichaam van zijn mens, hij kijken rond voor machtig Ajax zoon van Telamon, en weldra zien hem op de uiterste ver*laten van de strijd, cheering op zijn mens en aan:manen hen te houden op be*strijden, voor Phoebus Apollo hebben uit:spreiden een groot paniek onder hen. _ hij lanceren aan hem en zeggen, „Ajax, mijn goed vriend, komen met me meteen aan dood Patroclus, als zo dat wij kunnen nemen de lichaam aan Achilles- zoals voor zijn pantser, Hector reeds hebben het.“
_ deze woord be*wegen de hart van Ajax, en hij maken zijn manier onder de voor rang, Menelaus gaan met hem. _ Hector hebben ont*doen Patroclus van zijn pantser, en slepen hem weg te af:snijden zijn hoofd en nemen de lichaam te gooien vóór de hond van Troy. _ maar Ajax komen omhoog met zijn schild als muur vóór hem, op dat Hector terug:trekken onder schuilplaats van zijn mens, en op:springen op zijn blokkenwagen, geven de pantser over aan de Trojans te nemen aan de stad, als een groot trophy voor zich; _ Ajax, daarom, be*handelen de lichaam van Patroclus met zijn breed schild en bestrode hem; _ aangezien een leeuw be*vinden over zijn whelps als jager hebben komen op hem in een bos wanneer hij met zijn klein degenen in de trots en wreedheid van zijn sterkte hij trekken van hem breien brows neer tot zij be*handelen zijn oog maar toch doen Ajax bestride de lichaam van Patroclus, en door zijn kant be*vinden Menelaus zoon van Atreus, ver*zorgen groot verdriet in zijn hart.
_ dan Glaucus zoon van Hippolochus kijken hevig bij Hector en be*rispen hem streng. _ „Hector,“ zeggen hij, „u maken een moedig show, maar in strijd u droevig willen. _ EEN vluchteling als zich hebben geen eis aan zo groot een reputatie. _ denken hoe u kunnen nu bewaren uw stad en citadel door de hand van uw eigen mensen geboren in Ilius; _ want u krijgen geen Lycians te be*strijden voor u, zien welk dank zij hebben hebben voor hun incessant ontbering. _ u waarschijnlijk, heer, te doen om het even wat te helpen een mens van minder nota, na ver*laten Sarpedon, die meteen uw gast en kameraad in wapen, te de grond en prooi van de Danaans? _ mits hij leven hij doen goed dienst zowel aan uw stad en zelf; _ maar toch u hebben geen maag te bewaren zijn lichaam van de hond. _ als de Lycians luisteren aan me, zij gaan naar huis en ver*laten Troy aan zijn lot. _ als de Trojans hebben om het even welk van dat durven onverschrokken geest dat leggen greep van mens die be*strijden voor hun land en kwellen die die aan:vallen het, wij moeten spoedig dragen van Patroclus in Ilius. _ kunnen wij krijgen dit dood mens weg en brengen hem in de stad van Priam, de Argives gemakkelijk op:geven de pantser van Sarpedon, en wij moeten krijgen zijn lichaam aan laars. _ voor hij wiens squire hebben nu doden de belangrijkste mens bij de schip van de Achaeans- hij en zijn dicht-be*strijden aanhanger. _ niettemin u durven niet maken een tribune tegen Ajax, noch onder ogen zien hem, oog aan oog, met slag alle ronde u, want hij een moedig mens dan u.“
_ Hector scowled bij hem en antwoorden, „Glaucus, u moeten kennen beter. _ IK hebben houden u voor zover een mens van meer be*grijpen dan om het even welk in alle Lycia, maar nu IK ver*achten u voor zeggen dat IK bang van Ajax. _ IK vrezen noch slag noch de DIN van blokkenwagen, maar Jove wil sterk dan van ons; _ Jove in één keer maken zelfs een sterk mens trekken terug en weg:rukken overwinning van zijn greep, terwijl bij andere hij plaatsen hem op strijd. _ komen hither toen, mijn vriend, tribune door me en zien inderdaad of IK spelen de lafaard de geheel dag door aangezien u zeggen, of of IK niet blijven wat zelfs van de boldest Danaans van be*strijden om de lichaam van Patroclus.“
_ aangezien hij spreken hij roepen luid op de Trojans zeggen, „Trojans, Lycians, en Dardanians, vechter in dicht gevecht, mens, mijn vriend, en strijd kunnen en belangrijkst, terwijl IK zetten op de goodly pantser van Achilles, dat IK nemen wanneer IK doden Patroclus.“
_ met dit Hector ver*laten de strijd, en in werking stellen volledig snelheid na zijn mens die nemen de pantser van Achilles aan Troy, maar hebben nog niet krijgen ver. _ be*vinden voor een tijdje behalve de woeful strijd, hij veranderen zijn pantser. _ zijn hij ver*zenden aan de sterk stad van Ilius en aan de Trojans, terwijl hij zetten op de onsterfelijk pantser van de zoon van Peleus, dat de god hebben geven aan Peleus, die in zijn leeftijd geven het aan zijn zoon; _ maar de zoon niet kweken oud in zijn vader pantser.
