_ beschaving



_ de Iliad

_ door Homerus

_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler

_ | _ boek XIX _ | _ Homerus _ | _ boek XX _ |


_ boek XIX


_ nu wanneer dagen in robe van saffraan hasting van de stroom van Oceanus, te brengen licht aan mortals en immortals, Thetis be*reiken de schip met de pantser dat de god hebben geven haar. _ zij vinden haar zoon vallen over de lichaam van Patroclus en huilen bitter. _ velen ook van zijn aanhanger huilen om hem, maar wanneer de godin komen onder hen zij clasped van hem in:dienen haar, zeggen, „mijn zoon, grieve aangezien wij kunnen wij moeten laten dit mens liggen, voor het door hemel wil dat hij hebben vallen; _ nu, daarom, goed:keuren van Vulcan dit rijk en goodly pantser, dat geen mens hebben ooit nog dragen op zijn schouder.“

_ aangezien zij spreken zij plaatsen de pantser vóór Achilles, en het bellen uit bravely aangezien zij doen zo. _ de Myrmidons slaan met awe, en niets durven kijken volledig bij het, want zij bang; _ maar Achilles op:wekken aan nog groot woede, en zijn oog gleamed met een woest licht, want hij blij wanneer hij be*handelen de schitterend heden dat de god hebben maken hem. _ dan, zodra hij hebben tevreden:stellen zich met kijken bij het, hij zeggen aan zijn moeder, „moeder, de god hebben geven me pantser, ontmoeten handwerk voor een onsterfelijk en zoals geen leven kunnen hebben vormen; _ IK nu be*wapenen, maar I veel vrees dat vlieg regelen op de zoon van Menoetius en ras worm over zijn wond, zodat zijn lichaam, nu hij dood, disfigured en de vlees rotten.“

_betalen Thetis antwoorden, „mijn zoon, niet disquieted over dit kwestie. _ IK vinden middel te be*schermen hem van de zwerm van noisome vlieg dat prooi op de lichaam van mens die hebben doden in slag. _ hij kunnen liggen voor een geheel jaar, en zijn vlees nog zo correct zoals ooit, of zelfs peiler. _ vraag, daarom, de Achaean held in assemblage; _ unsay uw woede tegen Agamemnon; _ wapen meteen, en strijd met kunnen en leiding.“

_ aangezien zij spreken zij zetten sterkte en moed in zijn hart, en zij toen laten vallen ambrosia en rood nectar in de wond van Patroclus, dat zijn lichaam kunnen lijden geen verandering.

_ dan Achilles uit:gaan op de seashore, en met een luid schreeuw uit:nodigen de Achaean held. _ op dit zelfs die die tot hiertoe hebben blijven altijd bij de schip, de loods en helmsmen, en zelfs de beheerder die over de schip en dienen uit rantsoen, allen komen aan de plaats van assemblage omdat Achilles hebben tonen zich na hebben houden op een afstand zo lang van be*strijden. _ twee zoon van Mars, Ulysses en de zoon van Tydeus, komen limping, voor hun wond nog pained hen; _ niettemin zij komen, en nemen hun zetel in de voor rij van de assemblage. _ als allerlaatste komen Agamemnon, koning van mens, hij ook ver*wonden, voor Coon zoon van Antenor hebben slaan hem met een spear in slag.

_ wanneer de Achaeans bijeen:komen Achilles toe:nemen en zeggen, „zoon van Atreus, zeker het hebben beter gelijk voor zowel u en me, wanneer wij twee in dergelijk hoog woede over Briseis, zeker het hebben beter, hebben Diana pijl doden haar bij de schip op de dag wanneer IK nemen haar na hebben ont*slaan Lyrnessus. _ voor zo, veel een Achaean de minder hebben bijten stof vóór de vijand in de dag van mijn woede. _ het hebben goed voor Hector en de Trojans, maar de Achaeans lang inderdaad herinneren ons ruzie. _ nu, nochtans, laten het, want het over. _ als wij hebben boos, noodzaak hebben scholen ons woede. _ IK zetten het van me: _ IK durven niet ver*zorgen het voor ooit; _ daarom, bieden de Achaeans wapen onmiddellijk dat IK kunnen uit:gaan tegen de Trojans, en leren of zij in een mening aan slaap door de schip of nr. _ blij, IK ween, hij te rusten zijn knie die kunnen vliegen mijn spear wanneer IK hanteren het.“

_ dus hij spreken, en de Achaeans verheugen in dat hij hebben zetten weg zijn woede.

