_ beschaving



_ de Iliad

_ door Homerus

_ schrijven 800 BC.
_ ver*talen door Samuel Butler

_ | _ boek XXII _ | _ Homerus _ | _ boek XXIV _ |


_ boek XXIII


_ dus zij maken hun gekreun door de stad, terwijl de Achaeans wanneer zij be*reiken de Hellespont terug:gaan elk mens aan zijn eigen schip. _ maar Achilles niet laten de Myrmidons gaan, en spreken aan zijn moedig kameraad zeggen, „Myrmidons, famed horsemen en mijn eigen ver*trouwen vriend, nog niet, forsooth, laten ons unyoke, maar met paard en blokkenwagen trekken dichtbij aan de lichaam en rouwen Patroclus, in gepast eer aan de doden. _ wanneer wij hebben hebben volledig comfort van klaagzang wij unyoke ons paard en nemen avondmaal wij allemaal hier.“

_ op dit zij allen aan:sluiten in een schreeuw van wailing en Achilles leiden hen in hun be*treuren. _ driemaal zij drijven hun blokkenwagen alle sorrowing ronde de lichaam, en Thetis be*wegen binnen hen een nog diep verlangen. _ de zand van de seashore en de mens pantser nat met hun huilen, zo groot een minister van vrees hij die zij hebben verliezen. _ leider in alle hun rouwen de zoon van Peleus: _ hij leggen zijn met bloed bevlekt hand op de borst van zijn vriend. _ „vervoerprijs goed,“ hij schreeuwen, „Patroclus, zelfs in de huis van Hades. _ IK nu doen al dat I erewhile be*loven u; _ IK slepen Hector hither en laten hond verslinden hem ruw; _ twaalf edel zoon van Trojans IK ook doden vóór uw pyre aan avenge u.“

_ aangezien hij spreken hij be*handelen de lichaam van edel Hector met contumely, leggen het bij volledig lengte in de stof naast de bier van Patroclus. _ de andere toen uit:stellen elk mens zijn pantser, nemen de paard van hun blokkenwagen, en zetten zich in groot massa door de schip van de vloot nakomeling van Aeacus, die daarop feesten hen met een overvloedig begrafenis banket. _ veel een goodly os, met veel een schaap en bleating geit zij af:slachten en snijden omhoog; _ veel a tusked beer bovendien, vet en goed-voeden, zij schroeien en plaatsen aan braadstuk in de vlam van Vulcan; _ en rivulets van bloed stromen alle ronde de plaats waar de lichaam liggen.

_ dan de prins van de Achaeans nemen de zoon van Peleus aan Agamemnon, maar nauwelijks kunnen zij overreden hem te komen met hen, zodat wroth hij voor de dood van zijn kameraad. _ zodra zij be*reiken Agamemnon tent zij ver*tellen de dienen-mens te plaatsen een groot driepoot over de brand voor het geval dat zij kunnen overreden de zoon van Peleus 'te wassen de klonteren meridiaanvlak van dit lichaam, maar hij ont*kennen hen streng, en zweren het met een plechtig eed, zeggen, „Nay, door koning Jove, eerst en machtig van alle god, het niet ontmoeten dat water moeten raken mijn lichaam, tot IK hebben leggen Patroclus op de vlam, hebben bouwen hem een kruiwagen, en scheren mijn hoofd voor zolang aangezien IK leven geen dergelijk tweede verdriet ooit trekken nigh me. _ nu, daarom, laten ons doen al dat dit droevig festival vraag, maar bij dageraad van dag, koning Agamemnon, bieden uw mens brengen hout, en ver*strekken al de rest dat de doden kunnen behoorlijk nemen in de koninkrijk van duisternis; _ de brand zo branden hem uit ons gezicht de spoedig, en de mensen draaien opnieuw aan hun werken.“

_ dus hij spreken, en zij zelfs aangezien hij hebben zeggen. _ zij maken haast te voor:bereiden de maaltijd, zij eten, en elk mens hebben zijn volledig aandeel zodat allen tevreden:stellen. _ zodra zij hebben hebben hebben genoeg te eten en drinken, de andere gaan aan hun rest elk in zijn eigen tent, maar de zoon van Peleus leggen grieving onder zijn Myrmidons door de kust van de klinken overzees, in een open plaats waar de golf komen schommelen in na andere. _ hier een zeer diep sluimer nemen greep op hem en ver*lichten de last van zijn verdriet, want zijn lidmaat vermoeid met achter*volgen Hector om winderig Ilius. _ weldra de droevig geest van Patroclus trekken dichtbij hem, als wat hij hebben in gestalte, stem, en de licht van zijn richten oog, bekleed, ook, aangezien hij hebben bekleed in leven. _ de geest hangen over zijn hoofd en zeggen

_ „u slapen, Achilles, en hebben vergeten me; _ u houden me leven, maar nu IK dood u denken voor me geen verder. _ be*graven me met alle snelheid dat IK kunnen over:gaan de poort van Hades; _ de spook, verwaand schaduw van mens dat kunnen werken niet meer, drijven me vanaf hen; _ zij nog niet lijden me te aan:sluiten die dat voorbij de rivier, en IK wandelen allen troosteloos door de breed poort van de huis van Hades. _ geven me nu uw hand IK bidden u, voor wanneer u hebben eens geven me mijn rechten van brand, nooit IK opnieuw komen vooruit uit de huis van Hades. _ Nevermore wij zitten apart en nemen zoet advies onder de leven; _ de wreed lot dat mijn eerstgeboorterecht hebben geeuwen zijn breed kaak rond me nay, u ook Achilles, edele van god, veroor*delen te sterven onder de muur van de edel Trojans.

_ „één gebed meer IK maken u, als u ver*lenen het; _ laten niet mijn been leggen behalve van u, Achilles, maar met hen; _ zelfs aangezien wij brengen omhoog samen in uw eigen huis, hoe laat Menoetius brengen me aan u als een kind van Opoeis omdat door een droevig wrok IK hebben doden de zoon van Amphidamas- niet van vastgesteld doel, maar in kinderachtig ruzie over de dobbelen. _ de ridder Peleus nemen me in zijn huis, entreated me vriendelijk, en noemen me te uw squire; _ daarom laten ons been liggen in maar een enig urn, de twee-be*handelen gouden vaas geven aan u door uw moeder.“

_ en Achilles antwoorden, „waarom, waar hart, u komen hither te leggen deze last op me? _ van mijn eigen zelf doen allen aangezien u hebben bieden me. _ trekken dicht aan me, laten ons weer eens werpen ons wapen rond elkaar, en vinden droevig comfort in de delen van ons verdriet.“

_ hij openen zijn wapen naar hem aangezien hij spreken en hebben clasped hem in hen, maar daar niets, en de geest verdwijnen als een damp, gibbering en jammeren in de aarde. _ Achilles op:springen aan zijn voet, smote zijn twee hand, en maken klaagzang zeggen, „van een waarheid zelfs in de huis van Hades daar spook en spoor dat hebben geen leven in hen; _ de hele nacht de droevig geest van Patroclus hebben hangen boven maken piteous gekreun, ver*tellen me wat IK te doen voor hem, en kijken wondrously als zich.“