_ wanneer Jove, Lord van de onweer-wolk, zaag Hector be*vinden op een afstand en be*wapenen zich in de pantser van de zoon van Peleus, hij wagged zijn hoofd en mompelen aan zich zeggen, „a! _ slecht wretch, u be*wapenen in de pantser van een held, vóór die veel andere beven, en u reck niets van de noodlot dat reeds dicht op u. _ u hebben doden zijn kameraad zo moedig en sterk, maar het niet goed dat u moeten ont*doen de pantser van zijn hoofd en schouder. _ IK inderdaad begiftigen u met groot kunnen nu, maar tegenover dit u niet terug:keren van slag te leggen de pantser van de zoon van Peleus vóór Andromache.“
_ de zoon van Saturnus buigen zijn portentous brows, en Hector passen de pantser aan zijn lichaam, terwijl vreselijk Mars binnen:gaan in hem, en vullen zijn geheel lichaam met kunnen en valour. _ met een schreeuw hij strode binnen onder de bondgenoot, en zijn pantser op:vlammen over hem zodat hij schijnen aan allemaal als de groot zoon van Peleus zelf. _ hij gaan ongeveer onder hen en cheered hen op Mesthles, Glaucus, Medon, Thersilochus, Asteropaeus, Deisenor en Hippothous, Phorcys, Chromius en Ennomus de voor*spellen. _ al deze hij aan:manen zeggen, „horen me, bondgenoot van ander stad die hier in uw duizenden, het niet hebben een menigte over me dat IK roepen u hither elk van zijn verscheidene stad, maar dat met hart en ziel u kunnen verdedigen de vrouw en klein degenen van de Trojans van de woest Achaeans. _ want dit IK onder*drukken mijn mensen met uw voedsel en de voor:stellen dat maken u rijk. _ daarom draai, en last bij de vijand, te be*vinden of vallen zoals de spel van oorlog; _ whoever brengen Patroclus, doden hoewel hij, in de hand van de Trojans, en maken Ajax uiting geven vóór hem, IK geven hem half van de bederven terwijl IK houden de andere. _ hij zo delen als eer met mij.“
_ wanneer hij hebben zo spreken zij laden volledig gewicht op de Danaans met hun spears stand:houden vóór hen, en de hoop van elk in werking stellen hoogte dat hij moeten dwingen Ajax zoon van Telamon te op:brengen omhoog de lichaam dwaas dat zij, want hij ongeveer te nemen de leven van velen. _ dan Ajax zeggen aan Menelaus, „mijn goed vriend Menelaus, u en IK nauwelijks komen dit strijd levend. _ IK minder betrokken voor de lichaam van Patroclus, die binnenkort worden vlees voor de hond en gier van Troy, dan voor de veiligheid van mijn eigen hoofd en van u. _ Hector hebben ver*pakken ons rond in een onweer van slag van elk kwart, en ons vernietiging schijnen nu bepaald. _ vraag toen op de prins van de Danaans als daar om het even welk die kunnen horen ons.“
_ Menelaus doen aangezien hij zeggen, en schreeuwen aan de Danaans voor hulp bij de bovenkant van zijn stem. _ „mijn vriend,“ hij schreeuwen, „prins en adviseur van de Argives, allen u die met Agamemnon en Menelaus drank bij de openbaar kosten, en geven orde elk aan zijn eigen mensen als Jove vouchsafes hem macht en glorie, de strijd zo dik over me dat IK niet kunnen onder*scheiden u afzonderlijk; _ komen op, daarom, elk mens unbidden, en denken het schande dat Patroclus moeten worden vlees en hap voor Trojan hond.“
_ vloot Ajax zoon van Oileus horen hem en eerste te dwingen zijn manier door de strijd en in werking stellen te helpen hem. _ daarna komen Idomeneus en Meriones zijn esquire, edele van moordend Mars. _ zoals voor de andere dat komen de strijd na deze, die van zijn eigen zelf kunnen noemen hen?
_ de Trojans met Hector bij hun hoofd laden in een lichaam. _ als een groot golf dat komen donderen binnen bij de mond van sommige hemel-geboren rivier, en de rots dat jut in de overzees ring met de gebrul van de breker dat slaan en teisteren hen zelfs met zulk een gebrul doen de Trojans komen; _ maar de Achaeans in singleness van hart be*vinden vast over de zoon van Menoetius, en schermen hem met hun brons schild. _ Jove, bovendien, ver*bergen de helderheid van hun helm in een dik wolk, want hij hebben dragen geen wrok tegen de zoon van Menoetius terwijl hij nog levend en squire aan de nakomeling van Aeacus; _ daarom hij afkerig te laten hem vallen een prooi aan de hond van zijn vijand de Trojans, en aan:sporen zijn kameraad verdedigen hem.