_ dan Agamemnon spreken, toe:nemen in zijn plaats, en niet gaan in de midden van de assemblage. _ „Danaan held,“ zeggen hij, „bediende van Mars, het goed te luisteren wanneer een mens be*vinden tot spreken, en het niet seemly te onder*breken hem, of het gaan hard zelfs met een uit:oefenen spreker. _ Who kunnen of horen of spreken in een uproar? _ zelfs de fijn orator veront*rusten door het. _ IK uiteen:zetten aan de zoon van Peleus, en doen u ander Achaeans aandacht besteden me en merken me goed. _ vaak hebben de Achaeans spreken aan me van dit kwestie en ver*wijten me, maar het niet I dat doen het: _ Jove, en lot, en Erinys dat lopen in duisternis slaan me gek wanneer wij assembleren op de dag dat IK nemen van Achilles de meed dat hebben toe:kennen aan hem. _ wat kunnen IK doen? _ alle ding in de hand van hemel, en dwaasheid, oud van Jove dochter, sluiten mens oog aan hun vernietiging. _ zij lopen tactvol, niet op de stevig aarde, maar hangen over de hoofd van mens te maken hen struikelen of aan ensnare hen.

_ „tijd wanneer zij fooled Jove zelf, die zij zeggen groot hetzij van god of mens; _ voor Juno, vrouw hoewel zij, beguiled hem op de dag wanneer Alcmena te brengen vooruit machtig hercules in de eerlijk stad van Thebes. _ hij ver*tellen het uit onder de god zeggen, „horen me alle god en godin, dat IK kunnen spreken zelfs aangezien IK letten; _ dit dag een Ilithuia, helper van vrouw die in arbeid, brengen een mens kind in de wereld die Lord over dat alles blijven stilstaan over hem die van mijn bloed en lineage.“ _ dan zeggen Juno alle geslepen en volledig van guile, „u spelen vals, en niet houden aan uw woord. _ zweren me, o Olympian, zweren me een groot eed, dat hij die dit dag daling tussen de voet van een vrouw, Lord over dat alles blijven stilstaan over hem die van uw bloed en lineage.“

_ „zo zij spreken, en Jove ver*denken haar niet, maar zweren de groot eed, aan zijn veel ruing daarna. _ voor Juno werpen neer van de hoog top van Olympus, en gaan haastig aan Achaean Argos waar zij kennen dat de edel vrouw van Sthenelus zoon van Perseus dan. _ zij met kind en in haar zevende maand, Juno brengen de kind aan geboorte hoewel daar een maand nog willen, maar zij blijven de nakomelingen van Alcmena, en houden terug de Ilithuiae. _ dan zij gaan te ver*tellen Jove de zoon van Saturnus, en zeggen, „vader Jove, Lord van de bliksem IK hebben een woord voor uw oor. _ daar een fijn kind geboren dit dag, Eurystheus, zoon aan Sthenelus de zoon van Perseus; _ hij van uw lineage; _ het goed, daarom, dat hij moeten regeren over de Argives.“

_ „op dit Jove steken aan de zeer snel, en in zijn woede hij vangen dwaasheid door de haar, en zweren een groot eed dat nooit moeten zij opnieuw binnen:vallen starry hemel en Olympus, want zij de bane van allen. _ dan hij whirled haar ronde met een draai van zijn hand, en gooien haar neer van hemel zodat zij vallen op de gebied van dodelijk mens; _ en hij ooit boos met haar wanneer hij zien zijn zoon kreunen onder de wreed werken dat Eurystheus leggen op hem. _ maar toch IK grieve wanneer machtig Hector doden de Argives bij hun schip, en de hele tijd IK houden denken van dwaasheid die hebben zo baned me. _ IK blind, en Jove roven me van mijn reden; _ IK nu maken atonement, en toe:voegen veel schat als wijzigen. _ gaan, daarom, in slag, u en uw mensen met u. _ IK geven u al dat Ulysses aan:bieden u gisteren in uw tent: _ of als het zo tevreden:stellen u, wachten, hoewel u fain be*strijden meteen, en mijn squires brengen de gift van mijn schip, dat u kunnen zien of wat IK geven u genoeg.“