_ dus hij spreken en zijn woord plaatsen hen allen huilen en rouwen over de slecht stom doden, tot rooskleurig-fingered morn ver*schijnen. _ dan koning Agamemnon ver*zenden mens en muilezel van alle deel van de kamp, te brengen hout, en Meriones, squire aan Idomeneus, verantwoordelijk over hen. _ zij uit:gaan met woodmen as en sterk kabel in hun hand, en vóór hen gaan de muilezel. _ op heuvel en beneden dale zij gaan, door recht manier en bochtig, en wanneer zij be*reiken de hoogte van veel-fountained Ida, zij leggen hun as aan de wortel van veel een lang ver*takken eik dat komen donderen neer aangezien zij felled het. _ zij verdelen de boom en binden hen achter de muilezel, dat toen wended hun manier aangezien zij beste kunnen door de dik kreupelhout op de vlakte. _ allen die hebben scherp hout dragen logboek, voor zodat Meriones squire aan Idomeneus hebben bieden hen, en zij werpen hen neer in een lijn op de seashore bij de plaats waar Achilles maken een machtig monument voor Patroclus en voor zich.

_ wanneer zij hebben werpen onderaan hun groot logboek van hout over de geheel grond, zij blijven allemaal waar zij, maar Achilles opdracht geven zijn moedig Myrmidons aan gird op hun pantser, en te in:spannen elk mens zijn paard; _ zij daarom toe:nemen, girded op hun pantser en op:zetten elk zijn blokkenwagen zij en hun charioteers met hen. _ de blokkenwagen gaan vóór, en zij dat te voet volgen als een wolk in hun tientallen van duizenden daarna. _ in de midden van hen zijn kameraad dragen Patroclus en be*handelen hem met de slot van hun haar dat zij af:snijden en werpen op zijn lichaam. _ het laatst komen Achilles met zijn hoofd buigen voor verdriet, zo edel een kameraad hij nemen aan de huis van Hades.

_ wanneer zij komen aan de plaats van dat Achilles hebben ver*tellen hen zij leggen de lichaam neer en op:bouwen de hout. _ Achilles toen bethought hem van een ander kwestie. _ hij gaan een ruimte vanaf de pyre, en af:snijden de geel slot dat hij hebben laten kweken voor de rivier Spercheius. _ hij kijken allen sorrowfully uit op de donker overzees, en zeggen, „Spercheius, vergeefs doen mijn vader Peleus gelofte aan u dat wanneer IK terug:keren huis aan mijn houden inheems land IK moeten af:snijden dit slot en aan:bieden u een heilig hecatomb; _ vijftig zij-geit I te offeren aan u daar bij uw lente, waar uw bosje en uw altaar geurig met branden-dienstenaanbod. _ dus doen mijn vader gelofte, maar u hebben niet ver*vullen zijn gebed; _ nu, daarom, dat IK zien mijn huis niet meer, IK geven dit slot als een keepsake aan de held Patroclus.“

_ aangezien hij spreken hij plaatsen de slot in de hand van zijn beste kameraad, en allen die be*vinden langs vullen met verlangen en klaagzang. _ de zon hebben gaan neer op hun rouwen hebben niet Achilles weldra zeggen aan Agamemnon, „zoon van Atreus, voor het aan u dat de mensen geven oor, daar een tijd te rouwen en een tijd te op:houden van rouwen; _ bieden de mensen nu ver*laten de pyre en plaatsen over krijgen hun diner: _ wij, aan die de doden beste, zien aan wat willen hier, en laten de ander prins ook blijven door me.“

_ wanneer koning Agamemnon horen dit hij ver*werpen de mensen aan hun schip, maar die die over de volkomen op:hopen omhoog hout en bouwen een pyre een honderd voet dit manier en dat; _ dan zij leggen de doden allen sorrowfully op de bovenkant van het. _ zij flayed en kleden veel vet schaap en os vóór de pyre, en Achilles nemen vet van allemaal en ver*pakken de lichaam daarin van hoofd aan voet, op:hopen de flayed karkas alle ronde het. _ tegen de bier hij leunen twee-be*handelen kruik van honing en unguents; _ vier trots paard hij toen gieten op de pyre, kreunen de tijdje hij doen zo. _ de dood held hebben hebben huis-hond; _ twee van hen doen Achilles doden en werpen op de pyre; _ hij ook zetten twaalf moedig zoon van edel Trojans aan de zwaard en leggen hen met de rest, want hij volledig van bitterheid en woede. _ dan hij be*gaan allen aan de resistless en verslinden kunnen van de brand; _ hij kreunen hardop en callid op zijn dood kameraad door naam. _ „vervoerprijs goed,“ hij schreeuwen, „Patroclus, zelfs in de huis van Hades; _ IK nu doen al dat IK hebben be*loven u. _ twaalf moedig zoon van edel Trojans de vlam verbruiken samen met zich, maar hond, niet brand, verslinden de vlees van Hector zoon van Priam.“

_ dus hij vaunt, maar de hond komen niet over de lichaam van Hector, want Jove dochter Venus houden hen van hem nacht en dag, en anointed hem met ambrozijnen olie van roos dat zijn vlees kunnen niet scheuren wanneer Achilles slepen hem ongeveer. _ Phoebus Apollo bovendien ver*zenden een donker wolk van hemel aan aarde, dat geven schaduw aan de geheel plaats waar Hector leggen, dat de hitte van de zon kunnen niet uit:drogen zijn lichaam.

_ nu de pyre over dood Patroclus niet ont*steken. _ Achilles daarom bethought hem van een ander kwestie; _ hij gaan apart en bidden aan de twee wind Boreas en Zephyrus de gelofte doen hen goodly dienstenaanbod. _ hij maken hen veel drank-dienstenaanbod van de gouden kop en smeken hen te komen en helpen hem dat de hout kunnen maken haast te ont*steken en de dood lijk verbruiken. _ vloot iris horen hem bidden en ver*trekken te halen de wind. _ zij houden hoog feest in de huis van heftig Zephyrus wanneer iris komen lanceren aan de steen drempel van de huis en be*vinden daar, maar zodra zij plaatsen oog op haar zij allen komen naar haar en elk van hen roepen haar aan hem, maar iris niet zitten neer. _ „IK niet kunnen blijven,“ zij zeggen, „IK moeten terug:gaan aan de stroom van Oceanus en de land van de Ethiopiër die aan:bieden hecatombs aan de immortals, en IK hebben mijn aandeel; _ maar Achilles bidden dat Boreas en schril Zephyrus komen aan hem, en hij de gelofte doen hen goodly dienstenaanbod; _ hij hebben u blazen op de pyre van Patroclus voor die alle de Achaeans be*treuren.“

_ met dit zij ver*laten hen, en de twee wind toe:nemen met een schreeuw dat huren de lucht en vegen de wolk vóór hen. _ zij blazen en tot zij komen aan de overzees, en de golf toe:nemen hoog onder hen, maar wanneer zij be*reiken Troy zij vallen op de pyre tot de machtig vlam brullen onder de ontploffing dat zij blazen. _ de hele nacht zij blazen hard en slaan op de brand, en de hele nacht doen Achilles greep zijn dubbel kop, trekken wijn van een mixing-kom van goud, en ver*zoeken de geest van dood Patroclus aangezien hij gieten het op de grond tot de aarde door*weken. _ aangezien een vader rouwen wanneer hij branden de been van zijn bruidegom zoon wiens dood hebben wringen de hart van zijn ouder, maar toch doen Achilles rouwen terwijl branden de lichaam van zijn kameraad, af:passen om de bier met piteous kreunen en klaagzang.