_ eerst de Trojans drijven de Achaeans rug, en zij terug:trekken van de dood mens ontmoedigen. _ de Trojans niet slagen in doden om het even wie, niettemin zij trekken de lichaam weg. _ maar de Achaeans niet verliezen het lang, voor Ajax, belangrijkste van alle de Danaans na de zoon van Peleus gelijk in gestalte en dapperheid, snel verzamelen hen en maken naar de voorzijde als een wild everzwijn op de berg wanneer hij be*vinden bij baai in de bos glades en routs de hond en lusty jeugd dat hebben aan:vallen hem maar toch doen Ajax zoon van Telamon over:gaan gemakkelijk binnen onder de phalanxes van de Trojans, ver*spreiden die die hebben bestridden Patroclus en meeste neiging op winnen glorie door slepen hem weg aan hun stad. _ bij dit ogenblik Hippothous moedig zoon van de Pelasgian Lethus, in zijn ijver voor Hector en de Trojans, slepen de lichaam weg door de voet door de pers van de strijd, hebben binden een riem om de kracht dichtbij de ancle; _ maar een ellende spoedig over*komen hem van dat niets van die kunnen bewaren hem die hebben graag doen zo, voor de zoon van Telamon op:springen vooruit en smote hem op van hem brons-cheeked helm. _ de plumed hoofddeksel breken over de punt van de wapen, slaan meteen door de spear en door de sterk hand van Ajax, zodat de bloedig hersenen komen af:scheiden uit door de kam-contactdoos. _ zijn sterkte toen ont*breken hem en hij laten Patroclus voet daling van zijn hand, aangezien hij vallen volledig lengte volkomen op de lichaam; _ dus hij sterven ver van de vruchtbaar land van Larissa, en nooit terug:betalen zijn ouder de kosten van brengen hem omhoog, want zijn leven kort:knippen vroeg door de spear van machtig Ajax. _ Hector toen nemen doel bij Ajax met een spear, maar hij zien het komen en enkel leiden te ver*mijden het; _ de spear over:gaan en slaan Schedius zoon van edel Iphitus, kapitein van de Phoceans, die blijven stilstaan in famed Panopeus en regeren over veel mensen; _ het slaan hem onder de midden van de collar-bone de brons punt gaan net door hem, komen uit bij de bodem van zijn schouder-blad, en zijn pantser bellen rammelen om hem aangezien hij vallen zwaar aan de grond. _ Ajax in zijn draai slaan edel Phorcys zoon van Phaenops in het midden van de buik aangezien hij bestriding Hippothous, en breken de plaat van zijn cuirass; _ waarop de spear scheuren uit zijn ingewanden en hij clutched de grond in zijn palm aangezien hij vallen aan aarde. _ Hector en die die in de voorzijde rang dan geven grond, terwijl de Argives op:heffen een luid schreeuw van triomf, en af:leiden de lichaam van Phorcys en Hippothous dat zij ont*doen weldra van hun pantser.
_ de Trojans nu hebben worsted door de moedig Achaeans en drijven terug naar Ilius door hun eigen lafheid, terwijl de Argives, zodat groot hun moed en duurzaamheid, hebben bereiken een triomf zelfs tegen de wil van Jove, als Apollo hebben niet op:wekken Aeneas, in de gelijkenis van Periphas zoon van Epytus, een bediende die hebben kweken oud in de dienst van Aeneas verouderen vader, en op elk moment wijden aan hem. _ in zijn gelijkenis, toen, Apollo zeggen, „Aeneas, kunnen u niet leiden, alhoewel hemel tegen ons, te bewaren hoog Ilius? _ IK hebben kennen mens, wiens aantal, moed, en onafhankelijkheid hebben bewaren hun mensen ondanks Jove, terwijl in dit geval hij veel eerder geven overwinning aan ons dan aan de Danaans, als u slechts be*strijden in plaats van zo vreselijk bang.“
_ Aeneas kennen Apollo wanneer hij kijken recht bij hem, en schreeuwen aan Hector zeggen, „Hector en alle ander Trojans en bondgenoot, schande op ons als wij slaan door de Achaeans en drijven terug naar Ilius door ons eigen lafheid. _ EEN god hebben enkel komen tot me en ver*tellen me dat Jove de opperst disposer met ons. _ daarom laten ons maken voor de Danaans, dat het kunnen gaan hard met hen ere zij dragen weg dood Patroclus aan de schip.“
_ aangezien hij spreken hij op:springen uit ver voor de andere, die toen verzamelen en opnieuw onder ogen zien de Achaeans. _ Aeneas speared Leiocritus zoon van Arisbas, een moedig aanhanger van Lycomedes, en Lycomedes be*wegen met medelijden aangezien hij zien hem vallen; _ hij daarom gaan dicht omhoog, en speared Apisaon zoon van Hippasus herder van zijn mensen in de lever onder de midriff, zodat hij sterven; _ hij hebben komen van vruchtbaar Paeonia en de best mens van hen allen na Asteropaeus. _ Asteropaeus vliegen vooruit aan avenge hem en aan:vallen de Danaans, maar dit kunnen niet meer, aangezien die over Patroclus goed be*handelen door hun schild, en houden hun spears voor hen, voor Ajax hebben geven hen strikt orde dat geen mens of te geven grond, of te be*vinden uit vóór de andere, maar allen te houden goed samen over de lichaam en be*strijden lijf-aan-lijf. _ dus doen reusachtig Ajax bieden hen, en de aarde in werking stellen rood met bloed aangezien de corpses vallen dik elkaar gelijk op de kant van de Trojans en bondgenoot, en op dat van de Danaans; _ voor deze laatste, ook, be*strijden geen bloedeloos strijd hoewel veel minder van hen om:komen, door de zorg zij nemen te verdedigen en be*vinden door elkaar.