_ en Achilles antwoorden, „zoon van Atreus, koning van mens Agamemnon, u kunnen geven dergelijk gift zoals u denken juist, of u kunnen in:houden hen: _ het in uw eigen hand. _ laten ons nu plaatsen slag in serie; _ het niet goed aan teerachtig spreken over kleinigheid, voor daar een akte dat tot hiertoe te doen. _ Achilles opnieuw zien be*strijden onder de belangrijkste, en leggen laag de rang van de Trojans: _ dragen dit in mening elk één van u wanneer hij be*strijden.“

_ dan Ulysses zeggen, „Achilles, godlike en moedig, ver*zenden niet de Achaeans zo tegen Ilius te be*strijden de Trojans vasten, want de slag geen kort, wanneer het eens beginnen, en hemel hebben vullen beide kant met woede; _ bieden hen eerst nemen voedsel zowel brood en wijn door de schip, want in dit daar sterkte en verblijf. _ geen mens kunnen doen vechten de livelong dag aan de gaan neer van de zon als hij zonder voedsel; _ nochtans veel hij kunnen willen te be*strijden zijn sterkte ont*breken hem alvorens hij kennen het; _ honger en dorst vinden hem uit, en zijn lidmaat kweken vermoeid onder hem. _ maar een mens kunnen be*strijden de hele dag als hij volledig voeden met vlees en wijn; _ zijn hart slaan hoogte, en zijn sterkte blijven tot hij hebben leiden alle zijn vijand; _ daarom, ver*zenden de mensen weg en bieden hen voor:bereiden hun maaltijd; _ koning Agamemnon brengen uit de gift in aanwezigheid van de assemblage, dat allen kunnen zien hen en u kunnen tevreden:stellen. _ bovendien laten hem zweren een eed vóór de Argives dat hij hebben nooit uit:gaan in de laag van Briseis, noch met haar na de manier van mens en vrouw; _ en doen u, ook, tonen zich van een verfijnd mening; _ laten Agamemnon onder*houden u in zijn tent met een feest van verzoening, dat zo u kunnen hebben hebben uw rechten in hoogtepunt. _ zoals voor u, zoon van Atreus, be*handelen mensen meer righteously voortaan; _ het geen schande zelfs aan een koning dat hij moeten maken wijzigen als hij verkeerd in eerste instantie.“

_ en koning Agamemnon antwoorden, „zoon van Laertes, uw woord tevreden:stellen me goed, want door u hebben spreken wijselijk. _ IK zweren aangezien u hebben me doen; _ IK doen zo van mijn eigen vrij, geen van beiden IK nemen de naam van hemel vergeefs. _ laten, dan, Achilles wachten, hoewel hij fain be*strijden meteen, en doen u andere wachten ook, tot de gift komen van mijn tent en wij bekrachtigen de eed met offer. _ dus, toen, IK laden u: _ nemen sommige edel jong Achaeans met u, en brengen van mijn tent de gift dat IK be*loven gisteren aan Achilles, en brengen de vrouw ook; _ verder laten Talthybius vinden me een beer van die dat met de gastheer, en maken het klaar voor offer aan Jove en aan de zon.“

_ dan zeggen Achilles, „zoon van Atreus, koning van mens Agamemnon, zien aan deze kwestie bij sommige ander seizoen, wanneer daar ademen tijd en wanneer IK kalm. _ u hebben mens eten terwijl de lichaam van die die Hector zoon van Priam zwenken nog liggen mangelen op de vlakte? _ laten de zoon van de Achaeans, zeggen I, be*strijden vasten en zonder voedsel, tot wij hebben avenged hen; _ daarna bij de gaan neer van de zon laten hen eten hun vulling. _ zoals voor me, Patroclus liggen volkomen in mijn tent, allen hakken en houwen, met zijn voet aan de deur, en zijn kameraad rouwen om hem. _ daarom IK kunnen nemen gedachte van niets behalve slechts slachting en bloed en de rammelaar in de keel van de sterven.“