_ uitvoerig aangezien de ochtend ster beginnen te aan:kondigen de licht dat saffraan-be*dekken dagen spoedig te be*dekken over de overzees, de vlam vallen en de brand beginnen te sterven. _ de wind toen gaan naar huis voorbij de Thracian overzees, dat brullen en koken aangezien zij vegen over het. _ de zoon van Peleus nu draaien vanaf de pyre en be*palen, over*winnen met zware arbeid, tot hij vallen in een zoet sluimer. _ weldra zij die over de zoon van Atreus trekken dichtbij in een lichaam, en op:wekken hem met de lawaai en landloper van hun komen. _ hij zitten rechtop en zeggen, „zoon van Atreus, en alle ander prins van de Achaeans, eerst gieten rood wijn overal op de brand en doven het; _ laten ons toen verzamelen de been van Patroclus zoon van Menoetius, uit:kiezen hen uit met zorg; _ zij gemakkelijk vinden, want zij liggen in het midden van de pyre, terwijl al de rest, zowel mens en paard, hebben werpen in een hoop en branden bij de buiten rand. _ wij leggen de been in een gouden urn, in twee laag van vet, tegen de tijd wanneer IK zelf gaan neer in de huis van Hades. _ zoals voor de kruiwagen, arbeid niet te op:heffen een groot nu, maar zoals redelijk. _ daarna, laten die Achaeans die kunnen ver*laten bij de schip wanneer IK gaan, bouwen het zowel breed en hoogte.“

_ dus hij spreken en zij uit:voeren de woord van de zoon van Peleus. _ eerst zij gieten rood wijn op de dik laag van as en doven de brand. _ met veel scheur zij uit:kiezen de witten been van hun houden kameraad en leggen hen binnen een gouden urn in twee laag van vet: _ zij toen be*handelen de urn met een linnen doek en nemen het binnen de tent. _ zij merken van de cirkel waar de kruiwagen moeten, maken een stichting voor het over de pyre, en onmiddellijk op:hopen omhoog de aarde. _ wanneer zij hebben zo op:heffen een hoop zij gaan weg, maar Achilles blijven de mensen en maken hen zitten in assemblage. _ hij brengen prijs van de schip-ketel, driepoot, paard en muilezel, edel os, vrouw met eerlijk gordel, en swart ijzer.

_ de eerste prijs hij aan:bieden voor de blokkenwagen ras een vrouw bekwaam in alle nuttig kunst, en een three-legged ketel dat hebben oor voor handvat, en houden tweeëntwintig maatregel. _ dit voor de mens die komen binnen eerst. _ voor de tweede daar een van zes jaar - oud merrie, ongebroken, en in foal aan een hij-ezel; _ de derde te hebben een goodly ketel dat hebben nooit nog op de brand; _ het nog helder zoals wanneer het ver*laten de maker, en houden vier maatregel. _ de vierde prijs twee talent van goud, en de vijfde een twee-be*handelen urn tot hiertoe unsoiled door rook. _ dan hij be*vinden omhoog en spreken onder de Argives zeggen

_ „zoon van Atreus, en alle ander Achaeans, deze de prijs dat liggen wachten de winnaar van de blokkenwagen ras. _ bij een ander tijd IK moeten dragen van de eerste prijs en nemen het aan mijn eigen tent; _ u kennen hoe ver mijn steeds uit:blinken alle andere want zij onsterfelijk; _ Neptunus geven hen aan mijn vader Peleus, die in zijn draai geven hen aan mij; _ maar IK houden op een afstand, I en mijn steeds dat hebben verliezen hun moedig en vriendelijk bestuurder, die veel een tijd hebben wassen hen in duidelijk water en anointed hun manen met olie. _ zien hoe zij be*vinden huilen hier, met hun manen slepen ter plaatse in de uiterste van hun verdriet. _ maar doen u andere plaatsen zich in orde door de gastheer, whosoever hebben vertrouwen in zijn paard en in de sterkte van zijn blokkenwagen.“

_ dus spreken de zoon van Peleus en de bestuurder van blokkenwagen bestirred zich. _ eerst onder hen alle uprose Eumelus, koning van mens, zoon van Admetus, een mens uitstekend in horsemanship. _ naast hem toe:nemen machtig Diomed zoon van Tydeus; _ hij in:spannen de Trojan paard dat hij hebben nemen van Aeneas, wanneer Apollo dragen hem uit de strijd. _ naast hem, geel-haired Menelaus zoon van Atreus toe:nemen en in:spannen zijn vloot paard, Agamemnon merrie Aethe, en zijn eigen paard Podargus. _ de merrie hebben geven aan Agamemnon door echepolus zoon van Anchises, dat hij kunnen niet moeten volgen hem aan Ilius, maar kunnen blijven thuis en nemen zijn gemak; _ want Jove hebben begiftigen hem met groot rijkdom en hij leven in ruim Sicyon. _ dit merrie, allen enthousiast voor de ras, doen Menelaus zetten onder de juk.

_ vierde in orde Antilochus, zoon aan edel Nestor zoon van Neleus, maken klaar zijn paard. _ deze kweken in Pylos, en zijn vader komen tot hem te geven hem goed raad van dat, nochtans, hij be*vinden in maar weinig behoefte. _ „Antilochus,“ zeggen Nestor, „u jong, maar Jove en Neptunus hebben houden u goed, en hebben maken u een uitstekend horseman. _ IK ver*eisen niet daarom zeggen veel als instructie. _ u bekwaam bij rijden uw paard om de post, maar de paard zelf zeer langzaam, en het dit dat, IK vrezen, in de war brengen uw kans. _ de ander bestuurder kennen minder dan u, maar hun paard fleeter; _ daarom, mijn beste zoon, zien als u niet kunnen raken op sommige artifice waardoor u kunnen verzekeren dat de prijs niet uit:glijden door uw vinger. _ de woodman doen meer door vaardigheid dan door geweld; _ door vaardigheid de proef gids zijn storm-tossed barque over de overzees, en zo door vaardigheid één bestuurder kunnen slaan andere. _ als een mens gaan wijd in rond maken dit manier en dat, terwijl een mens die kennen wat hij doen kunnen hebben slechter paard, maar hij houden hen goed ter beschikking wanneer hij zien de ver*dubbelen-post; _ hij kennen de nauwkeurig ogenblik bij dat te trekken de teugel, en houden zijn oog goed op de mens voor hem. _ IK geven u dit bepaald teken dat niet kunnen ont*snappen uw bericht. _ daar een stomp van een dood boom-eik of pijnboom aangezien het kunnen sommige zes voet boven de grond, en nog niet rotten weg door regen; _ het be*vinden bij de vork van de weg; _ het hebben twee wit steen plaatsen op elk kant, en daar een duidelijk cursus alle ronde het. _ het kunnen hebben een monument aan iemand sinds lang volkomen, of het kunnen hebben gebruiken als een ver*dubbelen-post in dag gaan langs; _ nu, nochtans, het hebben be*vestigen door Achilles als de teken ronde dat de blokkenwagen draaien; _ koesteren het zo dicht aangezien u kunnen, maar aangezien u be*vinden in uw blokkenwagen helling over een weinig aan de linkerzijde; _ drang op uw rechts paard met stem en zweep, en geven hem een los teugel, maar laten de linker paard houden zo dicht binnen, dat de nave van uw wiel bijna weiden de post; _ maar letten de steen, of u ver*wonden uw paard en breken uw blokkenwagen in stuk, dat sport voor andere maar verwarring voor zich. _ daarom, mijn beste zoon, mening goed wat u over, voor als u kunnen eerste te rond maken de post daar geen kans van om het even wie geven u de goby laat, niet alhoewel u hebben Adrestus paard Arion achter u paard dat van goddelijk ras of die van Laomedon, dat de edel in dit land.“