_ dus zij be*strijden aangezien het een vlammen brand; _ het schijnen alsof het hebben gaan hard zelfs met de zon en maan, want zij ver*bergen over al dat deel waar de moedig held be*strijden over de dood zoon van Menoetius, terwijl de ander Danaans en Achaeans be*strijden bij hun gemak in volledig daglicht met briljant zonneschijn alle ronde hen, en daar niet een wolk te zien noch op vlakte noch berg. _ deze laatste bovendien rusten voor een tijdje en ver*laten van be*strijden, want zij sommige afstand apart en voorbij de waaier van één - van iemand anders wapen, terwijl die die in de dik van de strijd lijden zowel van slag en duisternis. _ alle de beste van hen dragen uit door de groot gewicht van hun pantser, maar de twee moedig held, Thrasymedes en Antilochus, hebben nog niet ver*nemen de dood van Patroclus, en geloven hem te nog levend en leiden de bestelwagen tegen de Trojans; _ zij houden zich in reserve tegen de dood of rout van hun eigen kameraad, want zo Nestor hebben opdracht geven wanneer hij ver*zenden hen van de schip in slag.
_ dus door de livelong dag zij loon woest oorlog, en de zweet van hun zware arbeid regenen ooit op hun been onder hen, en op hun hand en oog, aangezien zij be*strijden over de squire van de vloot zoon van Peleus. _ het zoals wanneer een mens geven een groot ox-hide allen door*weken in vet aan zijn mens, en bieden hen rek het; _ waarop zij be*vinden om het in een ring en sleepboot tot de vochtigheid ver*laten het, en de vet door*weken binnen voor de velen dat trekken bij het, en het goed uit:rekken maar toch doen de twee kant trekken de dood lijk hither en thither binnen de kompas van maar wat ruimte de Trojans vast plaatsen op belemmering ing het in Ilius, terwijl de Achaeans geen minder zo op nemen het aan hun schip; _ en woest de strijd tussen hen. _ niet Mars zelf de Lord van gastheer, noch nog Minerva, zelfs in hun volledig woede kunnen maken licht van zulk een slag.
_ dergelijk vreselijk opschudding van mens en paard doen Jove op dat dag ver*ordenen om de lichaam van Patroclus. _ ondertussen Achilles niet kennen dat hij hebben vallen, voor de strijd onder de muur van Troy nog lang niet bereikt de schip. _ hij hebben geen idee, daarom, dat Patroclus dood, en achten dat hij terug:keren levend zodra hij hebben gaan dicht tot de poort. _ hij kennen dat hij niet te ont*slaan de stad noch met noch zonder zich, voor zijn moeder hebben vaak ver*tellen hem dit wanneer hij hebben zitten alleen met haar, en zij hebben informeren hem van de advies van groot Jove. _ nu, nochtans, zij hebben niet ver*tellen hem hoe groot een ramp hebben over*komen hem in de dood van de die ver beste aan hem van alle zijn kameraad.
_ de andere nog houden op laden elkaar om de lichaam met hun richten spears en doden elkaar. _ dan één zeggen, „mijn vriend, wij kunnen nooit opnieuw tonen ons gezicht bij de schip beter, en zeer beter, dat aarde moeten openen en slikken ons hier in dit plaats, dan dat wij moeten laten de Trojans hebben de triomf van dragen van Patroclus aan hun stad.“
_ de Trojans ook op hun deel spreken aan elkaar zeggen, „vriend, hoewel wij vallen aan een mens naast dit lichaam, laten niets krimpen van be*strijden.“ _ met dergelijk woord zij aan:manen elkaar. _ zij be*strijden en be*strijden, en een ijzer clank toe:nemen door de nietig lucht aan de koperachtig kluis van hemel. _ de paard van de nakomeling van Aeacus be*vinden uit de strijd en huilen wanneer zij horen dat hun bestuurder hebben leggen laag door de hand van moordend Hector. _ Automedon, moedig zoon van Diores, geselen hen opnieuw en opnieuw; _ veel een tijd hij spreken vriendelijk aan hen, en veel een tijd hij ver*wijten hen, maar zij noch terug:gaan aan de schip door de water van de breed Hellespont, noch nog in slag onder de Achaeans; _ zij be*vinden met hun blokkenwagen voorraad nog, als een pijler plaatsen over de graf van sommige dood mens of vrouw, en buigen hun hoofd aan de grond. _ heet scheur vallen van hun oog aangezien zij rouwen de verlies van hun charioteer, en hun edel manen neer:hangen alle nat van onder de yokestraps aan beide kanten de juk.