_ Ulysses antwoorden, „Achilles, zoon van Peleus, machtig van alle de Achaeans, in slag u beter dan IK, en dat meer dan een weinig, maar in advies IK veel vóór u, want IK oud en van groot kennis. _ daarom geduldig onder mijn woord. _ be*strijden een ding van dat mens spoedig overdaad, en wanneer Jove, die oorlog beheerder, wegen de resultaat, het kunnen goed be*wijzen dat de stro dat ons sikkel hebben oogsten ver zwaar dan de korrel. _ het kunnen niet dat de Achaeans moeten rouwen de doden met hun buik; _ dag door dag mens vallen dik en drie keer voortdurend; _ wanneer moeten wij hebben respijt van ons verdriet? _ laten ons rouwen ons doden voor een dag en be*graven hen uit gezicht en mening, maar laten die van ons die ver*laten eten en drinken dat wij kunnen be*wapenen en be*strijden ons vijand meer hevig. _ in dat uur laten geen mens tegen:houden, wachten voor een tweede sommatie; _ dergelijk sommatie voor*spellen ziek voor hem die vinden achter:blijven erachter bij ons schip; _ laten ons eerder Sally als één mens en los:maken de woede van oorlog op de Trojans.“

_ wanneer hij hebben zo spreken hij nemen met hem de zoon van Nestor, met Meges zoon van Phyleus, Thoas, Meriones, Lycomedes zoon van Creontes, en Melanippus, en gaan aan de tent van Agamemnon zoon van Atreus. _ de woord niet spoedig zeggen dan de akte doen: _ zij brengen uit de zeven driepoot dat Agamemnon hebben be*loven, met de twintig metaal ketel en de twaalf paard; _ zij ook brengen de vrouw bekwaam in nuttig kunst, zeven in aantal, met Briseis, dat maken acht. _ Ulysses af:wegen de tien talent van goud en toen leiden de manier rug, terwijl de jong Achaeans brengen de rest van de gift, en leggen hen in het midden van de assemblage.

_ Agamemnon toen toe:nemen, en Talthybius wiens stem als dat van een god komen aan hem met de beer. _ de zoon van Atreus trekken de mes dat hij dragen door de schede van zijn machtig zwaard, en beginnen door af:snijden sommige varkenshaar van de beer, op:heffen omhoog van hem in:dienen gebed aangezien hij doen zo. _ de ander Achaeans zitten waar zij alle stil en ordelijk te horen de koning, en Agamemnon onder*zoeken de kluis van hemel en bidden zeggen, „IK roepen Jove de eerste en machtig van alle god te ge*tuigen, IK roepen ook aarde en zon en de Erinyes die blijven stilstaan hieronder en nemen vengeance op hem die zweren verkeerd, dat IK hebben leggen geen hand op de meisje Briseis, noch te nemen haar aan mijn bed noch anders, maar dat zij hebben blijven in mijn tent ongeschonden. _ als IK zweren verkeerd kunnen hemel be*zoeken me met alle de sanctie dat het metes uit aan die die perjure zelf.“

_ hij snijden de beer keel aangezien hij spreken, waarop Talthybius whirled het om zijn hoofd, en gooien het in de breed overzees te voeden de vis. _ dan Achilles ook toe:nemen en zeggen aan de Argives, „vader Jove, van een waarheid u blind mens oog en bane hen. _ de zoon van Atreus hebben niet anders be*wegen me aan zo woest een woede, noch zo koppig nemen Briseis van me tegen mijn wil. _ zeker Jove moeten hebben adviseren de vernietiging van veel een Argive. _ gaan, nu, en nemen uw voedsel dat wij kunnen beginnen be*strijden.“

_ op dit hij ver*delen de assemblage, en elk mens terug:gaan aan zijn eigen schip. _ de Myrmidons aanwezig aan de voor:stellen en nemen hen weg aan de schip van Achilles. _ zij plaatsen hen in zijn tent, terwijl de stabiel-mens drijven de paard binnen onder de andere.

_ Briseis, markt als Venus, wanneer zij zien de mangelen lichaam van Patroclus, gooien zich op het en schreeuwen hardop, tearing haar borst, haar hals, en haar mooi gezicht met beide haar hand. _ mooi als een godin zij huilen en zeggen, „Patroclus, beste vriend, wanneer IK gaan vandaar I ver*laten u leven; _ IK terug:keren, o prins, te vinden u dood; _ dus doen vers verdriet vermenigvuldigen op me na de andere. _ IK zien hem aan wie mijn vader en moeder huwen me, ver*minderen vóór ons stad, en mijn drie eigen beste broer om:komen met hem op de self-same dag; _ maar u, Patroclus, zelfs wanneer Achilles zwenken mijn echtgenoot en ont*slaan de stad van edel Mynes, ver*tellen me dat IK niet te huilen, voor u zeggen u maken Achilles huwen me, en nemen me terug met hem aan Phthia, wij moeten hebben een huwelijk feest onder de Myrmidons. _ u altijd vriendelijk aan me en IK nooit op:houden te grieve voor u.“