_ wanneer Nestor hebben maken een eind van adviseren zijn zoon hij zitten neer in zijn plaats, en vijfde in orde Meriones krijgen klaar zijn paard. _ zij toen allen op:zetten hun blokkenwagen en gieten partij._ - Achilles schudden de helm, en de partij van Antilochus zoon van Nestor vallen uit eerst; _ daarna komen dat van koning Eumelus, en na zijn, die van Menelaus zoon van Atreus en van Meriones. _ de laatste plaats vallen aan de partij van Diomed zoon van Tydeus, die de best mens van hen allen. _ zij nemen hun plaats in lijn; _ Achilles tonen hen de ver*dubbelen-post ronde dat zij te draaien, sommige manier van op de vlakte; _ hier hij plaatsen zijn vader aanhanger Phoenix als umpire, te nota nemen de in werking stellen, en rapport echt.

_ bij de zelfde moment zij allemaal geselen hun paard, slaan hen met de teugel, en schreeuwen bij hen met alle hun kunnen. _ zij vliegen volledig snelheid over de vlakte vanaf de schip, de stof toe:nemen van onder hen aangezien het een wolk of whirlwind, en hun manen allen vliegen in de wind. _ bij één ogenblik de blokkenwagen schijnen te raken de grond, en toen opnieuw zij begrensd in de lucht; _ de bestuurder be*vinden op:richten, en hun hart slaan snel en woedend in hun verlangen van overwinning. _ elk houden uit:nodigen zijn paard, en de paard schuren de vlakte amid de wolk van stof dat zij op:heffen.

_ het wanneer zij doen de laatste deel van de cursus op hun manier rug naar de overzees dat hun tempo spannen aan de uiterste en het zien wat elk kunnen doen. _ de paard van de nakomeling van Pheres nu nemen de lood, en sluiten achter hen komen de Trojan stallions van Diomed. _ zij schijnen alsof ongeveer te op:zetten Eumelus blokkenwagen, en hij kunnen voelen hun warm adem op zijn rug en op zijn breed schouder, voor hun hoofd dicht bij hem aangezien zij vliegen over de cursus. _ Diomed hebben nu over:gaan hem, of daar hebben een dood hitte, maar Phoebus Apollo aan wrok hem maken hem laten vallen van hem ranselen. _ scheur van woede vallen van zijn oog aangezien hij zien de merrie gaan op snel dan ooit, terwijl zijn eigen paard verliezen grond door zijn hebben geen ranselen. _ Minerva zien de truc dat Apollo hebben spelen de zoon van Tydeus, zodat zij brengen hem van hem ranselen en zetten geest in zijn paard; _ bovendien zij gaan na de zoon van Admetus in een woede en breken zijn juk voor hem; _ de merrie gaan één aan één kant de cursus, en de andere aan de andere, en de pool breken tegen de grond. _ Eumelus werpen van zijn blokkenwagen dicht bij de wiel; _ zijn elleboog, mond, en neusgat allen scheuren, en zijn voorhoofd kneuzen boven zijn wenkbrauw; _ zijn oog vullen met scheur en hij kunnen vinden geen uiting. _ maar de zoon van Tydeus draaien zijn paard opzij en ont*spruiten ver vooruit, voor Minerva zetten vers sterkte in hen en be*handelen Diomed zelf met glorie.

_ Menelaus zoon van Atreus komen daarna achter hem, maar Antilochus roepen aan zijn vader paard. _ „met u allebei,“ hij schreeuwen, „en doen uw zeer uiterst. _ IK niet bieden u proberen te slaan de steeds van de zoon van Tydeus, want Minerva hebben zetten in werking stellen in hen, en hebben be*handelen Diomed met glorie; _ maar u moeten over*vallen de paard van de zoon van Atreus en niet ver*laten erachter, of Aethe die zodat vloot taunt u. _ waarom, mijn goed kameraad, u bekleding? _ IK ver*tellen u, en het zeker Nestor houden geen van beiden van u, maar zetten allebei van u aan de zwaard, als wij winnen om het even welk de slechter een prijs door uw achteloosheid, vliegen na hen bij uw uiterst snelheid; _ IK raken op een plan voor over:gaan hen in een smal deel van de manier, en het niet ont*breken me.“

_ zij vrezen de berisping van hun meester, en voor een kort ruimte gaan snel. _ weldra Antilochus zien een smal plaats waar de weg hebben dalen. _ de grond breken, want de winter regen hebben verzamelen en hebben dragen de weg zodat de geheel plaats verdiepen. _ Menelaus maken naar het om krijgen daar eerst, voor vrees van een vuil, maar Antilochus draaien zijn paard uit de manier, en volgen hem een weinig op één kant. _ de zoon van Atreus bang en schreeuwen uit, „Antilochus, u drijven recklessly; _ teugel in uw paard; _ de weg ook smal hier, het breed spoedig, en u kunnen over:gaan me toen; _ als u bevuilen mijn blokkenwagen u kunnen brengen allebei van ons aan een ellende.“

_ maar Antilochus be*oefenen van hem ranselen, en drijven snel, alsof hij hebben niet horen hem. _ zij gaan zij aan zij voor ongeveer voor zover een jong mens kunnen slingeren een schijf van zijn schouder wanneer hij proberen zijn sterkte, en toen Menelaus merrie trekken erachter, want hij ver*laten van drijven voor vrees de paard moeten bevuilen elkaar en ver*storen de blokkenwagen; _ dus, terwijl drukken in zoektocht van overwinning, zij kunnen allebei komen headlong aan de grond. _ Menelaus toen ver*wijten Antilochus en zeggen, „daar geen groot trickster leven dan u; _ gaan, en slecht pech gaan met u; _ de Achaeans zeggen niet goed dat u hebben be*grijpen, en komen wat kunnen u niet dragen weg de prijs zonder zweren protest op mijn deel.“

_ dan hij uit:nodigen zijn paard en zeggen aan hen, „houden uw tempo, en ver*minderen niet; _ de lidmaat van de ander paard vermoeien spoedig dan van u, want zij geen van beiden van hen jong.“

_ de paard vrezen de berisping van hun meester, en gaan snel, zodat zij spoedig bijna omhoog met de andere.