_ de zoon van Saturnus zien hen en nemen medelijden op hun verdriet. _ hij wagged zijn hoofd, en mompelen aan zich, zeggen, „slecht ding, waarom wij geven u aan koning Peleus die een dodelijk, terwijl u zelf eeuwig jong en onsterfelijk? _ het dat u kunnen aandeel de verdriet dat over*komen mensheid? _ voor van alle schepsel dat leven en be*wegen op de aarde daar niets zo pitiable aangezien hij nog, Hector zoon van Priam drijven noch u noch uw blokkenwagen. _ IK niet hebben het. _ het genoeg dat hij moeten hebben de pantser over dat hij vaunts zo vainly. _ verder IK geven u sterkte van hart en lidmaat te dragen Automedon veilig aan de schip van slag, want IK laten de Trojans triomf steeds verder, en gaan op doden tot zij be*reiken de schip; _ waarop nacht vallen en duisternis over*schaduwen de land.“
_ aangezien hij spreken hij ademen hart en sterkte in de paard zodat zij schudden de stof van uit hun manen, en dragen hun blokkenwagen vlug in de strijd dat woeden tussen Trojans en Achaeans. _ achter hen be*strijden Automedon hoogtepunt van verdriet voor zijn kameraad, als een gier amid een troep van gans. _ in en uit, en hier en daar, volledig snelheid hij stormen amid de throng van de Trojans, maar voor alle de woede van zijn achtervolging hij doden geen mens, want hij kunnen niet hanteren zijn spear en houden zijn paard in hand wanneer alleen in de blokkenwagen; _ bij laatste, nochtans, een kameraad, Alcimedon, zoon van Laerces zoon van Haemon vangen gezicht van hem en komen omhoog achter zijn blokkenwagen. _ „Automedon,“ zeggen hij, „welk god hebben zetten dit dwaasheid in uw hart en roven u van uw juist mening, dat u be*strijden de Trojans in de voor weelderig single-handed? _ hij die uw kameraad doden, en Hector pluim zelf op be*wapenen in de pantser van de nakomeling van Aeacus.“
_ Automedon zoon van Diores antwoorden, „Alcimedon, daar no one anders wie kunnen controleren en leiden de onsterfelijk steeds zo goed aangezien u kunnen, behalve slechts Patroclus- terwijl hij levend edele van god in advies. _ nemen toen de ranselen en teugel, terwijl IK gaan neer van de auto en strijd.
_ Alcimedon op:springen op de blokkenwagen, en in:halen de ranselen en teugel, terwijl Automedon springen van van de auto. _ wanneer Hector zien hem hij zeggen aan Aeneas die dichtbij hem, „Aeneas, adviseur van de post-bekleed Trojans, IK zien de steeds van de vloot zoon van Aeacus komen slag met zwak hand te drijven hen. _ IK zeker, als u denken goed, dat wij kunnen nemen hen; _ zij niet durven onder ogen zien ons als wij beide aanval hen.“
_ de moedig zoon van Anchises van de zelfde mening, en de paar gaan net op, met hun schouder be*handelen onder schild van taai droog ox-hide, be*dekken met veel brons. _ Chromius en Aretus gaan ook met hen, en hun hart slaan hoogte met hoop dat zij kunnen doden de mens en vangen de paard dwaas dat zij, want zij niet te terug:keren scatheless van hun vergadering met Automedon, die bidden aan vader Jove en onmiddellijk vullen met moed en sterkte rijk. _ hij draaien aan zijn betrouwbaar kameraad Alcimedon en zeggen, „Alcimedon, houden uw paard zo dicht omhooggaand dat IK kunnen voelen hun adem op mijn rug; _ IK be*twijfelen dat wij niet blijven Hector zoon van Priam tot hij hebben doden ons en op:zetten achter de paard; _ hij toen of uit:spreiden paniek onder de rang van de Achaeans, of zelf doden onder de belangrijkste.“
_ op dit hij schreeuwen uit aan de twee Ajaxes en Menelaus, „Ajaxes kapitein van de Argives, en Menelaus, geven de dood lijk over aan hen dat het best bekwaam te verdedigen het, en komen aan de redding van ons leven; _ voor Hector en Aeneas die de twee best mens onder de Trojans, drukken ons hard in de volledig getijde van oorlog. _ niettemin de kwestie liggen op de overlapping van hemel, IK daarom slingeren mijn spear en ver*laten de rest aan Jove.“
_ hij in evenwicht houden en slingeren aangezien hij spreken, waarop de spear slaan de rond schild van Aretus, en gaan net door het voor de schild blijven het niet, zodat het drijven door zijn riem in de laag deel van zijn buik. _ zoals wanneer sommige stevig jeugd, af:schaffen ter beschikking, be*handelen zijn slag achter de hoorn van een os en scheiden de pees bij de rug van zijn hals zodat het op:springen vooruit en toen laten vallen, maar toch doen Aretus geven één binden en toen vallen op zijn rug de spear trillen in zijn lichaam tot het maken een eind van hem. _ Hector toen streven een spear bij Automedon maar hij zien het komen en buigen vooruit te ver*mijden het, zodat het vliegen voorbij hem en de punt plakken in de grond, terwijl de uiteinde-eind gaan op trillen tot Mars roven het van zijn kracht. _ zij toen hebben be*strijden lijf-aan-lijf met zwaard hebben niet de twee Ajaxes dwingen hun manier door de menigte wanneer zij horen hun kameraad roepen, en scheiden hen voor alle hun woede voor Hector, Aeneas, en Chromius bang en trekken terug, ver*laten Aretus te liggen daar slaan aan de hart. _ Automedon, edele van vloot Mars, toen ont*doen hem van zijn pantser en beroemd over hem zeggen, „IK hebben doen weinig aan assuage mijn verdriet voor de zoon van Menoetius, voor de mens IK hebben doden niet zo goed aangezien hij.“
_ aangezien hij spreken hij nemen de met bloed bevlekt bederven en leggen hen op zijn blokkenwagen; _ dan hij op:zetten de auto met zijn hand en voet allen trekken in meridiaanvlak als een leeuw dat hebben gorging op een stier.