_ zij huilen aangezien zij spreken, en de vrouw aan:sluiten in haar be*treuren-maken alsof hun scheur voor Patroclus, maar in waarheid elk huilen voor haar eigen verdriet. _ de oudsten van de Achaeans verzamelen om Achilles en bidden hem te nemen voedsel, maar hij kreunen en niet doen zo. _ „IK bidden u,“ zeggen hij, „als om het even welk kameraad horen me, bieden me noch eten noch drinken, voor IK in groot heaviness, en blijven vasten zelfs aan de gaan neer van de zon.“

_ op dit hij ver*zenden de ander prins weg, behalve slechts de twee zoon van Atreus en Ulysses, Nestor, Idomeneus, en de ridder Phoenix, die blijven achter en proberen te troosten hem in de bitterheid van zijn verdriet: _ maar hij niet troosten tot hij moeten hebben gooien zich in de kaak van slag, en hij halen sigh op sigh, denken ooit van Patroclus. _ dan hij zeggen

_ „ongelukkig en beste kameraad, u het wie krijgen een goed diner klaar voor me meteen en zonder uitstel wanneer de Achaeans hasting te be*strijden de Trojans; _ nu, daarom, hoewel IK hebben vlees en drank in mijn tent, nog IK snel voor verdriet. _ zorg groot dan dit IK kunnen niet kennen, niet alhoewel IK te ver*nemen de dood van mijn vader, die nu in Phthia huilen voor de verlies van me zijn zoon, die am hier be*strijden de Trojans in een vreemd land voor de accursed belang van Helen, noch nog hoewel IK moeten horen dat mijn zoon niet meer hij die brengen omhoog in Scyros- als inderdaad Neoptolemus nog leven. _ tot nu IK ervoor zorgen dat I alleen te vallen hier bij Troy vanaf Argos, terwijl u te terug:keren aan Phthia, brengen terug mijn zoon met u in uw eigen schip, en tonen hem alle mijn bezit, mijn borg, en de greatness van mijn huis voor Peleus moeten zeker of dood, of wat weinig leven blijven aan hem onder*drukken gelijk met de gebrek van leeftijd en ooit heden vrees tenzij hij moeten horen de droevig tidings van mijn dood.“

_ hij huilen aangezien hij spreken, en de oudsten zuchten in overleg als elk gedachte op wat hij hebben ver*laten thuis achter hem. _ de zoon van Saturnus kijken neer met medelijden op hen, en zeggen weldra aan Minerva, „mijn kind, u hebben vrij ver*laten uw held; _ hij toen gaan zo schoon uit uw herinnering? _ daar hij zitten door de schip allen troosteloos voor de verlies van zijn beste kameraad, en hoewel de andere gaan aan hun diner hij noch eten noch drinken. _ gaan toen en laten vallen nectar en ambrosia in zijn borst, dat hij kunnen kennen geen honger.“

_ met deze woord hij aan:sporen Minerva, die reeds van de zelfde mening. _ zij werpen neer van hemel in de lucht als sommige valk varen op zijn breed vleugel en gillen. _ ondertussen de Achaeans be*wapenen door de gastheer, en wanneer Minerva hebben laten vallen nectar en ambrosia in Achilles zodat geen wreed honger moeten veroorzaken zijn lidmaat te ont*breken hem, zij terug:gaan aan de huis van haar machtig vader. _ dik als de koel sneeuwvlok loods van de hand van Jove en dragen op de scherp ontploffing van de noorden wind, maar toch dik doen de gleaming helm, de leiden schild, de sterk plateren breastplates, en de lijkwit spears stroom van de schip. _ de glans door*dringen de hemel, de geheel land stralend met hun op:vlammen pantser, en de geluid van de landloper van hun be*treden toe:nemen van onder hun voet. _ in de midden van hen alle Achilles zetten op zijn pantser; _ hij gnashed zijn tand, zijn oog gleamed als brand, want zijn zorg groot dan hij kunnen dragen. _ dus, toen, volledig van woede tegen de Trojans, hij aan:trekken de gift van de god, de pantser dat Vulcan hebben maken hem.