_ ondertussen de Achaeans van hun zetel letten hoe de paard gaan, aangezien zij schuren de vlakte amid wolk van hun eigen stof. _ Idomeneus kapitein van de Cretans eerste te maken uit de in werking stellen, want hij niet in de dik van de menigte, maar be*vinden op de het meest bevelen deel van de grond. _ de bestuurder nog lang niet bereikt, maar Idomeneus kunnen horen hem schreeuwen, en kunnen zien de belangrijkste paard vrij ronduit een kastanje met een rond wit ster, als de maan, op zijn voorhoofd. _ hij be*vinden omhoog en zeggen onder de Argives, „mijn vriend, prins en adviseur van de Argives, kunnen u zien de in werking stellen evenals IK kunnen? _ daar schijnen te een ander paar in voorzijde nu, en een ander bestuurder; _ die dat leiden weg bij de begin moeten hebben onbruikbaar maken uit op de vlakte. _ IK zien hen eerst maken hun manier om de ver*dubbelen-post, maar nu, niettemin IK zoeken de vlakte van Troy, IK niet kunnen vinden hen. _ misschien de teugel vallen van de bestuurder hand zodat hij verliezen bevel van zijn paard bij de ver*dubbelen-post, en kunnen niet draaien het. _ IK veronder*stellen hij moeten hebben werpen uit daar, en breken zijn blokkenwagen, terwijl zijn merrie hebben ver*laten de cursus en gaan weg wild in een paniek. _ komen omhoog en zien voor zich, IK niet kunnen maken uit voor bepaald, maar de bestuurder schijnen een Aetolian door afdaling, heerser over de Argives, moedig Diomed de zoon van Tydeus.“

_ Ajax de zoon van Oileus nemen hem omhoog ruw en zeggen, „Idomeneus, waarom moeten u in zulk een haast te ver*tellen ons allen over het, wanneer de merrie nog tot dusver uit op de vlakte? _ u niets van de jong, noch uw oog niets van de scherp, maar u altijd be*palen de wet. _ u hebben geen recht te doen zo, voor daar beter mens hier dan u. _ Eumelus paard in voorzijde nu, aangezien zij altijd hebben, en hij op de blokkenwagen houden de teugel.“

_ de kapitein van de Cretans boos, en antwoorden, „Ajax u een uitstekend railer, maar u hebben geen oordeel, en willen in veel anders eveneens, want u hebben een verachtelijk bui. _ IK wager u een driepoot of ketel, en Agamemnon zoon van Atreus beslissen wiens paard eerste. _ u toen kennen aan uw kosten.“

_ Ajax zoon van Oileus voor maken hem een boos antwoord, en daar hebben nog verder op de vuist gaan tussen hen, hebben niet Achilles toe:nemen in zijn plaats en zeggen, „op:houden uw traliewerk Ajax en Idomeneus; _ het niet u scandalised als u zien om het even wie anders doen dergelijke: _ zitten neer en houden uw oog op de paard; _ zij ver*zenden naar de winnen-post en bere direct. _ u toen allebei van u kennen wiens paard eerste, en van wie komen daarna.“

_ aangezien hij spreken, de zoon van Tydeus komen drijven binnen, be*oefenen van hem ranselen lustily van zijn schouder, en zijn paard stappen hoog aangezien zij vliegen over de cursus. _ de zand en gruis regenen dik op de bestuurder, en de blokkenwagen in:leggen met goud en tin in werking stellen dicht achter zijn vloot paard. _ daar weinig spoor van wiel-teken in de fijn stof, en de paard komen vliegen binnen bij hun uiterst snelheid. _ Diomed blijven hen in het midden van de menigte, en de zweet van hun manen en borst vallen in stroom op de grond. _ onmiddellijk hij op:springen van zijn goodly blokkenwagen, en leunen van hem ranselen tegen zijn paard juk; _ moedig Sthenelus nu verliezen geen tijd, maar meteen brengen op de prijs, en geven de vrouw en de oor-be*handelen ketel aan zijn kameraad te weg:halen. _ dan hij unyoked de paard.

_ daarna na hem komen in Antilochus van de ras van Neleus, die hebben over:gaan Menelaus door een truc en niet door de fleetness van zijn paard; _ maar maar toch Menelaus komen binnen zo dicht achter hem aangezien de wiel aan de paard dat trekken zowel de blokkenwagen en zijn meester. _ de eind haar van een paard staart raken de band van de wiel, en daar nooit veel ruimte tussen wiel en paard wanneer de blokkenwagen gaan; _ Menelaus geen verder dan dit achter Antilochus, hoewel eerst hij hebben een volledig schijf werpen achter hem. _ hij hebben spoedig vangen hem omhoog opnieuw, voor Agamemnon merrie Aethe houden trekken sterk en sterk, zodat als de cursus hebben lang hij hebben over:gaan hem, en daar niet zelfs hebben een dood hitte. _ Idomeneus moedig squire Meriones over een spear gieten achter Menelaus. _ zijn paard langzaam van allen, en hij de slecht bestuurder. _ duren van hen allen komen de zoon van Admetus, slepen zijn blokkenwagen en drijven zijn paard in voorzijde. _ wanneer Achilles zien hem hij droevig, en be*vinden omhoog onder de Argives zeggen, „de best mens komen in laatste. _ laten ons geven hem een prijs want het redelijk. _ hij hebben de tweede, maar de eerste moeten gaan aan de zoon van Tydeus.“

_ dus hij spreken en de andere allemaal toe:juichen zijn zeggen, en voor doen aangezien hij hebben zeggen, maar Nestor zoon Antilochus be*vinden omhoog en eisen zijn recht van de zoon van Peleus. _ „Achilles,“ zeggen hij, „IK nemen het veel verkeerd als u doen dit ding; _ u roven me van mijn prijs, omdat u denken Eumelus blokkenwagen en paard werpen uit, en zelf ook, goed mens dat hij. _ hij moeten hebben bidden behoorlijk aan de immortals; _ hij niet hebben komen in snel als hij hebben doen zo. _ als u droevig voor hem en zo kiezen, u hebben veel goud in uw tent, met brons, schaap, vee en paard. _ nemen iets van dit opslag als u hebben de Achaeans spreken goed van u, en geven hem een beter prijs zelfs dan dat dat u hebben nu aan:bieden; _ maar IK niet op:geven de merrie, en hij dat be*strijden me voor haar, laten hem komen.“

_ Achilles glimlachen aangezien hij horen dit, en pleased met Antilochus, die één van zijn beste kameraad. _ zo hij zeggen

_ „Antilochus, als u hebben me vinden Eumelus een ander prijs, IK geven hem de brons breastplate met een rand van tin in werking stellen alle ronde het welk IK nemen van Asteropaeus. _ het de moeite waard veel geld aan hem.“

_ hij bieden zijn kameraad Automedon brengen de breastplate van zijn tent, en hij doen zo. _ Achilles toen geven het over aan Eumelus, die ont*vangen het graag.