_ en nu de woest groanful strijd opnieuw woeden over Patroclus, want Minerva komen neer van hemel en op:wekken zijn woede door de bevel van far-seeing Jove, die hebben veranderen zijn mening en ver*zenden haar te aan:moedigen de Danaans. _ zoals wanneer Jove buigen zijn helder boog in hemel in teken aan mensheid of van oorlog of van de koel onweer dat blijven mens van hun arbeid en teisteren de troep maar toch, ver*pakken in dergelijk stralend raiment, doen Minerva gaan binnen onder de gastheer en spreken mens door mens aan elk. _ eerst zij nemen de vorm en stem van Phoenix en spreken aan Menelaus zoon van Atreus, die be*vinden dichtbij haar. _ „Menelaus,“ zeggen zij, „het schande en schande aan u, als hond scheuren de edel kameraad van Achilles onder de muur van Troy. _ daarom staunch, en aan:sporen uw mens te zo ook.“
_ Menelaus antwoorden, „Phoenix, mijn goed oud vriend, kunnen Minerva vouchsafe me sterkte en houden de pijltje van van me, voor zo IK be*vinden door Patroclus en verdedigen hem; _ zijn dood hebben gaan aan mijn hart, maar Hector als een woeden brand en be*handelen zijn slag zonder op:houden, voor Jove nu ver*lenen hem een tijd van triomf.“
_ Minerva pleased bij zijn hebben noemen zich vóór om het even welk ander god. _ daarom zij zetten sterkte in zijn knie en schouder, en maken hem zo gewaagd zoals een vlieg, dat, niettemin af:slaan nog komen opnieuw en bijten als het kunnen, zo dearly het houden man bloed maar toch vette letters aangezien dit zij maken hem aangezien hij be*vinden over Patroclus en werpen zijn spear. _ nu daar onder de Trojans een mens noemen Podes, zoon van Eetion, die zowel rijk en moedig. _ Hector houden hem in de hoog eer want hij zijn kameraad en zegen metgezel; _ de spear van Menelaus slaan dit mens in de gordel enkel aangezien hij hebben draaien tijdens de vlucht, en gaan net door hem. _ waarop hij vallen zwaar vooruit, en Menelaus zoon van Atreus af:leiden zijn lichaam van de Trojans in de rang van zijn eigen mensen.
_ Apollo toen uit:gaan aan Hector en aan:sporen hem be*strijden, in de gelijkenis van Phaenops zoon van Asius die leven in Abydos en de het meest goed:keuren van alle Hector gast. _ in zijn gelijkenis Apollo zeggen, „Hector, die van de Achaeans vrezen u henceforward nu u hebben quailed vóór Menelaus die hebben ooit schatten slecht als een militair? _ maar toch hij hebben nu krijgen een corpse vanaf de Trojans single-handed, en hebben doden uw eigen waar kameraad, een mens moedig onder de belangrijkste, Podes zoon van Eetion.
_ EEN donker wolk van zorg vallen op Hector aangezien hij horen, en hij maken zijn manier aan de voorzijde bekleed in volledig pantser. _ daarop de zoon van Saturnus grijpen zijn helder tasselled aegis, en ver*sluieren Ida in wolk: _ hij ver*zenden vooruit zijn lightnings en zijn donder, en aangezien hij schudden zijn aegis hij geven overwinning aan de Trojans en leiden de Achaeans.