_ eerst hij zetten op de goodly kaantje passen met ancle-greep, en volgende hij doen op de breastplate over zijn borst. _ hij slingeren de zilveren-be*slaan zwaard van brons over zijn schouder, en toen nemen omhoog de schild zo groot en sterk dat glanzen afar met een splendour vanaf de maan. _ als de licht zien door zeeman van uit op zee, wanneer mens hebben aan:steken een brand in hun hoeve hoogte omhoog onder de berg, maar de zeeman uit:voeren aan overzees door wind en onweer ver van de toevluchtsoord waar zij maar toch doen de schijnsel van Achilles wonderbaarlijk schild staking omhoog in de hemel. _ hij op:heffen de redoubtable helm, en plaatsen het op zijn hoofd, van whence het glanzen als een ster, en de gouden pluim dat Vulcan hebben plaatsen dik over de rand van de helm, golven allen rond het. _ dan Achilles maken proef van zich in zijn pantser te zien of het passen hem, zodat zijn lidmaat kunnen spelen vrij onder het, en het schijnen aan boei hem omhoog alsof het hebben vleugel.

_ hij ook trekken zijn vader spear uit de spear-tribune, een spear zo groot en zwaar en sterk dat niets van de Achaeans behalve slechts Achilles hebben sterkte te hanteren het; _ dit de spear van Pelian as van de hoogste rand van Mt. Pelion, dat Chiron hebben eens geven aan Peleus, beladen met de dood van held. _ Automedon en Alcimus busied zich met de uit:rusten van zijn paard; _ zij maken de band snel over hen, en zetten de beetje in hun mond, trekken de teugel terug naar de blokkenwagen. _ Automedon, ranselen ter beschikking, op:springen omhoog achter de paard, en na hem Achilles op:zetten in volledig pantser, resplendent als de zon-god Hyperion. _ dan met een luid stem hij berispen met zijn vader paard zeggen, „Xanthus en Balius, famed nakomelingen van Podarge- dit tijd wanneer wij hebben doen be*strijden zeker en brengen uw bestuurder veilig terug naar de gastheer van de Achaeans, en niet ver*laten hem dood op de vlakte aangezien u doen Patroclus.“

_ dan vloot Xanthus antwoorden onder de juk voor wit-be*wapenen Juno hebben begiftigen hem met menselijk toespraak en hij buigen zijn hoofd tot zijn manen raken de grond aangezien het hangen neer van onder de juk-band. _ „ontzetting Achilles,“ zeggen hij, „wij inderdaad bewaren u nu, maar de dag van uw dood dichtbij, en de schuld niet van ons, want het hemel en achtersteven lot dat vernietigen u. _ noch het door om het even welk sloth of slackness op ons deel dat de Trojans ont*doen Patroclus van zijn pantser; _ het de machtig god die mooi Leto dragen dat zwenken hem aangezien hij be*strijden onder de belangrijkste, en vouchsafed een triomf aan Hector. _ wij twee kunnen vliegen zo vlug aangezien Zephyrus die zij zeggen fleetest van alle wind; _ niettemin het uw noodlot te vallen door de hand van een mens en van een god.“

_ wanneer hij hebben zo zeggen de Erinyes blijven zijn toespraak, en Achilles antwoorden hem in groot droefheid, zeggen, „waarom, o Xanthus, u zo voor*spellen mijn dood? _ u ver*eisen niet doen zo, want IK goed kennen dat IK te vallen hier, ver van mijn beste vader en moeder; _ niets de meer, nochtans, IK blijven mijn hand tot IK hebben geven de Trojans hun vulling van be*strijden.“

_ zo zeggen, met een luid schreeuw hij drijven zijn paard aan de voorzijde.

_ | _ boek XVIII _ | _ Homerus _ | _ boek XX _ |


_ auteursrecht © 2005 alle recht Reserved.Focusmm.com
Mediterranean Cruises | Turkey Hotels | Greece Holiday | Italy Holidays | Cheap France Holidays | Spain Villa | Flights to Malta | Lebanon Holiday | Egypt Travel | Tunisia Tours | Moroccon Villas

Bodrum Turkey Travel | Istanbul Turkey Holiday | Flights to Turkey | Turkey Travel | Antalya Turkey Holidays | Turkey Hotel | Turkey Holiday | Marmaris Turkey Holiday