_ maar Menelaus krijgen omhoog in een woede, woedend boos met Antilochus. _ een bediende plaatsen zijn personeel in zijn hand en bieden de Argives houden stilte: _ de held toen richten hen. _ „Antilochus,“ zeggen hij, „wat dit van u die hebben tot dusver onschuldig? _ u hebben maken me snijden een slecht cijfer en baulked mijn paard door gooien uw voor hen, hoewel van u veel slechter dan mijn; _ daarom, o prins en adviseur van de Argives, rechter tussen ons en tonen geen gunst, tenzij één van de Achaeans zeggen, „Menelaus hebben de merrie door liggen en corruptie; _ zijn paard ver inferieur aan Antilochus, maar hij hebben groot gewicht en invloed.“ _ Nay, IK be*palen de kwestie zelf, en geen mens beschuldigen me, want IK doen wat enkel. _ komen hier, Antilochus, en tribune, aangezien ons douane, ranselen ter beschikking vóór uw blokkenwagen en paard; _ leggen uw hand op uw steeds, en zweren door aarde-om*ringen Neptunus dat u niet met opzet en guilefully krijgen in de manier van mijn paard. „

_ en Antilochus antwoorden, „ver*geven me; _ IK veel jong, koning Menelaus, dan u; _ u be*vinden hoog dan IK doen en de beter mens van de twee; _ u kennen hoe gemakkelijk jong mens ver*raden in indiscretion; _ hun aan:maken meer haastig en zij hebben minder oordeel; _ maken gepast toelage daarom, en dragen met me; _ IK van mijn eigen overeenstemming op:geven de merrie dat IK hebben winnen, en als u eisen om het even welk verder goed van mijn eigen bezit, IK eerder op:brengen het aan u, meteen, dan daling van uw goed ver*eren voortaan, en schaden in de gezicht van hemel.“

_ de zoon van Nestor toen nemen de merrie en geven haar over aan Menelaus, wiens woede zo kalmeren; _ zoals wanneer dauw daling op een gebied van rijpen graan, en de land overeind zetten met de oogst maar toch, o Menelaus, uw hart maken blij binnen u. _ hij draaien aan Antilochus en zeggen, „nu, Antilochus, boos hoewel IK hebben, IK kunnen uiting geven aan u van mijn eigen vrij; _ u hebben nooit headstrong noch kwaadgezind tot nu toe, maar dit tijd uw jeugd hebben de beter van uw oordeel; _ zorgvuldig hoe u outwit uw verbeteren voortaan; _ niemand anders kunnen hebben brengen me om zo gemakkelijk, maar uw goed vader, uw broer, en zelf hebben iedereen hebben oneindig probleem op mijn naam; _ IK daarom op:brengen aan uw entreaty, en op:geven de merrie aan u, mijn hoewel het inderdaad; _ de mensen zo zien dat IK noch ruw noch vindictive.“

_ met dit hij geven de merrie over aan Antilochus kameraad Noemon, en toen nemen de ketel. _ Meriones, die hebben komen in vierde, dragen van de twee talent van goud, en de vijfde prijs, de twee-be*handelen urn, unawarded, Achilles geven het aan Nestor, uit:gaan aan hem onder de assembleren Argives en zeggen, „nemen dit, mijn goed oud vriend, als een erfgoed en gedenkteken van de begrafenis van Patroclus- voor u zien hem niet meer onder de Argives. _ IK geven u dit prijs hoewel u niet kunnen winnen; _ u kunnen nu noch worstelen noch be*strijden, en niet kunnen binnen:gaan voor de javelin-gelijke noch voet-ras, want de hand van leeftijd hebben leggen zwaar op u.“

_ zo zeggen hij geven de urn over aan Nestor, die ont*vangen het graag en antwoorden, „mijn zoon, dat alles u hebben zeggen waar; _ daar geen sterkte nu in mijn been en voet, noch kunnen IK raken uit met mijn hand van één van beide schouder. _ dat IK nog jong en sterk zoals wanneer de Epeans be*graven koning Amarynceus in Buprasium, en zijn zoon aan:bieden prijs in zijn eer. _ daar toen niets dat kunnen vie met me geen van beiden van de Epeans noch de Pylians zelf noch de Aetolians. _ in in dozen doen IK over*winnen Clytomedes zoon van Enops, en in worstelen, Ancaeus van Pleuron die hebben komen vooruit tegen me. _ Iphiclus een goed agent, maar IK slaan hem, en werpen verder met mijn spear dan of Phyleus of Polydorus. _ in blokkenwagen-rennen alleen doen de twee zoon van acteur over*treffen me door over*bevolken hun paard voor me, want zij boos bij de manier overwinning hebben gaan, en bij de groot deel van de prijs blijven in de plaats waarin zij hebben aan:bieden. _ zij tweeling, en de houden op houden de teugel, en houden de teugel, terwijl de andere be*oefenen de ranselen. _ zulke I toen, maar nu IK moeten ver*laten deze kwestie aan jong mens; _ IK moeten buigen vóór de gewicht van jaar, maar in die dag IK eminent onder held. _ en nu, heer, gaan met de begrafenis wedstrijd ter ere van uw kameraad: _ graag IK goed:keuren dit urn, en mijn hart verheugen dat u niet vergeten me maar ooit bedachtzaam van mijn goodwill naar u, en van de eerbied gepast aan me van de Achaeans. _ voor allen dat kunnen de gunst van hemel vouchsafed u in groot overvloed.“

_ daarop de zoon van Peleus, wanneer hij hebben luisteren aan alle de dank van Nestor, gaan ongeveer onder de concourse van de Achaeans, en weldra aan:bieden prijs voor vaardigheid in de pijnlijk kunst van in dozen doen. _ hij brengen uit een sterk muilezel, en maken het snel in het midden van de menigte een zij-muilezel nooit nog breken, maar zes jaar oud wanneer het hard van allen te breken hen: _ dit voor de victor, en voor de over*winnen hij aan:bieden een dubbel kop. _ dan hij be*vinden omhoog en zeggen onder de Argives, „zoon van Atreus, en alle ander Achaeans, IK uit:nodigen ons twee kampioen boxers te leggen over hen lustily en concurreren voor deze prijs. _ hij aan wie Apollo vouchsafes de groot duurzaamheid, en wie de Achaeans er*kennen als victor, nemen de muilezel terug met hem aan zijn eigen tent, terwijl hij dat over*winnen hebben de dubbel kop.“

_ aangezien hij spreken daar be*vinden omhoog een kampioen zowel moedig en groot gestalte, een bekwaam boxer, Epeus, zoon van Panopeus. _ hij leggen zijn hand op de muilezel en zeggen, „laten de mens die te hebben de kop komen hither, voor niets maar zelf nemen de muilezel. _ IK de best boxer van allen hier voor:stellen, en niets kunnen slaan me. _ het niet genoeg dat IK moeten te kort schieten van u in daadwerkelijk be*strijden? _ nog, geen mens kunnen goed bij alles. _ IK ver*tellen u ronduit, en het komen waar; _ als om het even welk mens in dozen doen met me IK kneuzen zijn lichaam en breken zijn been; _ daarom laten zijn vriend verblijf hier in een lichaam en dichtbij te nemen hem weg wanneer IK hebben doen met hem.“