_ de paniek beginnen door Peneleos de Boeotian, voor terwijl houden zijn gezicht draaien ooit naar de vijand hij hebben raken met een spear op de hoger deel van de schouder; _ een spear werpen door Polydamas hebben weiden de bovenkant van de been, want Polydamas hebben komen tot hem en slaan hem van dicht dichtbij. _ dan Hector in dicht gevecht slaan Leitus zoon van edel Alectryon in de hand door de pols, en onbruikbaar maken hem van be*strijden verder. _ hij kijken over hem in wanhoop, kennen dat nooit opnieuw moeten hij hanteren spear in slag met de Trojans. _ terwijl Hector in achtervolging van Leitus, Idomeneus slaan hem op de breastplate over zijn borst dichtbij de uitsteeksel; _ maar de spear breken in de schacht, en de Trojans cheered hardop. _ Hector toen streven bij Idomeneus zoon van Deucalion aangezien hij be*vinden op zijn blokkenwagen, en zeer eng missen hem, maar de spear raken Coiranus, een aanhanger en charioteer van Meriones die hebben komen met hem van Lyctus. _ Idomeneus hebben ver*laten de schip te voet en hebben veroorloven een groot triomf aan de Trojans als Coiranus hebben niet drijven snel tot hem, hij daarom brengen leven en redding aan Idomeneus, maar zelf vallen door de hand van moordend Hector. _ voor Hector raken hem op de kaak onder de oor; _ de eind van de spear ver*drijven zijn tand en snijden zijn tong in twee stuk, zodat hij vallen van zijn blokkenwagen en laten de teugel vallen aan de grond. _ Meriones verzamelen hen omhoog van de grond en nemen hen in zijn eigen hand, dan hij zeggen aan Idomeneus, „leggen, tot u krijgen terug naar de schip, voor u moeten zien dat de dag niet meer van ons.“
_ op dit Idomeneus geselen de paard aan de schip, voor vrees hebben nemen greep op hem.
_ Ajax en Menelaus nota nemen hoe Jove hebben draaien de schaal ten gunste van de Trojans, en Ajax eerste te spreken. _ „helaas,“ zeggen hij, „zelfs een dwaas kunnen zien dat vader Jove helpen de Trojans. _ alle hun wapen staking huis; _ geen kwestie of het een moedig mens of een lafaard dat slingeren hen, Jove ver*zenden allen gelijk, terwijl van ons vallen elk één van hen zonder gevolg. _ wat, toen, best zowel betreffende redden de lichaam, en ons terugkeer aan de vreugde van ons vriend die grieving aangezien zij kijken hitherwards; _ want zij ervoor zorgen dat niets kunnen nu controleren de vreselijk hand van Hector, en dat hij gooien zich op ons schip. _ IK wensen dat iemand gaan en ver*tellen de zoon van Peleus meteen, voor IK niet denken hij kunnen hebben nog horen de droevig nieuws dat de beste van zijn vriend hebben vallen. _ maar IK kunnen zien niet een mens onder de Achaeans te ver*zenden, want zij en hun blokkenwagen gelijk ver*bergen in duisternis. _ o vader Jove, op:heffen dit wolk van over de zoon van de Achaeans; _ maken hemel serene, en laten ons zien; _ als u dat wij om:komen, laten ons vallen in ieder geval door daglicht.“
_ vader Jove horen hem en hebben medeleven op zijn scheur. _ onmiddellijk hij achter*volgen weg de wolk van duisternis, zodat de zon glanzen uit en alle de be*strijden openbaren. _ Ajax toen zeggen aan Menelaus, „kijken, Menelaus, en als Antilochus zoon van Nestor nog leven, ver*zenden hem meteen te ver*tellen Achilles dat veruit de beste aan hem van alle zijn kameraad hebben vallen.“
_ Menelaus aandacht besteden zijn woord en gaan zijn manier als een leeuw van een veekraal de leeuw ver*moeien van aan:vallen de mens en hond, die houden horloge de geheel nacht door en niet laten hem feesten op de vet van hun kudde. _ in zijn verlangen van vlees hij maken rechtstreeks bij hen maar vergeefs, voor pijltje van sterk hand bestormen hem, en branden merk dat ontmoedigen hem voor alle zijn honger, zodat in de ochtend hij wegsluipen sulkily weg maar toch doen Menelaus sorely tegen zijn wil verlof Patroclus, in groot vrees tenzij de Achaeans moeten drijven terug in rout en laten hem vallen in de hand van de vijand. _ hij laden Meriones en de twee Ajaxes straitly zeggen, „Ajaxes en Meriones, leider van de Argives, nu inderdaad herinneren hoe goed Patroclus; _ hij ooit hoffelijk terwijl levend, dragen het in mening nu hij dood.“
_ met dit Menelaus ver*laten hen, kijken rond hem zo scherp zoals een adelaar, wiens gezicht zij zeggen keener dan dat van een ander vogel hoe hoog hij kunnen in de hemel, niet een haas dat looppas kunnen ont*snappen hem door buigen onder struik of struikgewas, want hij swoop neer op het en maken een eind van het maar toch, o Menelaus, doen uw scherp oog waaier om de machtig gastheer van uw aanhanger te zien als u kunnen vinden de zoon van Nestor nog levend. _ weldra Menelaus zien hem op de uiterste ver*laten van de slag cheering op zijn mens en aan:manen hen aan strijd dapper. _ Menelaus uit:gaan aan hem en zeggen, „Antilochus, komen hier en luisteren aan droevig nieuws, dat IK inderdaad untrue. _ u moeten zien met uw eigen oog dat hemel op:hopen ramp op de Danaans, en geven overwinning aan de Trojans. _ Patroclus hebben vallen, die de moedig van de Achaeans, en sorely de Danaans missen hem. _ looppas onmiddellijk aan de schip en ver*tellen Achilles, dat hij kunnen komen te redden de lichaam en dragen het aan de schip. _ zoals voor de pantser, Hector reeds hebben het.“
_ Antilochus slaan met verschrikking. _ lange tijd hij speechless; _ zijn oog vullen met scheur en hij kunnen vinden geen uiting, maar hij doen aangezien Menelaus hebben zeggen, en plaatsen weg in werking stellen zodra hij hebben geven zijn pantser aan een kameraad, Laodocus, die rijden zijn paard ronde, dicht naast hem.
_ dus, toen, hij in werking stellen huilen van de gebied, te dragen de slecht nieuws aan Achilles zoon van Peleus. _ noch u, o Menelaus, letten te succour zijn kwellen kameraad, wanneer Antilochus hebben ver*laten de Pylians- en zeer zij missen hem maar hij ver*zenden hen edel Thrasymedes, en zelf terug:gaan aan Patroclus. _ hij komen lanceren aan de twee Ajaxes en zeggen, „IK hebben ver*zenden Antilochus aan de schip te ver*tellen Achilles, maar woede tegen Hector aangezien hij kunnen, hij niet kunnen komen, want hij niet kunnen be*strijden zonder pantser. _ wat toen ons best plan zowel betreffende redden de doden, en ons eigen vlucht van dood amid de slag-schreeuw van de Trojans?“
_ Ajax antwoorden, „Menelaus, u hebben zeggen goed: _ u, dan, en Meriones buigen neer, op:heffen de lichaam, en dragen het uit de strijd, terwijl wij twee achter u op een afstand houden Hector en de Trojans, in hart zoals in naam, en lang gebruiken aan be*strijden zij aan zij met elkaar.“
_ op dit Menelaus en Meriones nemen de dood mens in hun wapen en op:heffen hem hoogte omhoog met een groot inspanning. _ de Trojan gastheer op:heffen een tint en schreeuw achter hen wanneer zij zien de Achaeans dragen de lichaam weg, en vliegen nadat hen als hond aan:vallen een gewonde beer bij de loo van een band van jongelui huntsmen. _ voor een tijdje de hond vliegen bij hem alsof zij scheuren hem in stuk, maar nu en opnieuw hij aan:zetten hen in een woede, doen schrikken en ver*spreiden hen in alle richting maar toch doen de Trojans voor een tijdje last in een lichaam, slaan met zwaard en met spears richten ai beide de eind, maar wanneer de twee Ajaxes onder ogen zien hen en be*vinden bij baai, zij draaien bleek en geen mens durven drukken be*strijden verder over de doden.
_ in dit wijs doen de twee held spannen elk zenuw te dragen de lichaam aan de schip uit de strijd. _ de slag woeden om hen als woest vlam dat wanneer zodra ont*steken uit:spreiden als wildfire over een stad, en de huis daling in de glans van zijn branden zelfs zulke de gebrul en landloper van mens en paard dat achter*volgen hen aangezien zij dragen Patroclus van de gebied. _ of aangezien muilezel dat zetten vooruit alle hun sterkte te trekken sommige straal of groot stuk van schip hout onderaan een ruw berg-spoor, en zij hijgen en zweten aangezien zij, gaan maar toch doen Menelaus en broek en zweet aangezien zij dragen de lichaam van Patroclus. _ achter hen de twee Ajaxes houden krachtig uit. _ als sommige bebost berg-aansporing dat rek over een vlakte draaien water en controleren de stroom zelfs van een groot rivier, noch daar om het even welk stroom sterk genoeg te breken door het maar toch doen de twee Ajaxes gezicht de Trojans en achtersteven de getijde van hun be*strijden hoewel zij houden gieten naar hen en belangrijkste onder hen allen Aeneas zoon van Anchises met moedig Hector. _ aangezien een troep van daws of starlings vallen aan gillen en chattering wanneer zij zien een valk, vijand aan ik klein vogel, komen stijgen dichtbij hen, maar toch doen de Achaean jeugd op:heffen een Babel van schreeuw aangezien zij vluchten vóór Aeneas en Hector, onachtzaam van hun eerstgenoemde dapperheid. _ in de rout van de Danaans veel goodly pantser vallen rond de geul, en van be*strijden daar geen eind.
_ | _ boek XVI _ | _ Homerus _ | _ boek XVIII _ |