_ zij allen houden hun vrede, en geen mens toe:nemen behalve Euryalus zoon van Mecisteus, die zoon van Talaus. _ Mecisteus gaan eens aan Thebes na de daling van Oedipus, te aanwezig zijn begrafenis, en hij slaan alle de mensen van Cadmus. _ de zoon van Tydeus Euryalus tweede, cheering hem en hopen heartily dat hij winnen. _ eerst hij zetten een waistband om hem en toen hij geven hem sommige goed-besnoeiing thongs van ox-hide; _ de twee mens nu girt gaan in de midden van de ring, en onmiddellijk vallen aan; _ zwaar inderdaad zij straffen elkaar en leggen over hen met hun gespierd vuist. _ kunnen horen de horrid verpletteren van hun kaak, en zij zweten van elk porie van hun huid. _ weldra Epeus komen en geven Euryalus een slag op de kaak aangezien hij kijken rond; _ Euryalus kunnen niet houden zijn been; _ zij uiting geven onder hem in een ogenblik en hij op:springen omhoog met een binden, aangezien een vis springen in de lucht dichtbij sommige kust dat alle bestrewn met overzees-wrack, wanneer Boreas bont de bovenkant van de golf, en toen vallen terug in diep water. _ maar edel Epeus vangen greep van hem en op:heffen hem omhoog; _ zijn kameraad ook komen om hem en leiden hem van de ring, onvast in zijn gait, zijn hoofd hangen op één kant, en spugen groot klonter van meridiaanvlak. _ zij plaatsen hem neer in een swoon en toen gaan te halen de dubbel kop.

_ de zoon van Peleus nu brengen uit de prijs voor de derde wedstrijd en tonen hen aan de Argives. _ deze voor de pijnlijk kunst van worstelen. _ voor de winnaar daar een groot driepoot klaar voor plaatsen op de brand, en de Achaeans taxeren het onder zich bij twaalf os. _ voor de verliezer hij brengen uit een vrouw bekwaam in alle manier van kunst, en zij taxeren haar bij vier os. _ hij toe:nemen en zeggen onder de Argives, „tribune vooruit, u die proberen dit wedstrijd.“

_ onmiddellijk uprose groot Ajax de zoon van Telamon, en geslepen Ulysses, volledig van wiles toe:nemen ook. _ de twee girded zich en gaan in de midden van de ring. _ zij grijpen elkaar in hun sterk hand als de dakspar dat sommige hoofd-bouwer kader voor de dak van een hoog huis te houden de wind uit. _ hun backbone barsten aangezien zij trekken bij elkaar met hun machtig wapen en zweet regenen van hen in bergstroom. _ veel een bloedig weal op:springen omhoog op hun kant en schouder, maar zij houden op streven met kunnen en leiding voor overwinning en te winnen de driepoot. _ Ulysses kunnen niet werpen Ajax, noch Ajax hem; _ Ulysses ook sterk voor hem; _ maar wanneer de Achaeans beginnen te ver*moeien van letten hen, Ajax zeggen aan ulysses, „Ulysses, edel zoon van Laertes, u of op:heffen me, of I u, en laten Jove regelen het tussen ons.“

_ hij op:heffen hem van de grond aangezien hij spreken, maar Ulysses niet vergeten zijn sluwheid. _ hij raken Ajax in de holte bij rug van zijn knie, zodat hij kunnen niet houden zijn voet, maar vallen op zijn rug met Ulysses liggen op zijn borst, en allen die zien het verwonderen. _ dan Ulysses beurtelings op:heffen Ajax en be*wegen hem een weinig van de grond maar kunnen niet op:heffen hem net weg het, zijn knie dalen onder hem, en de twee vallen zij aan zij ter plaatse en allen begrimed met stof. _ zij nu op:springen naar elkaar en voor worstelen nog een derde tijd, maar Achilles toe:nemen en blijven hen. _ „zetten niet elkaar verder,“ zeggen hij, „aan dergelijk wreed lijden; _ de overwinning met zowel gelijk, nemen elk van u een gelijk prijs, en laten de ander Achaeans nu concurreren.“

_ dus hij spreken en zij zelfs aangezien hij hebben zeggen, en zetten op hun overhemd opnieuw na af:vegen de stof van van hun lichaam.

_ de zoon van Peleus toen aan:bieden prijs voor snelheid in in werking stellen een mixing-kom prachtig vervaardigd, van zuiver zilver. _ het houden zes maatregel, en ver over*schrijden alle andere in de geheel wereld voor schoonheid; _ het de werk van sluw vakman in Sidon, en hebben brengen in haven door Phoenicians van voorbij de overzees, die hebben maken een heden van het aan Thoas. _ Eueneus zoon van jason hebben geven het aan Patroclus in losgeld van Priam zoon Lycaon, en Achilles nu aan:bieden het als een prijs ter ere van zijn kameraad aan hem die moeten de vlug agent. _ voor de tweede prijs hij aan:bieden een groot os, goed vet:mesten, terwijl voor de laatste daar te half een talent van goud. _ hij toen toe:nemen en zeggen onder de Argives, „tribune vooruit, u die proberen dit wedstrijd.“

_ onmiddellijk uprose vloot Ajax zoon van Oileus, met sluw Ulysses, en Nestor zoon Antilochus, de snel agent onder alle de jeugd van zijn tijd. _ zij be*vinden zij aan zij en Achilles tonen hen de doel. _ de cursus op:stellen voor hen van de beginnen-post, en de zoon van Oileus nemen de lood meteen, met Ulysses zo dicht achter hem aangezien de pendel aan een vrouw boezem wanneer zij werpen de woof over de afwijking en houden het dicht tot haar; _ maar toch dicht achter hem Ulysses- be*treden in zijn voetafdruk alvorens de stof kunnen regelen daar, en Ajax kunnen voelen zijn adem op de rug van zijn hoofd aangezien hij in werking stellen vlug. _ de Achaeans allen schreeuwen applaus aangezien zij zien hem spannen zijn uiterste, en cheered hem aangezien hij ont*spruiten voorbij hen; _ maar wanneer zij nu naderen de eind van de cursus Ulysses bidden binnenwaarts aan Minerva. _ „horen me,“ hij schreeuwen, „en helpen mijn voet, o godin.“ _ dus hij bidden, en Pallas Minerva horen zijn gebed; _ zij maken zijn hand en zijn voet voelen licht, en wanneer de agent op het punt van op:springen op de prijs, Ajax, door Minerva wrok uit:glijden op sommige afval dat liggen daar van de vee dat Achilles hebben slachten ter ere van Patroclus, en zijn mond en neusgat allen vullen met koe mest. _ Ulysses daarom dragen van de mixing-kom, want hij krijgen vóór Ajax en komen binnen eerst. _ maar Ajax nemen de os en be*vinden met zijn hand op één van zijn hoorn, spugen de mest uit zijn mond. _ dan hij zeggen aan de Argives, „helaas, de godin hebben bederven mijn in werking stellen; _ zij letten over Ulysses en be*vinden door hem alsof zij zijn eigen moeder.“ _ dus hij spreken en zij allemaal lachen heartily.

_ Antilochus dragen van de laatste prijs en glimlachen aangezien hij zeggen aan de toeschouwer, „u allen zien, mijn vriend, dat nu ook de god hebben tonen hun eerbied voor anciënniteit. _ Ajax enigszins oud dan IK, en zoals voor Ulysses, hij be*horen aan een vroeg generatie, maar hij hale ondanks zijn jaar, en geen mens van de Achaeans kunnen in werking stellen tegen hem behalve slechts Achilles.“

_ hij zeggen dit te be*talen een compliment aan de zoon van Peleus, en Achilles antwoorden, „Antilochus, u niet hebben prijzen me aan geen doel; _ IK geven u een extra half talent van goud.“ _ hij toen geven de half talent aan Antilochus, die ont*vangen het graag.

_ dan de zoon van Peleus brengen uit de spear, helm en schild dat hebben dragen door Sarpedon, en nemen van hem door Patroclus. _ hij be*vinden omhoog en zeggen onder de Argives, „wij bieden twee kampioen zetten op hun pantser, nemen hun scherp blad, en maken proef van elkaar in aanwezigheid van de massa; _ welke van hen kunnen eerst ver*wonden de vlees van de andere, snijden door zijn pantser, en trekken bloed, aan hem IK geven dit goodly Thracian zwaard in:leggen met zilver, dat IK nemen van Asteropaeus, maar de pantser laten zowel greep in vennootschap, en IK geven elk van hen een hartelijk maaltijd in mijn eigen tent.“

_ onmiddellijk uprose groot Ajax de zoon van Telamon, als ook machtig Diomed zoon van Tydeus. _ wanneer zij hebben zetten op hun pantser elk op zijn eigen kant van de ring, zij allebei gaan in de midden enthousiast te in dienst nemen, en met brand op:vlammen van hun oog. _ de Achaeans verwonderen aangezien zij beheld hen, en wanneer de twee nu dicht omhoog met elkaar, driemaal zij op:springen vooruit en driemaal proberen te slaan elkaar in dicht gevecht. _ Ajax door*dringen Diomed rond schild, maar niet trekken bloed, want de cuirass onder de schild be*schermen hem; _ daarop de zoon van Tydeus van over zijn reusachtig schild houden streven voortdurend bij Ajax hals met de punt van zijn spear, en de Achaeans alarmeren voor zijn veiligheid bieden hen ver*laten van be*strijden en ver*delen de prijs tussen hen. _ Achilles toen geven de groot zwaard aan de zoon van Tydeus, met zijn schede, en de leathern riem met dat te hangen het.

_ Achilles daarna aan:bieden de massief ijzer quoit dat machtig Eetion hebben erewhile gebruiken te slingeren, tot Achilles hebben doden hem en dragen het weg in zijn schip samen met andere bederven. _ hij be*vinden omhoog en zeggen onder de Argives, „tribune vooruit, u die proberen dit wedstrijd. _ hij die winnen het hebben een opslag van ijzer dat duren hem vijf jaar aangezien zij gaan rollen rond, en als zijn eerlijk gebied liggen ver van een stad zijn herder of ploughman niet moeten maken een reis te kopen ijzer, want hij hebben een voorraad van het op zijn eigen gebouw.“

_ dan uprose de twee machtig mens Polypoetes en Leonteus, met Ajax zoon van Telamon en edel Epeus. _ zij be*vinden omhoog na de ander en Epeus nemen de quoit, whirled het, en gooien het van hem, dat plaatsen alle de Achaeans lachen. _ na hem werpen Leonteus van de ras van Mars. _ Ajax zoon van Telamon werpen derde, en ver*zenden de quoit voorbij om het even welk teken dat hebben maken nog, maar wanneer machtig Polypoetes nemen de quoit hij slingeren het alsof het hebben een stockman stok dat hij ver*zenden vliegen ongeveer onder zijn vee wanneer hij drijven hen, tot dusver doen van hem werpen uit-afstand die van de andere. _ allen die zien het brullen applaus, en zijn kameraad dragen de prijs voor hem en plaatsen het aan boord van zijn schip.

_ Achilles daarna aan:bieden een prijs van ijzer voor boogschieten tien tweesnijdend as en tien met enig werveling: _ hij op:zetten een schip mast, sommige manier weg op de zand, en met een fijn koord binden een duif aan het door de voet; _ dit wat zij te streven bij. _ „Whoever,“ hij zeggen, „kunnen raken de duif hebben alle de as en nemen hen weg met hem; _ hij die raken de koord zonder raken de vogel hebben nemen een slechter doel en hebben de enig-scherpen as.“

_ dan uprose koning Teucer, en Meriones de stevig squire van Idomeneus toe:nemen ook, zij gieten partij in een brons helm en de partij van Teucer vallen eerst. _ hij laten vlieg met zijn pijl onmiddellijk, maar hij niet be*loven hecatombs van firstling lam aan koning Apollo, en missen zijn vogel, voor Apollo foiled zijn doel; _ maar hij raken de koord met dat de vogel binden, dichtbij zijn voet; _ de pijl snijden de koord schoon door zodat het hangen neer naar de grond, terwijl de vogel vliegen omhoog in de hemel, en de Achaeans schreeuwen applaus. _ Meriones, die hebben zijn pijl klaar terwijl Teucer streven, weg:rukken de boog uit zijn hand, en meteen be*loven dat hij offeren een hecatomb van firstling lam aan Apollo Lord van de boog; _ dan espying de duif hoog omhoog onder de wolk, hij raken haar in het midden van de vleugel aangezien zij om*cirkelen naar omhoog; _ de pijl gaan schoon door de vleugel en be*vestigen zich in de grond bij Meriones voet, maar de vogel neer:strijken op de schip mast hangen haar hoofd en met alle haar veer neer:hangen; _ de leven uit:gaan van haar, en zij vallen zwaar van de mast. _ Meriones, daarom, nemen alle tien tweesnijdend as, terwijl Teucer dragen van de enig-scherpen degenen aan zijn schip.

_ dan de zoon van Peleus brengen in een spear en een ketel dat hebben nooit op de brand; _ het de moeite waard een os, en achter*volgen met een patroon van bloem; _ en die dat werpen de javelin be*vinden omhoog te weten de zoon van Atreus, koning van mens Agamemnon, en Meriones, stevig squire van Idomeneus. _ maar Achilles spreken zeggen, „zoon van Atreus, wij kennen hoe ver u uit:blinken alle andere zowel in macht en in werpen de javelin; _ nemen de ketel terug met u aan uw schip, maar als het zo tevreden:stellen u, laten ons geven de spear aan Meriones; _ dit minstens wat IK moeten zelf wensen.“

_ koning Agamemnon goed:keuren. _ zo hij geven de brons spear aan Meriones, en overhandigen de goodly ketel aan Talthybius zijn esquire.

_ | _ boek XXII _ | _ Homerus _ | _ boek XXIV _ |


_ auteursrecht © 2005 alle recht Reserved.Focusmm.com
Mediterranean Cruises | Turkey Hotels | Greece Holiday | Italy Holidays | Cheap France Holidays | Spain Villa | Flights to Malta | Lebanon Holiday | Egypt Travel | Tunisia Tours | Moroccon Villas

Bodrum Turkey Travel | Istanbul Turkey Holiday | Flights to Turkey | Turkey Travel | Antalya Turkey Holidays | Turkey Hotel | Turkey Holiday | Marmaris Turkey Holiday